Onderwijsbibliotheekwerk in Nederland: presentatie tijdens Politiek Café ‘Bibliotheek in Leudal’

flyer_politiek cafe bibliotheekOp 2 juni jl., organiseerde D66 Leudal een politiek café: “Discussie over de bibliotheek in Leudal’. Voor mijn inleiding schreef ik een uitgebreide tekst waarvan ik, gezien de beschikbare tijd, een samenvatting heb uitgesproken. In deze blog de integrale tekst van de inleiding, voorzien van noten.

Goedenavond,

Graag wil ik beginnen met het voorlezen van 2 citaten – dat voorlezen lijkt me deze avond wel toepasselijk:
“Wij kunnen en moeten ons Land dus e[e]n School Bibliotheek bezorgen; dat is, zulk eene aaneenschakelde hoeveelheid Schoolboeken, welke genoegzaam is, om dat alles te bevatten , wat de Nederlandsche Jeugd dient of kan geleerd worden.” […] “Ieder Lid zal het groot nut van dit Plan begrijpen, en wordt derhalven uitgenoodigd, om aan een van dezen te werken; – Hoofdbestuurders verzoeken dus aan dezelve, om , ingevalle eenigen der Leden het een of ander gelieven te bearbeiden, daar van spoedige opgaave te doen, aan den Secretaris des Genootschaps, ten huize van C de Vries, Boekhandelaar op de Nieuwezijds Voorburgwal, over de Nieuwstraat, te Amsterdam, Uit naam van der Vergadering der Hoofdbestuurders, M. Nieuwenhuijzen, Secretaris.

Deze citaten zijn afkomstig uit: “Stukken het schoolwezen betreffende, uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van ’t algemeen. Eerste bundel. 1785-1792, bevat : M. Nieuwenhuizen: Ontwerp ener School Bibliotheek.”[1].

Deze publicatie is 225 jaar oud. Het is voor zover mij bekend de oudste publicatie over schoolbibliotheken in Nederland. Schoolbibliotheken bestaan dus al enkele eeuwen. Wist u trouwens dat schoolbibliotheken ouder zijn dan openbare bibliotheken?
Niet alleen vanuit Nederlandse publicaties maar ook uit publicaties uit andere landen waaronder bijvoorbeeld de Verenigde Staten, is bekend dat er in de 18e en 19e eeuw schoolbibliotheken waren. In die tijd waren er nog geen openbare bibliotheken. Die ontstonden veel later, ook onder leiding van de Maatschappij tot nut van ’t algemeen. Daarnaast waren er parochiebibliotheken zowel van katholieke als protestantschristelijke huize.
De schoolbibliotheken in de 18e eeuw fungeerden later (rond 1900), tot het ontstaan van zelfstandige openbare bibliotheken, vaak als bibliotheek voor de hele gemeenschap. Het concept ‘Brede Bieb’ is dus niet nieuw, maar een beproefd idee.

De openbare bibliotheken zoals we die nu kennen, ontstonden pas in de tweede helft van de 20e eeuw. Met name vanaf de jaren zeventig bloeide het Nederlandse openbare bibliotheekwerk op en ontstond een goed en wijdvertakt netwerk van bibliotheken door heel Nederland. Wij, bibliothecarissen, waren daar trots op! Nederland was een gidsland; vanuit het buitenland werd jaloers gekeken naar ons goede en uitgebreide openbare bibliotheekwerk met vanaf midden jaren zeventig van de vorige eeuw, contributievrijdom voor de jeugd. In elke dorp en elke wijk was enige vorm van bibliotheekwerk, ofwel een eigen bieb of in afgelegen plekken de bibliobus.

