UNESCO over de IASL-conferentie

UNESCO heeft deze week een bericht geplaatst over de onlangs gehouden 38e International Conference van IASL in Abano, Italië. In het bericht staat onder meer: “This year’s theme, School Libraries in the Picture: Preparing Pupils and Students for the Future, highlighted the increasingly important role of school libraries to equip students in the 21st century with the abilities to use information effectively and develop critical thinking and life-long learning skills that are essential to responsible citizenship”.

Dit is goed nieuws want het vakgebied kan wel wat steun gebruiken van (internationale) organisaties. UNESCO nam overigens zelf deel aan de conferentie in de vorm van een keynote verzorgd door Ms. Misako Ito van Unesco. De aandacht van UNESCO voor informatie- en mediawijsheid sluit naadloos aan bij het thema van de conferentie dit jaar. Het thema blijft overigens ‘in the picture’, want ook ISLM heeft hiervoor gekozen, maar daarover een andere keer meer.

IASL 2009 in Abano Terme (Italië)

Net terug uit Italië, met tassen vol wasgoed, een Pc vol met nog af te handelen emailtjes en werk en m’n hoofd vol met nieuwe ideeën, gedachten en inspiratie, wil ik graag een paar zaken alvast met jullie delen.

Het is geweldig dat dit jaar voor het eerst leden van de LWSVO hebben deelgenomen aan HET internationale congres op ons vakgebied, nl. de 38e editie van de International Conference en het 13e Research Forum van IASL (International Association of School Librarianship) in Abano Terme in Italië. Er waren ruim 300 deelnemers (leraren, schoolleiders, mediathecarissen) uit meer dan 50 landen: van Japan tot de UK en van China tot Nieuw Zeeland.
De kwaliteit van de sessies was, zoals gewoonlijk, weer hoog en de onderlinge contacten hartverwarmend.

Voor mij voelt de IASL conferentie altijd als een warm bad: ontspannend en verfrissend tegelijkertijd. Eindelijk weer eens gesprekken over je vak waar je wat van meeneemt; discussies over zaken die er echt toe doen met mensen met verstand van zaken en interessante ideeën. Genoeg ‘food for thought’ voor een jaar. En nu gaan sparen voor de volgende conferentie(s): 2010 in Brisbane (Australië), 2011 Kingston (Jamaica) en 2012 Texas (VS).

Voor degenen die er waren en nog even willen nagenieten en degenen die er niet waren en willen weten wat ze gemist hebben: kijk op de site van Library Media Net waar David DiGregorio video’s heeft gepost van o.a. de sessies met Aidan Chambers, Prof. Donatello Lombello en Prof. Dr. Ross Todd. Enjoy!

Nog twee nachtjes slapen…

Nog twee nachtjes slapen … en dan begint de NOT 2009. Dat wil zeggen, dan begint de NOT 2009 officieel voor de bezoekers, maar als exposant ben ik al weken bezig met de voorbereidingen. Dat is voor een kleine zelfstandige als ik geen sinecure. Gelukkig heb ik in de afgelopen jaren wat ervaring opgebouwd, maar elke NOT is weer anders en groter. In 2007 waren er 58.000 bezoekers en dit jaar worden er zelfs nog meer verwacht.

Deze editie van de NOT is voor mij, Maarten Olden van MO,O en Marianne van Wanrooij van Connected Solutions extra spannend, want tijdens de officiële opening van de beurs op dinsdagmorgen 27 januari, worden de winnaars van de NOT Innovatieprijs 2009 bekend gemaakt. Nou ben ik normaal gesproken nogal een nuchtere tante, maar het begint wel een beetje te kriebelen, moet ik eerlijk toegeven. Meedoen is leuk, de nominatie binnenhalen is fantastisch en winnen? Vul dat zelf maar in; het dak van Hal 8 in de Jaarbeurs gaat eraf, denk ik. Enige relativering is wel van belang dus hebben we de champagne nog maar niet koud gezet ;-)

Natuurlijk is de NOT veel meer dan de Innovatieprijs en deelname. Als het enigszins kan, ga ik zelf ook altijd de beurs op om nieuwtjes te scoren, sfeer te proeven en collega’s te ontmoeten. Dit jaar heb ik nog een extra taak. In verband met de IASL-conferentie in september in Italië, zijn we naarstig op zoek naar exposanten en sponsors. Hierbij krijg ik gelukkig help van Dr. Luisa Marquardt, vice-chair van het organiserend comité van de conferentie. Luisa komt speciaal naar de NOT om met potentiële sponsors te praten en daarvoor hebben we een mooie brochure samengesteld, waarmee we de beursvloer op gaan.

Ik ga proberen tijdens de beurs te bloggen zodat ik mijn ervaringen met jullie kan delen. Wil je trouwens naar de NOT en heb je nog geen toegangsbewijs? Schrijf je dan even in. Het is gratis en je krijgt je badge keurig netjes thuis gestuurd binnen twee dagen.
Tot ziens op de NOT!

