Bibliofuture: Innovatie!?

De blog van Joost Heessels, Bibliofuture bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum schreef ik een speciale gastblog. Hieronder de integrale tekst van deze post (met dank aan Joost!).

das met boek_vry copyInnovatie is een sleets begrip. Er gaat geen dag voorbij of er wordt ergens wel iets gepubliceerd over innovatie: ‘we moeten innoveren’, ‘het is belangrijk voor de toekomst’, ‘we kunnen niet zonder innovatie’.

Ik vraag me ondertussen af of alle innovaties wel echt ‘innovatief’ zijn. Voordat ik daarop inga, eerst wat volgens mij innovatie nu eigenlijk is. Innovatie is een idee, concept of product dat op een nieuwe, niet eerder toegepaste manier (bestaande) ideeën, concepten of producten voorstelt. Daarin ben ik ervaringsdeskundige. Ik ben twee keer genomineerd geweest voor een innovatieprijs; één keer was ik ook daadwerkelijk de winnaar van de prijs, namelijk de NOT Innovatieprijs 2009.

Innovatie is niet ‘uitvinden’ maar kijken naar wat er is en begrijpen hoe je dit moet aanpassen of omvormen zodanig dat de vernieuwing meerwaarde oplevert voor de mensen of instituties waarvoor je de innovatie wilt inzetten. Naar mijn smaak is een innovator een dwarsdenker die los kan komen van bestaande structuren en opvattingen; iemand die zich niet laat leiden door economisch gewin of opportunisme maar door passie en overtuiging. Kortom, wat mij betreft gaat innovatie niet over geld of status maar over waarde.

Dat het begrip innovatie sleets is, kan worden opgemaakt uit het volgende. Sinds 2003 kennen we het InnovatiePlatform, ingesteld door het tweede kabinet Balkenende. Het platform is een mislukking volgens een artikel in de NRC. Floor Management schrijft op de website: “Na het instellen van het InnovatiePlatform door het kabinet Balkenende is innovatie een hype en een modewoord waarop de nodige organisaties hopen mee te liften en een subsidie te verkrijgen. Ook in de internethype was er sprake van het operationaliseren van nieuwe toepassingen. In het operationaliseren zit de kracht en dat IS eigenlijk innovatie”.

Interessante analyse: het is een hype, gericht op het verkrijgen van subsidie en innovatie zit klaarblijkelijk in het operationaliseren: het uitvoeren van nieuwe ideeën, concepten en producten.

De laatste jaren horen we telkens dat bibliotheken ‘moeten’ innoveren. Blijkbaar is het traditionele concept van de bibliotheek niet meer van deze tijd. Als dat zo is, wil ik eigenlijk eerst weten wat dat concept is. En, bestaat er wel zoiets als ‘de bibliotheek’?

Volgens de VOB wel, want zij beheren de website debibliotheken.nl. Voor ingewijden is het meteen duidelijk dat het hier gaat over openbare bibliotheken; zij weten dat er vele andere typen bibliotheken bestaan en dat die niet vergelijkbaar zijn. Voor de gemiddelde burger is dat helemaal niet vanzelfsprekend en dat merk ik dagelijks als ik mensen daarover spreek.

De meeste burgers hebben geen idee wat ‘een bibliotheek’ eigenlijk is, laat staan dat ze begrijpen dat er grote verschillen zijn tussen bibliotheken, zelfs tussen bibliotheken van hetzelfde type.

Wat betreft ‘openbare bibliotheken’: het maakt veel uit of de bibliotheek gevestigd is in een grote stad of in een klein dorp. Zelfs tussen ‘grote steden’ en ‘kleine dorpen’ zijn grote verschillen: componenten als de samenstelling en focus van het college van B&W, de aanwezigheid van een universiteit of hogeschool, de ligging van de gemeente, de aanwezigheid van goed openbaar vervoer, de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum e.a. bepaalt de behoeften van de burgers en naar het mij lijkt, de diensten en producten die de (lokale) bibliotheek aanbiedt of zou moeten aanbieden.

