Bibliofuture: Innovatie!?

De blog van Joost Heessels, Bibliofuture bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum schreef ik een speciale gastblog. Hieronder de integrale tekst van deze post (met dank aan Joost!).

das met boek_vry copyInnovatie is een sleets begrip. Er gaat geen dag voorbij of er wordt ergens wel iets gepubliceerd over innovatie: ‘we moeten innoveren’, ‘het is belangrijk voor de toekomst’, ‘we kunnen niet zonder innovatie’.

Ik vraag me ondertussen af of alle innovaties wel echt ‘innovatief’ zijn. Voordat ik daarop inga, eerst wat volgens mij innovatie nu eigenlijk is. Innovatie is een idee, concept of product dat op een nieuwe, niet eerder toegepaste manier (bestaande) ideeën, concepten of producten voorstelt. Daarin ben ik ervaringsdeskundige. Ik ben twee keer genomineerd geweest voor een innovatieprijs; één keer was ik ook daadwerkelijk de winnaar van de prijs, namelijk de NOT Innovatieprijs 2009.

Innovatie is niet ‘uitvinden’ maar kijken naar wat er is en begrijpen hoe je dit moet aanpassen of omvormen zodanig dat de vernieuwing meerwaarde oplevert voor de mensen of instituties waarvoor je de innovatie wilt inzetten. Naar mijn smaak is een innovator een dwarsdenker die los kan komen van bestaande structuren en opvattingen; iemand die zich niet laat leiden door economisch gewin of opportunisme maar door passie en overtuiging. Kortom, wat mij betreft gaat innovatie niet over geld of status maar over waarde.

Dat het begrip innovatie sleets is, kan worden opgemaakt uit het volgende. Sinds 2003 kennen we het InnovatiePlatform, ingesteld door het tweede kabinet Balkenende. Het platform is een mislukking volgens een artikel in de NRC. Floor Management schrijft op de website: “Na het instellen van het InnovatiePlatform door het kabinet Balkenende is innovatie een hype en een modewoord waarop de nodige organisaties hopen mee te liften en een subsidie te verkrijgen. Ook in de internethype was er sprake van het operationaliseren van nieuwe toepassingen. In het operationaliseren zit de kracht en dat IS eigenlijk innovatie”.

Interessante analyse: het is een hype, gericht op het verkrijgen van subsidie en innovatie zit klaarblijkelijk in het operationaliseren: het uitvoeren van nieuwe ideeën, concepten en producten.

De laatste jaren horen we telkens dat bibliotheken ‘moeten’ innoveren. Blijkbaar is het traditionele concept van de bibliotheek niet meer van deze tijd. Als dat zo is, wil ik eigenlijk eerst weten wat dat concept is. En, bestaat er wel zoiets als ‘de bibliotheek’?

Volgens de VOB wel, want zij beheren de website debibliotheken.nl. Voor ingewijden is het meteen duidelijk dat het hier gaat over openbare bibliotheken; zij weten dat er vele andere typen bibliotheken bestaan en dat die niet vergelijkbaar zijn. Voor de gemiddelde burger is dat helemaal niet vanzelfsprekend en dat merk ik dagelijks als ik mensen daarover spreek.

De meeste burgers hebben geen idee wat ‘een bibliotheek’ eigenlijk is, laat staan dat ze begrijpen dat er grote verschillen zijn tussen bibliotheken, zelfs tussen bibliotheken van hetzelfde type.

Wat betreft ‘openbare bibliotheken’: het maakt veel uit of de bibliotheek gevestigd is in een grote stad of in een klein dorp. Zelfs tussen ‘grote steden’ en ‘kleine dorpen’ zijn grote verschillen: componenten als de samenstelling en focus van het college van B&W, de aanwezigheid van een universiteit of hogeschool, de ligging van de gemeente, de aanwezigheid van goed openbaar vervoer, de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum e.a. bepaalt de behoeften van de burgers en naar het mij lijkt, de diensten en producten die de (lokale) bibliotheek aanbiedt of zou moeten aanbieden.