Lui

Deze week zapte ik langs een paar tv-kanalen en ving de volgende interessante uitspraak op: ‘Druk zijn is een kwestie van luiheid, want dan kun je blijkbaar geen keuzes maken’. Intrigrerend, zo’n opmerking want ik betrap mezelf erop dat ik ook wel eens roep dat ik het druk heb en ik ben niet de enige! Vele collega’s in het mediatheekwerk vertellen of klagen soms dat ze het (te) druk hebben. Omdat ik nogal eens in het buitenland verblijf heb ik de (onhebbelijke?) gewoonte werklust en -gewoonten van collega’s in andere landen te vergelijken met die van Nederlandse collega’s en constateer dan opvallende verschillen.

Mijn Italiaanse, Portugese of Engelse collega’s klagen nooit over het te druk hebben; ze vertellen meestal enthousiast met welke projecten ze nu weer bezig zijn en dat dit veel tijd opslokt, waardoor ze -helaas- weinig tijd hebben om te mailen of mee te praten over een heikel onderwerp. Dus, blijkbaar maken zij wel keuzes: ze mailen niet en laten discussies op list serves en in Ning’s even voor wat ze zijn.

Ander opvallend voorbeeld: ik word regelmatig uitgenodigd aanwezig te zijn bij conferenties in het buitenland, soms als spreker, soms als moderator en soms gewoon als deelnemer. Wat als eerste opvalt bij dit soort evenementen is, dat deze conferenties gewoon om 9 uur ‘s morgens beginnen (enige tijd geleden zelfs om 8 uur!) en rustig doorgaan tot 9 – 10 uur in de avond. Soms zelfs in het weekend. De deelnemers klagen hierover helemaal niet, in tegendeel: ze vinden het volkomen vanzelfsprekend dat ze 12 uur per dag in touw zijn en dat ook nog in hun vrije weekend. Compensatie? Ook daarvan hebben ze nog nooit gehoord: het is een voorrecht deel te mogen en kunnen nemen!

Ik durf het bijna niet te schrijven, maar een paar jaar geleden waagde ik het een Nederlandse beroepsvereniging voor te stellen het jaarlijkse congres op een zaterdag te organiseren. Leek me handig, want geen problemen met mediatheken sluiten, vervanging regelen en bovendien zouden we goedkoper een zaal kunnen huren. Verbijstering en ook boze reacties alom: hoe ik op het idee kwam?!

Tja, zo zie je maar weer: druk zijn is een kwestie van perceptie en keuzes maken!

Groen

Vorige week is er een heftige discussie losgebarsten in de internationale onderwijsbibliotheekwereld over het nut en noodzaak van live conferenties en het afschaffen of afbouwen hiervan en deze om te vormen tot virtuele of op zijn minst hybride conferenties.

Als belangrijkste redenen om tot ombouwen of afschaffen te komen, worden genoemd
- de kosten om naar (internationale) conferenties te reizen en deel te nemen;
- het feit dat daardoor slechts weinigen kunnen profiteren van de alles wat men tijdens een conferentie kan leren en opnemen
- de onbegrensde mogelijkheden die de nieuwe ict-tools te bieden hebben
de noodzaak voor onderwijs informatiespecialisten deze nieuwe tools te leren gebruiken en deze kennis over te dragen
- een virtuele conferentie is GROEN: geen vliegreizen en dikke tassen met papier

Deze discussie is niet nieuw, want in 2005 al werd tijdens de ENSIL-meeting gediscussieerd over mogelijkheden om te komen tot een virtuele gemeenschap met mogelijkheden tot discussie en uitwisseling van ideeën. Het resultaat van deze discussie was de start van de list serve ENSIL-list en de opzet van een (simpele) website op basis van een blogtool. Deze twee virtuele werelden functioneren redelijk goed, maar zoals met alles, het succes is afhankelijk van de bijdragen van de deelnemers. Dat geldt niet alleen voor live uitwisseling maar zeker ook voor de virtuele variant.
Deelnemen aan congressen, conferenties, seminars, studiedagen e.d. kost geld, tijd en inzet. Het reizen naar verre oorden om een (internationale) conferentie bij te wonen vraagt om een nog grotere bijdrage en dat is zeker niet voor iedereen weggelegd. In Europa zijn veel collega’s die zowel financieel als fysiek niet in staat zijn naar deze bijeenkomsten te gaan en ook in Nederland is dat een probleem gebleken. Maart zoals uit de reactie van een Italiaanse collega bleek, zijn virtuele conferenties niet altijd de oplossing: systemen haperen en door gebrek aan medewerking van instanties is succes lang niet altijd verzekerd. Maar er zijn nog meer redenen waarom een geheel virtuele op dit moment nog geen optie is. In veel landen (ook in Europa) zijn doodeenvoudig de mogelijkheden niet aanwezig: er zijn geen Pc’s beschikbaar en als ze er wel zijn, worden deze gebruikt voor andere (onderwijskundige) doeleinden en kan de mediathecaris die niet zomaar opeisen om een virtuele sessie bij te wonen; ook de taal is een groot probleem. Zoals opgemerkt in de discussie op IASL-link mag Engels wel als voertaal worden erkend, de praktijk is veelal anders. Verschillende accenten, woordgebruik, het gebruik van vele acroniemen belemmert de communicatie in grote mate. In een live versie zijn deze obstakels makkelijker te tackelen: de spreker is te onderbreken of na afloop aan te spreken; je kunt je buurman of een collega vragen je te helpen en wellicht nog wel het belangrijkste, lichaamstaal zegt soms meer dan duizend woorden.
Maar er zijn nog drie heel belangrijke redenen waarom een geheel virtuele conferentie niet zondermeer de vervanger van een live versie is en dat is het netwerken tussen collega’s. Natuurlijk doe je veel kennis op tijdens de diverse sessies, maar het bijpraten met collega’s tijdens de lunch of de koffie is minstens net zo belangrijk. Bovendien worden tijdens bijvoorbeeld de IASL-conferenties ook altijd scholen en bibliotheken bezocht en uit eigen ervaring weet ik dat juist dit soort bezoeken cruciaal zijn voor de juiste beeldvorming en kennis omtrent dat land en die cultuur. Kennisuitwisseling is meer dan het overdragen van tekst en beeld via een Pc of video!
Verder mag het bekend worden verondersteld dat de meeste beroepsverenigingen en – organisaties bestaan bij de gratie van sponsors. Die sponsors willen in contact komen met de leden van die verenigingen. Dat doen ze o.a. door standruimte te kopen tijdens congressen. De inkomsten die hierdoor worden gegenereerd zijn cruciaal voor het voortbestaan van die verenigingen en organisaties. Een virtuele variant hiervan zie ik nog niet zo, maar dat kan uiteraard in de toekomst veranderen.