Maar als burgers geen idee hebben wat een openbare bibliotheek is (of zou moeten zijn) hoe kunnen zij dan bepalen wat voor bibliotheek belangrijk is binnen hun gemeente? En, hoe worden zij betrokken bij de ‘innovatie’ van hun bibliotheek?

Vragen waarop ik geen antwoorden vind via de landelijke bibliotheekkanalen.

De VOB lanceerde een prachtige ‘Nationale Innovatie Agenda’ die zelfs met buitenlandse collega’s wordt gedeeld via de discussielijst van IFLA: “kijk eens hoe innovatief wij zijn!”, maar wat voor mij veel belangrijker is, is hoe de burgers worden bereikt en betrokken bij wat aan de vergadertafel wordt bedacht.

De ambities van de de ‘Nationale Innovatie Agenda’ lijken echter vooral geïnspireerd door kostenefficiëntie en de participatiesamenleving. Er wordt veel tijd en energie gestoken in het optuigen en in stand houden van landelijke initiatieven (de Bibliotheek op School, E-books platform, nationaal bibliotheeksysteem, het landelijke Datawarehouse e.a.). Ondertussen wordt er lokaal flink bezuinigd op bibliotheken en bibliotheekpersoneel.

In mijn dorp is al jaren geen bibliotheek meer terwijl er grote behoefte is aan een innovatief bibliotheekconcept dat recht doet aan alle bewoners in het dorp waaronder ook de bewoners van het asielzoekerscentrum. In veel andere kernen binnen de gemeente waar ik woon, zijn uitleenpunten opgezet maar deze worden ‘gerund’ door vrijwilligers.

Overal in het land wordt de inzet van professionele bibliotheekmedewerkers ‘gereorganiseerd’ en worden vrijwilligers in dienst genomen. Vrijwilligers die als bibliotheekmedewerker worden ingezet maar ook vrijwilligers als taalcoach, instructeur in digitale vaardigheden, begeleiders en organisatoren van wijkactiviteiten e.a.

De argumentatie hiervoor is soms ‘innovatie’. Maar innovatie van wat?meisje met wijsvinger copy

Is de bibliotheek niet langer DE plek waar informatie en de toegang tot informatie is gewaarborgd? Een (fysieke) omgeving waar deskundige bibliothecarissen burgers kunnen helpen met het lokaliseren, gebruiken/toepassen van die informatie? Een plek waar ruimte is voor andere professionals zoals taalcoaches en instructeurs om hun beroep als professie te beoefenen? De plek in de samenleving waar alle burgers, ongeacht opleiding, etniciteit, religie, leeftijd, sociale omstandigheden terecht kunnen voor informatie en literatuur? Een plek waar recht gedaan wordt aan de veelheid van individuele wensen van burgers net betrekking tot lezen en lenen? Een plek waar die burgers zowel in de breedte als in de diepte de beschikking hebben over informatiebronnen en waar tegelijkertijd deskundigheid, betrouwbaarheid en veelkleurigheid de basis vormt van aanbod en handelen? Is het loslaten van bovenstaande uitgangspunten dan de vorm van vernieuwing?

Deze vragen leven bij mij maar misschien ook bij anderen? Burgers die niet of nauwelijks worden geïnformeerd over de uitgangspunten van de bibliotheek zullen niet in staat zijn mee te denken en mee te doen aan vernieuwing van die bibliotheek. Dat zou trouwens dan eens echte participatie zijn.

Ik zie te weinig beweging naar een vernieuwende bibliotheek zodat deze, in onze huidige samenleving, positief kan reageren op de hierboven gestelde vragen.

Natuurlijk zijn er bibliotheken die op de goede weg zijn, maar landelijk is er sprake van ernstige afkalving van bovenstaand idee van de bibliotheek.

Op diverse plaatsen in het land sluiten gemeenten contracten af met commerciële bibliotheekaanbieders. Blijkbaar beoogt men een heel andere bibliotheek. De geringe budgetten waarmee de commerciële aanbieders bereid zijn te werken, maken een bibliotheek echte innovatie niet mogelijk. Zeker als diezelfde commerciële aanbieders het normaal vinden dat vrijwilligers bereid zijn om als vrijwilligers ‘te werken’ voor dat commerciële bedrijf.