De ontwikkeling van het schoolbibliotheekwerk hield daarmee helaas geen gelijke tred. Vanaf de jaren zestig verschenen talloze onderzoeken en rapporten (ook in Nederland!) over het belang, nut en noodzaak van professionele onderwijsbibliotheken. Al deze onderzoeken gaan over de relatie tussen de onderwijsbibliotheek en de verbetering van onderwijsprestaties. Maar in tegenstelling tot veel andere landen was er in Nederland nauwelijks aandacht voor professionele bibliotheken in het basis- en voortgezet onderwijs.

Zonder uitputtend te zijn, een paar oorzaken:
De samensmelting van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur tot een Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verlegde de focus: een inmiddels diepgeworteld idee vatte post, namelijk dat openbare bibliotheken schoolbibliotheken kunnen ontwikkelen, beheren en daarmee ook vervangen. Dit idee werd o.a. gevoed door de opvatting ‘dat bibliotheekwerk nou eenmaal bibliotheekwerk is’ en dat het niet nodig is na te gaan welke specifieke eisen het onderwijs in aan de eigen bibliotheek stelt. Opvallend en ook zorgelijk is, dat de openbare bibliotheekwereld geen heldere visie over bibliotheken in het onderwijs ontwikkelden die enigszins aansluit bij internationale richtlijnen, standaarden en ontwikkelingen.

Voortbordurend op de idee dat openbare bibliotheken een onderwijskundige rol kunnen vervullen, sprongen ze in het hun aangeboden gat en ondernamen initiatieven om ofwel te komen tot intensieve samenwerking ofwel producten en diensten te ontwikkelen voor het onderwijs. De samenwerking tussen bibliotheek en school was overigens niet erg succesvol, in de zin dat er een structurele oplossing voor het onderwijsbibliotheekwerk werd aangeboden: initiatieven voor intensieve samenwerking liepen in de jaren vanaf 1970 tot ca. 2008 veelal spaak.
Dat is ook niet verwonderlijk gezien de ontwikkeling van het onderwijsbibliotheekwerk vanaf het begin van de 19e eeuw tot nu in andere landen. In tegenstelling tot het ontwikkelen van een echte onderwijsbibliotheek die aansluit bij het curriculum, gerund door een professionele onderwijsbibliothecaris met een rol binnen het primaire onderwijsproces, werd in Nederland gekozen voor ‘een alternatieve route’.

Die route leidde dus naar de openbare bibliotheken als beheerder en uitvoerder van ‘schoolbibliotheekwerk’ in het basis- en voortgezet onderwijs. De huidige status quo werd ingezet door de eerder genoemde ontwikkelingen en de volgende initiatieven.

In 1998 werd Stichting Lezen opgericht [2]. Deze stichting houdt zich bezig met het bevorderen van lezen in de breedste zin van het woord. In 2008 werd voor drie jaar gestart met het programma Kunst van Lezen. Dit programma richt zich op het bevorderen van het literaire lezen. Een vervolg van dit programma is Actieplan Kunst van Lezen dat heeft gelopen van 2012 – 2015. Dit actieplan werd uitgevoerd door Stichting Lezen i.s.m. het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en ontvangt een subsidie van het Ministerie van OCW. Inmiddels is dit plan verlengd tot 2018. Het Sectorinstituut is inmiddels opgegaan in de Koninklijke Bibliotheek. Een onderdeel van dit actieplan is ‘de Bibliotheek op School’ voor basis- en voortgezet onderwijs. Andere onderdelen zijn Boekstart voor baby’s en kinderopvang en de ondersteuning van leesbevorderingsnetwerken [3].

Wat is nu precies ‘de Bibliotheek op School’? Zelf zegt men daarover: “Het is geen project, concept of programma, maar “een ‘aanpak’ voor structurele samenwerking” [4]. Tja, internationaal wordt dat toch heel anders geformuleerd:

In het IFLA/UNESCO School Library Manifesto [5] staat: “De schoolbibliotheek verschaft de informatie, inhoud en ideeën die noodzakelijk zijn om succesvol te functioneren in de informatie- en kenniswereld van vandaag. De schoolbibliotheek levert een bijdrage aan Levenslang Leren en ontwikkelt de verbeelding. Hierdoor kunnen studenten zich ontwikkelen tot verantwoordelijke burgers.”