Maar als burgers geen idee hebben wat een openbare bibliotheek is (of zou moeten zijn) hoe kunnen zij dan bepalen wat voor bibliotheek belangrijk is binnen hun gemeente? En, hoe worden zij betrokken bij de ‘innovatie’ van hun bibliotheek?

Vragen waarop ik geen antwoorden vind via de landelijke bibliotheekkanalen.

De VOB lanceerde een prachtige ‘Nationale Innovatie Agenda’ die zelfs met buitenlandse collega’s wordt gedeeld via de discussielijst van IFLA: “kijk eens hoe innovatief wij zijn!”, maar wat voor mij veel belangrijker is, is hoe de burgers worden bereikt en betrokken bij wat aan de vergadertafel wordt bedacht.

De ambities van de de ‘Nationale Innovatie Agenda’ lijken echter vooral geïnspireerd door kostenefficiëntie en de participatiesamenleving. Er wordt veel tijd en energie gestoken in het optuigen en in stand houden van landelijke initiatieven (de Bibliotheek op School, E-books platform, nationaal bibliotheeksysteem, het landelijke Datawarehouse e.a.). Ondertussen wordt er lokaal flink bezuinigd op bibliotheken en bibliotheekpersoneel.

In mijn dorp is al jaren geen bibliotheek meer terwijl er grote behoefte is aan een innovatief bibliotheekconcept dat recht doet aan alle bewoners in het dorp waaronder ook de bewoners van het asielzoekerscentrum. In veel andere kernen binnen de gemeente waar ik woon, zijn uitleenpunten opgezet maar deze worden ‘gerund’ door vrijwilligers.

Overal in het land wordt de inzet van professionele bibliotheekmedewerkers ‘gereorganiseerd’ en worden vrijwilligers in dienst genomen. Vrijwilligers die als bibliotheekmedewerker worden ingezet maar ook vrijwilligers als taalcoach, instructeur in digitale vaardigheden, begeleiders en organisatoren van wijkactiviteiten e.a.

De argumentatie hiervoor is soms ‘innovatie’. Maar innovatie van wat?meisje met wijsvinger copy

Is de bibliotheek niet langer DE plek waar informatie en de toegang tot informatie is gewaarborgd? Een (fysieke) omgeving waar deskundige bibliothecarissen burgers kunnen helpen met het lokaliseren, gebruiken/toepassen van die informatie? Een plek waar ruimte is voor andere professionals zoals taalcoaches en instructeurs om hun beroep als professie te beoefenen? De plek in de samenleving waar alle burgers, ongeacht opleiding, etniciteit, religie, leeftijd, sociale omstandigheden terecht kunnen voor informatie en literatuur? Een plek waar recht gedaan wordt aan de veelheid van individuele wensen van burgers net betrekking tot lezen en lenen? Een plek waar die burgers zowel in de breedte als in de diepte de beschikking hebben over informatiebronnen en waar tegelijkertijd deskundigheid, betrouwbaarheid en veelkleurigheid de basis vormt van aanbod en handelen? Is het loslaten van bovenstaande uitgangspunten dan de vorm van vernieuwing?

Deze vragen leven bij mij maar misschien ook bij anderen? Burgers die niet of nauwelijks worden geïnformeerd over de uitgangspunten van de bibliotheek zullen niet in staat zijn mee te denken en mee te doen aan vernieuwing van die bibliotheek. Dat zou trouwens dan eens echte participatie zijn.

Ik zie te weinig beweging naar een vernieuwende bibliotheek zodat deze, in onze huidige samenleving, positief kan reageren op de hierboven gestelde vragen.

Natuurlijk zijn er bibliotheken die op de goede weg zijn, maar landelijk is er sprake van ernstige afkalving van bovenstaand idee van de bibliotheek.