Kortom, alhoewel ik een voorstander ben van het adopteren van nieuwe technologie om kennisuitwisseling te bevorderen, is het verstandig de huidige situatie eerst goed te analyseren en op basis daarvan te komen tot een nieuwe variant. Daar waar het kan zijn virtuele sessies zeker aan te bevelen en moeten die mogelijk worden gemaakt. Proceedings en programma’s van conferenties moeten op CD of DVD en/of op het web worden gepubliceerd in plaats van papier (met in acht nemen van copyrights natuurlijk). Dat zou al een flinke bijdrage zijn aan het groener maken van dit soort bijeenkomsten. En groen is een mooie kleur, ook voor onderwijs informatiespecialisten.

Netwerken

Bij netwerken kun je denken aan ict-netwerken en aan ‘netwerken’ als een manier van intermenselijke communicatie. En over dat laatste wil ik het hebben. Over een paar weken, om precies te zijn op 3 augustus begint in Berkeley, California (USA) de 37e IASL conferentie. Deze jaarlijkse internationale conferentie is een belangrijk (zo niet het belangrijkste) evenement op het gebied van het (internationale) onderwijsbibliotheekwerk.

Naast een flink aantal presentaties, workshops en discussiebijeenkomsten is dit tevens de plaats waar (internationale) research op dit vakgebied zich jaarlijks presenteert. Binnen een paar dagen word je bijgepraat over de actuele ontwikkelingen en trends en krijg je de nieuwste onderzoeksgegevens voorgeschoteld. Bovendien is het de ideale gelegenheid om te netwerken, ‘oude’ vrienden te ontmoeten en nieuwe contacten op te doen. In een vakgebied waar in de meeste gevallen eenpitters werken, de beste plek om je eigen werkwijze te toetsen aan die van collega’s en te ervaren dat de werksituaties, problemen en werkwijzen in andere landen niet zoveel verschillen met die in Nederland.

Ik ben sinds 2000 zeven keer naar de IASL-conferentie geweest en telkens met een vol hoofd en hart naar huis gekomen. Vooral het netwerken levert ongelooflijk veel op. Daarom is het zo jammer dat zo weinig Nederlandse collega’s de moeite nemen om naar deze conferenties toe te komen. Vorig jaar waren er slechts 2 Nederlanders waaronder ikzelf; in 2006 was de conferentie in Lissabon en waren er ook maar 3 Nederlanders aanwezig. Volgend jaar zal de IASL-conferentie plaatsvinden direct na de IFLA-conferentie in Milaan, in Abano – Italië. Een prima gelegenheid om het aangename met het nuttige te verenigen en af te reizen naar Italië. Zet het dus maar alvast in je agenda.

Tot mijn spijt kan ik zelf niet naar Berkeley gaan. Ga ik dan niet netwerken deze zomer? Ja zeker wel, want op uitnodiging van de SLA ga ik naar Engeland om mijn goede vriendin en gewaardeerd lid van de internationale onderwijsbibliotheek gemeenschap Kathy Lemaire uit te luiden. Kathy viert haar zestigste verjaardag, gaat met welverdiend pensioen en viert het feit dat ze afgelopen voorjaar een OBE (Officer of the Order of the British Empire) heeft ontvangen uit handen van Prins Charles voor haar verdiensten voor het onderwijs in de UK. Een bijzondere gelegenheid dus om te vieren en te netwerken!