Er staat niets over een ‘aanpak voor structurele samenwerking’. Waar komt dit dan vandaan?

Aan de mooie ontwikkeling die openbare bibliotheken vanaf het midden de 20e eeuw doormaakten was een einde gekomen. Onder druk van het ongebreideld snoeien in budgetten voor bibliotheken, vaak gevoed door de niet-onderbouwde opvatting dat ‘we nu internet hebben en bibliotheken dus overbodig zijn’, aangevuld met het totale gebrek aan inzicht in de specifieke rol van bibliotheken in het onderwijs, werd ingezet op de ‘aanpak de bibliotheek op school’.

Bibliotheken moeten bezuinigen en zetten in op ‘schoolbibliotheken’. Het gevolg is dat wijk- en dorpsbibliotheken en de bibliobus verdwijnen; daarvoor in de plaats komen ‘bibliotheekjes in scholen’. Deze bibliotheekjes ontvangen 2 -3 uur per week bezoek van een medewerker van de bibliotheek met als belangrijkste opdracht het verbeteren van de taalvaardigheid en leesmotivatie.

De effecten van ‘de aanpak de Bibliotheek op school’ zijn en worden onderzocht en de uitkomsten van de onderzoeken zijn – met veel mitsen en maren – positief [6]. Maar, en dit is belangrijk om te vermelden, eerdere ‘aanpakken’ van bijvoorbeeld het CPS [7] gericht op het verbeteren van de taalvaardigheid en de leesmotivatie, leverden dezelfde positieve uitkomsten op.

De vraag is dus: is ‘de aanpak bibliotheek op school’ dan DE oplossing voor de bibliotheek in het onderwijs? Mijn antwoord daarop is ‘Neen’.

Laten we even teruggaan naar de begincitaten van dit praatje. In dit citaat wordt benadrukt dat een bibliotheek in de school zich richt op onderwijs, op datgene dat leerlingen moeten leren. In de afgelopen 60 jaar zijn er talloze onderzoeken gedaan naar wat een onderwijsbibliotheek is. De uitkomsten van die onderzoeken zijn volstrekt helder:

  1. De onderwijsbibliotheek speelt een cruciale rol in het onderwijs in digitale vaardigheden (mediawijsheid, informatievaardigheden, computational thinking), want verbetert de onderwijsprestaties van leerlingen aantoonbaar, mits deze beschikt over een professionele onderwijsbibliothecaris.
  2. De functies van de onderwijsbibliotheek vinden plaats binnen het primaire onderwijsproces en dat is een taak voor de school
  3. De onderwijsbibliotheek is ook een leer- en werkruimte voor leerlingen die de gehele dag beschikbaar is voor onderwijs en waar ook gedurende de hele dag een professional aanwezig is voor begeleiding en ondersteuning
  4. de onderwijsbibliotheek biedt een brede collectie literatuur en informatiebronnen afgestemd op het curriculum en het specifieke onderwijs op de school
  5. de onderwijsbibliotheek is een plek om te experimenteren en te onderzoeken
  6. de onderwijsbibliotheek is de functie binnen de school waar onderwijsbibliothecarissen lessen en lesmethoden ontwikkelen i.s.m. leraren

Samengevat in één omschrijving: Een onderwijsbibliotheek is een fysieke en/of virtuele omgeving binnen een onderwijsinstelling waar leerlingen en leraren informatie en literatuur kunnen vinden, beoordelen en verwerken en worden onderwezen in digitale geletterdheid; leerlingen en leraren kunnen in de bibliotheek lezen, leren, (samen)werken, en experimenteren. De onderwijsbibliotheek beschikt over een relevante collectie fysieke en digitale materialen en bronnen; de bibliotheek staat onder leiding van een professionele onderwijsbibliothecaris die samenwerkt met leraren en een actieve bijdrage levert aan de onderwijsinhoud, zowel binnen specifieke vakken als vakoverstijgend.[8]

De ‘aanpak Bibliotheek op School’ voldoet niet aan deze punten.