Wat de inzet van vrijwilligers betreft, het volgende. Bestuurders en politici vinden het inmiddels normaal dat bibliotheken bevolkt worden door vrijwilligers. Men vindt blijkbaar ‘bibliothecaris’ geen beroep laat staan een vak. Maar, het accepteren van de inzet van vrijwilligers ten koste van beroepskrachten geeft bestuurders en politici veel te veel bewegingsruimte om verder te bezuinigen: de bibliotheek wordt een organisatie van vrijwilligers en de professionaliteit van de bibliotheek komt hiermee ernstig onder druk te staan.

Nog ernstiger is het dat er bestuurders zijn die de inzet van vrijwilligers presenteren als ‘innovatie’. Maar vrijwilligers inzetten heeft natuurlijk niets met innovatie te maken. Sterker nog, de waarde van een (lokale) bibliotheek wordt niet aangetoond als de bibliotheek en haar professionele bibliothecarissen niet serieus genomen worden.

Kan het dan helemaal niet, vrijwilligerswerk in de bibliotheek? Jawel, maar dan alleen als extra ondersteuning, dus naast en aanvullend op de professionals en niet in plaats van. De vrijwilligers kunnen taken uitvoeren die niet tot het domein van de bibliothecaris behoren en zijn alleen aanwezig als er een professional aanwezig is. Elke bibliotheek, hoe klein ook, verdient namelijk een professionele bibliothecaris omdat de burgers waarvoor gewerkt wordt een professionele bibliothecaris verdienen.

Wat vrijwilligerswerk betreft lijken we terug te keren naar de situatie van ruim 100 jaar geleden, toen de bibliotheek werd gezien als een instituut voor verheffing van bepaalde groepen in de samenleving, gefinancierd door instituties zoals de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.

Anno 2016 is de bibliotheek er voor iedereen: individu en groep, jong en oud, laag- en hoogopgeleid, digitaal – en papier lezer, raadpleger en lener, leerling en professional, deelnemer aan de arbeidsmarkt en gepensioneerde, Europeaan en (tijdelijke) gast, gelovige en atheïst; iedereen moet in staat worden gesteld op zijn eigen manier de bibliotheek te gebruiken. De bibliotheek is een basisvoorwaarde voor inclusie, ontwikkeling, gelijke kansen en ontspanning. Het is een fysieke (en voor diegene die dat wil) een virtuele plek voor alle burgers. Dat mag een samenleving niet onthouden worden.

Nadenken over innovatie in de bibliotheek is prima, sterker nog dat moet zeker gebeuren, niet alleen nu maar continue. Maar een bibliotheek die zich richt op initiatieven die vooral interessant zijn voor specifieke groepen sluit een groot deel van de bevolking uit en maakt zich op den duur overbodig.

Das droomt zich een PCEcht innovatief is het om na te denken over wat (lokaal) nodig is om burgers te bedienen van een voor hen meest optimale bibliotheek. Dat kan door samenwerking met lokale partners; dat moet door burgers bij de ontwikkeling van zo’n lokaal concept te betrekken en dat moet zeker door innovatie van het beroepsprofiel en medewerkers naar een na-, bij- of herscholing te sturen.

Ik vind dat we daar meer dwarsdenkers voor nodig hebben en juist die dwarsdenkers zie ik veel te weinig terug in de (landelijke) overlegstructuren. De bibliotheken zouden er goed aan doen zich niet te laten leiden door de hype, de subsidiekraan en/of de budgettaire focus van de (lokale) politiek, maar zich te richten op echte innovatie: de idee ‘bibliotheek’ op een nieuwe manier voor te stellen. Maar dan moet je natuurlijk wel dat idee hebben!

 

Bijscholen, nascholen en meer

Naar aanleiding van het eindavies van het Platform2032 schreef ik in een blogpost dat het van belang is dat (Nederlandse) mediathecarissen en schoolbibliothecarissen bij- en nascholing behoeven om te voldoen aan de eisen zoals die in dat eindadvies worden gesteld.