Op diverse plaatsen in het land sluiten gemeenten contracten af met commerciële bibliotheekaanbieders. Blijkbaar beoogt men een heel andere bibliotheek. De geringe budgetten waarmee de commerciële aanbieders bereid zijn te werken, maken een bibliotheek echte innovatie niet mogelijk. Zeker als diezelfde commerciële aanbieders het normaal vinden dat vrijwilligers bereid zijn om als vrijwilligers ‘te werken’ voor dat commerciële bedrijf.

Wat de inzet van vrijwilligers betreft, het volgende. Bestuurders en politici vinden het inmiddels normaal dat bibliotheken bevolkt worden door vrijwilligers. Men vindt blijkbaar ‘bibliothecaris’ geen beroep laat staan een vak. Maar, het accepteren van de inzet van vrijwilligers ten koste van beroepskrachten geeft bestuurders en politici veel te veel bewegingsruimte om verder te bezuinigen: de bibliotheek wordt een organisatie van vrijwilligers en de professionaliteit van de bibliotheek komt hiermee ernstig onder druk te staan.

Nog ernstiger is het dat er bestuurders zijn die de inzet van vrijwilligers presenteren als ‘innovatie’. Maar vrijwilligers inzetten heeft natuurlijk niets met innovatie te maken. Sterker nog, de waarde van een (lokale) bibliotheek wordt niet aangetoond als de bibliotheek en haar professionele bibliothecarissen niet serieus genomen worden.

Kan het dan helemaal niet, vrijwilligerswerk in de bibliotheek? Jawel, maar dan alleen als extra ondersteuning, dus naast en aanvullend op de professionals en niet in plaats van. De vrijwilligers kunnen taken uitvoeren die niet tot het domein van de bibliothecaris behoren en zijn alleen aanwezig als er een professional aanwezig is. Elke bibliotheek, hoe klein ook, verdient namelijk een professionele bibliothecaris omdat de burgers waarvoor gewerkt wordt een professionele bibliothecaris verdienen.

Wat vrijwilligerswerk betreft lijken we terug te keren naar de situatie van ruim 100 jaar geleden, toen de bibliotheek werd gezien als een instituut voor verheffing van bepaalde groepen in de samenleving, gefinancierd door instituties zoals de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.

Anno 2016 is de bibliotheek er voor iedereen: individu en groep, jong en oud, laag- en hoogopgeleid, digitaal – en papier lezer, raadpleger en lener, leerling en professional, deelnemer aan de arbeidsmarkt en gepensioneerde, Europeaan en (tijdelijke) gast, gelovige en atheïst; iedereen moet in staat worden gesteld op zijn eigen manier de bibliotheek te gebruiken. De bibliotheek is een basisvoorwaarde voor inclusie, ontwikkeling, gelijke kansen en ontspanning. Het is een fysieke (en voor diegene die dat wil) een virtuele plek voor alle burgers. Dat mag een samenleving niet onthouden worden.

Nadenken over innovatie in de bibliotheek is prima, sterker nog dat moet zeker gebeuren, niet alleen nu maar continue. Maar een bibliotheek die zich richt op initiatieven die vooral interessant zijn voor specifieke groepen sluit een groot deel van de bevolking uit en maakt zich op den duur overbodig.

Das droomt zich een PCEcht innovatief is het om na te denken over wat (lokaal) nodig is om burgers te bedienen van een voor hen meest optimale bibliotheek. Dat kan door samenwerking met lokale partners; dat moet door burgers bij de ontwikkeling van zo’n lokaal concept te betrekken en dat moet zeker door innovatie van het beroepsprofiel en medewerkers naar een na-, bij- of herscholing te sturen.

Ik vind dat we daar meer dwarsdenkers voor nodig hebben en juist die dwarsdenkers zie ik veel te weinig terug in de (landelijke) overlegstructuren. De bibliotheken zouden er goed aan doen zich niet te laten leiden door de hype, de subsidiekraan en/of de budgettaire focus van de (lokale) politiek, maar zich te richten op echte innovatie: de idee ‘bibliotheek’ op een nieuwe manier voor te stellen. Maar dan moet je natuurlijk wel dat idee hebben!