  • De aanpak richt zich vooral op ‘structurele samenwerking met het onderwijs’ waarbij het tot stand komen van die samenwerking belangrijker lijkt dan de onderwijsresultaten van de leerlingen. Dit kan in ieder geval worden opgemaakt uit de verschillende documenten die worden verspreid onder de openbare bibliotheken waarin met nadruk wordt ingezet op die samenwerking en de marketingstrategieën die daarvoor moeten worden ingezet.
  • Onderwijs gaat echter niet over marketing, maar over leren en leren leren en het vergaren van kennis die gebruikt kan worden in vervolgstudies en/of werk en voor persoonlijke ontwikkeling.
  • Er is geen aandacht voor het formele leren en de rol van leesonderwijs, leesmotivatie en digitale vaardigheden binnen het primaire onderwijsproces. Dat is niet verwonderlijk want externe partijen waaronder bibliotheken spelen geen rol in dat proces. Dat wordt inmiddels ook zelf onderkend door de Vereniging van Openbare Bibliotheken die in haar recente innovatieagenda schrijft over ‘informeel’ leren en de inzet op het formele leren totaal achterwege laat.
  • Er is geen aandacht voor het opleiden van onderwijsbibliothecarissen; sterker nog, er is helemaal geen opleiding in Nederland die aansluit bij internationale richtlijnen en standaarden.
  • De specifieke functie van openbare bibliotheek voor een breed publiek van 0 – 100 wordt op vele plaatsen niet meer ingevuld. De lokale bibliotheekjes in scholen voldoen niet aan de wensen van het brede publiek. Volwassenen kunnen – gezien de openingstijden – niet terecht in hun lokale bieb of voelen zich niet prettig in een bieb in de school, nog los van veiligheidsaspecten: de school wordt een open publieke ruimte en dit is in het huidige klimaat lang niet altijd wenselijk.

De ‘aanpak Bibliotheek op school’ lijkt vooral een doekje voor het bloeden voor de lokale bibliotheek. Er moet bezuinigd worden, dus doen we mee met de ‘aanpak bibliotheek op school’.

Wat betreft die bezuinigingen is het interessant om ook te kijken naar de kosten. De ‘aanpak dBos’ heeft sinds 2008 jaarlijks een bedrag van 2,85 miljoen euro gekost aan subsidies van de Rijksoverheid. Daarbij komen nog de kosten die provinciale en lokale overheden en bibliotheekorganisaties moeten maken om mee te doen met ‘dBos’ en honderden scholen aan te sluiten bij de aanpak [9]. Van die scholen zelf wordt ook een financiële bijdrage gevraagd. Al met al praten we nu al over ruim 20 miljoen euro. De rijksfinanciering is gewaarborgd tot 2018. Maar wat gebeurt er dan? Niet is zo veranderlijk als de politiek. Krijgen we na de verkiezingen in 2017 een cabinet dat andere prioriteiten stelt en de subsidies intrekt? Die kans is niet ondenkbeeldig.

Er is sprake van een zeer onzekere situatie, zowel inhoudelijk als financieel; er wordt gesproken over ‘aanpak’ maar er is geen structurele financiële oplossing en ‘de aanpak bibliotheek op school’ voldoet niet aan de eisen die eraan moeten worden gesteld. Kortom, een dure en inhoudelijk zwakke oplossing voor een ‘bezuinigingsprobleem’.

Hoe moet het dan wel?

