Goochelen met informatievaardigheden

Informatievaardigheden of Mediawijsheid: dit was een van de zaken die aan de orde kwamen tijdens het openingscongres van de Maand van het Vinden, gisteren 7 april 2010 op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam.
Prettige muziek van BassicVibes omlijstte een viertal sprekers en de lancering van het nieuwe boek van initiatiefnemer van deze Nederlandse variant van de Amerikaanse Information Literacy Month (afgelopen oktober), Peter den Hollander.

De presentaties waren een goede mix van academische en praktische gezichtspunten. Roeland Smeets, mediathecaris van het Barlaeus deed de aftrap met een interessant verhaal over de manipulatie van informatie.  Aan de hand van het boek van Nick Davies ‘Gebakken lucht’ toonde hij voorbeelden van manipulatie en propaganda en sloot af met een welgemeend pleidooi voor structurele aandacht voor Informatievaardigheden in het voortgezet onderwijs.

Voor mij bijzonder interessant was de presentatie van geschiedenis docente Sabine Onvlee. Zij vertelde hoe ze met vallen en opstaan informatievaardigheden in haar lessen implementeert en daarvoor de hulp van mediathecaris Roeland Smeets inroept. In haar presentatie ging ze in op de rol van de traditionele docent die zweert bij boeken en de post-modernisten die alleen maar met digitale informatie willen werken. Sabine kiest voor de middenweg: gebruik de informatie die past binnen je leerdoel en soms zijn dat boeken, soms zijn dat digitale bronnen en vaak zijn het beide. Duidelijk is voor haar in ieder geval wel dat leerlingen niet van nature informatievaardig zijn: docenten hebben een taak om hun leerlingen binnen het onderwijsleerproces daarbij te begeleiden en hen deze specifieke competenties bij te brengen.

Sabine’s verhaal sloot mooi aan bij Albert Boekhorst’s pleidooi voor het toepassen van de ruime interpretatie van informatievaardigheden en de presentatie van Amber Walraven die resultaten van haar onderzoeken afwisselde met aanbevelingen voor docenten: ga uit van wat je wil bereiken en kies daar de lesmethode en de te gebruiken informatie bij. (De presentaties zullen op de site van de Maand van het Vinden worden gepubliceerd).

Zoals gezegd, Informatievaardigheden of Mediawijsheid, dat onderwerp kwam een paar keer terug. De traditionele pleitbezorgers van informatievaardigheden weten het al jaren: informatievaardigheden horen thuis in het primaire leerproces. Dat was al zo in het predigitale tijdperk en dat is nog steeds zo. Maar door de technologische ontwikkelingen en de groei van de hoeveelheid informatie en de diversiteit aan verschijningsvormen , hebben de postmoderne mediawijsheid adepten zich een deel van dit domein toegeëigend. De focus ligt bij hen op het gebruik van die media  en niet op de leerdoelen.

En daarmee komen we bij het sluitstuk van de middag namelijk het aanbieden van het eerste exemplaar van het boek van Peter den Hollander: Goochelen met informatievaardigheden: een didactische aanpak.
Uitgeverij Coutinho – ISBN 978 90 469 0200 4

Het boek bevat bijdragen van o.a. Albert Boekhorst, Remco Pijpers en Els Kuipers. Bij mijn weten is dit het eerste echt didactische boek over informatievaardigheden. Het is speciaal bedoeld voor (aankomende) leraren, maar is ook waardevol voor mediathecarissen, juist vanwege de didactische onderbouwing. Het is een belangrijk boek omdat het niet gaat over de vraag of informatievaardigheden thuis horen in het onderwijs, maar over de vraag   hoe je die competentie aanleert. Het boek geeft daartoe vele handreikingen, ook via twee websites die aanvullende informatie bevatten, waaronder oefeningen.
Voor mij een aangename verassing was het hoofdstuk ‘Hoe kinderen leren’ en ook de vertaling en bewerking van Carol Kuhlthau’s onderzoek, gepubliceerd in haar baanbrekende werk Seeking Meaning, in een tweetal hoofdstukken. Dit is geweldig, want nu kunnen nog meer mensen kennis nemen van haar belangrijke onderzoek.

Valt er dan niks aan te merken op dit boek? Jazeker wel. Het taalgebruik en niveau van de hoofdstukken wisselen nogal. Jammer want een goede redactie had dit kunnen voorkomen. Verder had voor mij de rol van de functie mediatheek en de functionaris mediathecaris  wat meer voor het voetlicht mogen komen.

Al met al onvoldoende redenen om dit boek niet warm aan te bevelen. Evenals de andere activiteiten binnen de Maand van het Vinden. Check de website en doe mee.

En wat betreft het boek: Kopen dus en Gebruiken!

Digital Natives

‘Digital natives’ houden de gemoederen bezig. Was er een paar weken geleden een uitgebreide discussie in de Onderwijs 2.0 group van LinkedIn, sinds een paar dagen wordt er heftig gediscussieerd op de list-serve van IASL.
Daarbij gaat het niet zozeer over wat een DN eigenlijk is, maar meer over wat wij (leraren en onderwijsbibliothecarissen) met ze aanmoeten. Dat we er iets mee moeten is wel duidelijk, maar wat dan?