Al enige jaren is op Meles Meles SMD: opleidingen, trainingen informatie te vinden over allerlei mogelijkheden tot bij- en nascholing in binnen- en buitenland, maar onlangs stuurden enkele collega’s mij informatie over nieuwe en herziene opleidingen die ik graag onder de aandacht breng. Het gaat in beide gevallen om online opleidingen op Masters niveau.

De universiteit van Prince Edward Island biedt een volledig online programma aan voor schoolbibliothecarissen. Meer informatie over deze opleiding UniversityOfPrinceEdwardIsland_brochuretotal kan worden verkregen bij

Ray Doiron, PhD
Professor Emeritus
Faculty of Education
University of Prince Edward Island
550 University Avenue
Charlottetown, PEI – CANADA
C1A 4P3
raydoiron@upei.ca

Ray was aanwezig in Maastricht bij IASL2015, dus sommigen van u hebben hem misschien ontmoet.

De universiteit van Kentucky biedt tevens een online programma aan voor leraren en mediathecarissen/schoolbibliothecarissen. Het programma is geaccrediteerd door de American Library Association (ALA). De universiteit biedt binnenkort meerdere online informatieve sessies aan waarvoor u zich gratis kunt inschrijven: March 10 @ 2pm (EST; UTC-05:00), March 22 @ 1pm (EDT; UTC-04:00), April 21 at noon (EDT; UTC-04:00), May 11 at 2pm (EDT; UTC-04:00), May 18 at 3pm (EDT; UTC-04:00), June 1 at 4pm (EDT; UTC-04:00), and June 14 at 1pm (EDT; UTC-04:00).

Meer informatie over dit programma UniversityOfKentucky_OIS-flyer-sp2016-slm en de online sessies kan worden verkregen bij

Maria Cahill, Ph.D.
Assistant Professor
School of Information Science, College of Communication and Information
Educational Leadership Studies, College of Education
University of Kentucky
maria.cahill@uky.edu

Tot slot van deze post wijs ik graag op een spiksplinternieuwe publicatie van Dr. Marcia Mardis et al (Marcia Mardis is hoofdredacteur van School Libraries Worldwide): The Collection Program in Schools. Het boek behandelt het collectioneren in de schoolbibliotheek met daarin aandacht voor actuele ontwikkelingen, de behoeften van leraren en de eisen die het curriculum stelt, maar ook een relatief nieuw fenomeen als ‘curation’ komt aan bod. Dit boek is zowel in hardcopy als E-book te verkrijgen.

De theorie van het dode paard

Bijgaande afbeelding gaat in de Nederlandse vertaling rond op diverse sites. Op LinkedIn schreef ik daarover al een post, maar hierbij nog een inhoudelijke opmerking.

2009_11_23 Dead Horse Theory

 

 

 

 

 

 

 

© Kevin Nicoll

Ik schreef een commentaar n.a.v. reacties op mijn vorige blog. ‘De theorie van het dode paard’ is in het kader daarvan de moeite waard.

In mijn commentaar schreef ik o.a. “lef tonen”, “verantwoordelijkheid nemen” en “niet wachten totdat je ergens toestemming voor krijgt”. Op het gevaar af dat het een beetje ‘oma vertelt’ wordt spreek ik wat dat betreft uit eigen ervaring. Als je iets wilt bereiken (privé of professioneel) dan zul je aan het werk moeten gaan. Met een dood paard lukt dat niet. Laat dat paard dus maar liggen en kies je eigen weg. Laat je inspireren door anderen maar maak je eigen keuzes en doe datgene waarin je gelooft. Doe ik ieder geval iets. Niks doen is voor bange mensen!

De informatieprofessional sterft niet uit!