Het is mogelijk om voor een kwart van de rijkssubsidie ettelijke duizenden bibliothecarissen en onderwijsprofessionals bij – en na te scholen zodat zij voldoen aan de internationale richtlijnen en standaarden en als onderwijsbibliothecaris (teacher-librarian) [10] in het onderwijs kunnen instromen. Er is dan ook nog geld genoeg voor de ontwikkeling van lokale initiatieven door openbare bibliotheken; de rest van het bedrag kan gebruikt worden om te lobbyen voor het erkennen van dit relatief nieuwe onderwijsberoep en de functie op te nemen in de Wet Bio [11] waarin de bekwaamheidseisen van leraren worden beschreven.

Een dergelijke ‘aanpak’ levert het volgende op:
Elke school een eigen onderwijsbibliothecaris die niet alleen samen met leraren werkt aan de verbetering van de onderwijsprestaties van leerlingen, maar ook in staat is samenwerking te zoeken vanuit de onderwijsbehoefte. Dan is de openbare bibliotheek de eerste en beste partner voor het ontwikkelen van een structurele samenwerking. De onderwijsbibliothecaris is daarbij de ideale ‘verbindingsofficier’ die precies weet wat er speelt binnen het onderwijs en wat de leerlingen en leraren nodig hebben. Daar hoort zeker leesmotivatie bij binnen de onderwijsopdracht voor het ontwikkelen van taalvaardigheid. Die taalvaardigheid is en blijft een kerntaak van het onderwijs. Dat was zo in 1791 en dat is nog steeds zo.

Graag sluit ik af met het volgende:
Op een dag kwam Alice bij een splitsing van de weg en zag een Cheshire kat in een boom. “Welke weg zal ik nemen?” vroeg ze.
Zijn antwoord bestond uit een vraag.
“Waar wil je naar toe?”
“Ik weet het niet” antwoordde Alice.
“Dan” zei de kat, “maakt het niet uit.” [12]

Laten we een antwoord vinden op de vraag welke weg we zullen nemen. Ik weet wel waar we naar toe moeten. Ik hoop dat deze inleiding u een beetje de weg wijst.

Dank u wel!

Noten

[1] S.n. (S.l.). (1790). Stukken het schoolwezen betreffende, uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van’t algemeen. Eerste bundel. 1785-1792. S.l: s.n.

[2] Stichting Lezen. http://www.lezen.nl

[3] http://www.lezen.nl/persberichten/kabinet-investeert-in-aanpak-taal-en-leesbevordering

[4]‘Het is geen project, concept of programma, maar een ‘aanpak’ voor structurele samenwerking’: https://bibliotheek.debibliotheekopschool.nl/aan-de-slag/disclaimer-en-merknaam.html

[5] IFLA/UNESCO Manifesto for School Libraries, 1999. http://archive.ifla.org/VII/s11/pubs/manifest.htm

[6] CPS een landelijke adviesorganisatie voor het onderwijs. http://www.cps.nl

[7] Thijs Nielen: Aliteracy: Causes and solutions. http://www.lezen.nl/persberichten/basisschool-meer-boeken-betere-lezers

[8] Definitie op de site van Meles Meles SMD. http://onderwijsbibliotheek.nl

[9] http://www.lezen.nl/persberichten/kabinet-investeert-in-aanpak-taal-en-leesbevordering

[10] “How school libraries are defined varies across the world and may include being served through the public library. Staffing patterns for school libraries also change depending on the local context, which is influenced by legislation, economic development, and educational infrastructure. However, more than 50 years of international research, collectively, (see, for example, Haycock, 1992, in LRS (2015) School Libraries Impact Studies www.lrs.org/data-tools/school-libraries/impact-studies) indicates that a school librarian requires formal education in school librarianship and classroom teaching that provides the professional expertise required”. IFLA School Library Guidelines, 2nd edition. International Federation of Library Associations. 2015. http://www.ifla.org/publications/node/9512

[11] Wet BIO: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-in-het-onderwijs/inhoud/bekwaamheidseisen-leraren

[12] Carroll, Lewis (1865). Alice in Wonderland.

Zie voor meer informatie over deze discussieavond, het nieuwsbericht in het LeudalNieuws.nl