DN-ners verwachten van ouders, school, hun sociale omgeving acties die aansluiten bij hun belevingswereld, althans dat wil de commercie ons graag doen geloven. Kijk maar eens naar Abbey, the digital native. Eerlijk gezegd moest ik wel een beetje lachen om dat rare filmpje: het was duidelijk een ‘gemonteerd’ kunstwerkje want een kleuter met dit taalgebruik? Bovendien waren de ‘cuts’ duidelijk te zien, maar het filmpje maakt bij veel collega’s wereldwijd veel emoties los en terecht. Want er zijn helaas nog teveel mensen die denken dat je met tooltjes alleen de leeromgeving verrijkt en leerlingen beter leert leren. Geef ze nou maar al die leuke speeltjes en dan komt het vanzelf wel goed. Ook volgens Abbey ligt het probleem bij de volwassenen die maar niet willen opschieten met het omturnen van de leeromgeving. 

Maar is dat ook zo? Uit talloze rapporten blijkt dat nogal tegen te vallen: we hebben ‘traditionele’ vaardigheden (lezen) nodig om informatie van een scherm te kunnen interpreteren en gebruiken en computers effectief te kunnen gebruiken. Zelfs mensen die wel goed kunnen lezen en interpreteren hebben problemen met het vinden van de juiste informatie. Het gevolg is dat de meeste webgebruikers slechts oppervlakkig gebruik maken van alle mogelijkheden; ze hebben problemen met het vinden van informatie, met het begrijpen van informatie en met het transformeren van informatie naar kennis. Onderwijs in informatievaardigheden is daarom broodnodig maar daaraan ontbreekt het op de meeste scholen.
Het is trouwens op zijn minst curieus te noemen dat Nederland het enige land ter wereld is dat zoveel termen kent voor de internationaal bekende en geaccepteerde term ‘Information Literacy’.
Inmiddels is er ook nog een wijdverbreid misverstand ontstaan over de verhouding informatievaardigheden – mediawijsheid. Wat is nou wat en wie onderwijst waarin? Internationaal breed geaccepteerd is de opvatting dat Information Literacy de paraplu is waaronder alle andere informatie competenties vallen, dus ook mediawijsheid en vele andere literacies en dat onderwijsbibliothecarissen de aangewezen professionals zijn om leraren te ondersteunen bij het onderwijzen van deze competenties.

Wat mij betreft is de vraag niet: gebruiken we scrapblog of voicethread, maar hoe transformeer je informatie tot kennis. Deze vraag los je overigens niet op met een vak mediawijsheid in de school. Daarvoor moeten informatievaardigheden worden geimplementeerd in alle vakken en alle lesuren: echt ‘mediawijs‘ kun je pas worden als je leert binnen de context van het vak met nieuwe technologie om te gaan. Dat is trouwens al jaren geleden vastgesteld, maar blijkbaar nog niet tot iedereen doorgedrongen. Jammer, want het wordt hoog tijd dat we Abbey de ruimte geven en haar helpen om met behulp van al die leuke speeltjes, aan kennisconstructie te doen.

Mediacoach

Afgelopen weekend viel mijn oog op een paginagrote kop in mijn regionale krant: ‘Mediacoach rukt op’. Ik associeerde de kop meteen met een nieuw gelijknamig fenomeen in het onderwijs, maar zat er helemaal naast. In het artikel ging de landelijk bekende tv-journalist Han van der Meer in op het belang van mediatraining in de voetballerij. Hij zegt hierover o.a. ‘Zorg dat je een goed verhaal te vertellen hebt’

Opvallend is dat in het artikel een scala aan termen de revue passeren: mediacoach, mediatraining, mediagoeroe en mediadocent. Waaruit maar weer mag blijken dat er blijkbaar geen overeenstemming bestaat over wie of wat een mediacoach nu eigenlijk is. Dat is ook het probleem dat ik heb met deze modieuze term, die vorig jaar in het onderwijs is geïntroduceerd tezamen met een ‘nationale opleiding’. De mediacoach is een commerciële uitvinding, gebaseerd op dat andere gedrocht , nl. de term mediawijsheid. Deze laatste werd door de Raad voor Cultuur – naar ik mij heb laten vertellen, geïnstigeerd door een reclamebureau – op de onderwijsmarkt gegooid. Sindsdien worden we om de oren geslagen met beide termen, zonder dat voor de naïeve buitenstaander duidelijk is wat er nou eigenlijk mee bedoeld wordt. Trouwens, vele ingewijden weten het ook niet. Zou het met deze termen net zo gaan als met het inmiddels vergeten en versleten media-educatie? Eerlijk gezegd, ga ik daar wel vanuit. Want het gaat natuurlijk niet om mooie woorden, maar om de inhoud. In de Angelsaksische wereld heeft men helemaal geen nieuwe nietszeggende termen nodig: daar heet het nog steeds Information Literacy, tot ieders tevredenheid en begrip. Wist u, dat wij als Nederlanders een van de weinigen zijn, die zoveel woorden nodig hebben om uit te leggen waar het om gaat? Albert Boekhorst  heeft al jaren geleden een prima Nederlandse omschrijving geformuleerd. Wat uit deze beschrijving ook meteen duidelijk is, is dat het helemaal niet relevant in wat voor ‘format’ die informatie wordt weergegeven.

Dus om terug te komen op de quote van Van der Meer: er is al jaren een goed verhaal. En dat hoeft niet opgeleukt te worden met sexy termen. Wat er moet gebeuren is duidelijk maar commercieel blijkbaar niet interessant: mediathecarissen bijscholen in informatie-, pedagogische en didactische competenties en vervolgens zo’n mediathecaris op elke school in Nederland. Misschien niet erg modieus maar wel effectief! En dat is allang overtuigend bewezen in de VS, Canada en Australië.