In het laatste nummer van Digitale Bibliotheek staat een prikkelend artikel met als titel “Sterft het beroep van informatieprofessional uit?”
Op de LinkedIn Group Dutch Librarians and Information Specialists heb ik een korte reactie geschreven op het artikel, maar ondertussen ontving ik een interessante mail van de Robert Gordon University in Aberdeen en daarom hier een bewerking van en toevoeging op bovengenoemde  reactie.
Sterft de IP-er inderdaad uit? Een belangrijke en interessante vraag. Terecht wordt het belang en inhoud van het vak ter discussie gesteld. Maar bestaat De IP-er wel? Volgens mij niet. Natuurlijk zijn er overeenkomsten tussen de IP-ers in de diverse sectoren, net zoals er overeenkomsten zijn tussen artsen. Maar het maakt nogal wat uit of je huisarts of oncoloog bent; tandarts of chirurg. Er zijn, denk ik, net zoveel overeenkomsten als verschillen tussen informatiespecialisten in een ziekenhuis, school of advocatenkantoor.
Als je net zoals ik bent opgeleid op de ‘oude’ manier (BDA / BDI), heb je basiskennis die toepasbaar is in allerlei verschillende informatieomgevingen. Ik schrijf dit op basis van mijn eigen ervaringen: ik weet dat ik in elke informatieomgeving (bibliotheek, mediatheek, zelfs archief) zou kunnen werken. Een paar weken inwerken en hoppa, moet lukken. Ik zeg dat niet zomaar. Ik de praktijk doe ik dat al jaren lang. Dat vraagt flexibiliteit en inzet maar ook inzicht en de bereidheid om continue de grenzen te verleggen en (bij) te leren. Dat laatste is nou net wat ik mis bij veel vakgenoten.
Die IP-ers die dagelijks meerwaarde leveren voor de organisatie waar zij werken, en daardoor worden gewaardeerd zullen dus ook geen enkele reden hebben om te vrezen, dat zij overbodig zullen worden. Organisaties die IP-ers wegbezuinigen omdat ‘iedereen kan googlen’ hebben 1)niet begrepen wat een IP-er is, kan en moet doen en 2)IP-ers in dienst die blijkbaar niet in staat zijn om meerwaarde voor de organisatie te genereren of op z’n minst duidelijk te maken wat die meerwaarde is.

Maar even terug naar dat artikel. Ik ben ervan overtuigd dat een professional die in staat is informatie te lokaliseren, te metadateren en op maat aan gebruikers kan aanbieden, toekomst heeft. Die professional moet in staat zijn zich aan te passen aan elke omgeving, nieuwe technologieën kunnen gebruiken en zelfs innovatieve toepassingen kunnen bedenken. Dit alles gericht op het leveren van de juiste informatie voor die persoon in die situatie op dat moment. Als je dat kunt, dan ben je volgens mij een informatieprofessional, een IP-er die een belangrijke schakel is tussen aanbod en vraag, een professional die begrijpt wat van belang is voor de organisatie en hoe die organisatie de informatie aangeleverd wil hebben.
Wat mij betreft mag de IP-er die niet voldoet aan het bovenstaande, snel uitsterven. Dat zijn vakgenoten die niet voldoen aan de kwaliteitsstandaard (die wij in Nederland node missen!) voor de professional, werkzaam in en voor informatierijke omgevingen. Trouwens, noemen we zo’n professional nog informatieprofessional? Geen idee en dat zal me ook worst zijn. Voor mijn part blijft het gewoon bibliothecaris.
‘Be good and show it’ is het devies voor de beroepsgroep en dat kan alleen als je innovatief bent en meer doet dan denken in marketingstrategieën of kermen dat je niet voor vol wordt aangezien.

De IP-er heeft toekomstperspectief. En dat wordt onderstreept door een bericht van de RGU uit Aberdeen, dat ik afgelopen vrijdag ontving. Ter voorkoming van misverstanden, plaats ik het volledige bericht hieronder:
Robert Gordon University (RGU) in Aberdeen has launched a new Information Management MBA at industry’s request, addressing the recognition of the strategic importance of Information Management by public and private sector organisations.
The programme also tackles the gap in provision of professional education for existing and aspiring Information Managers.
Information and its effective management are central to the success of business and a knowledge-based society. The emphasis of RGU’s Information Management MBA is on strategic management of information and knowledge assets in organisations rather than on IT or Information Systems.
The MBA is designed for professional practice at middle and higher levels of management, for individuals with a degree in any subject discipline who have managerial experience in data management, information management, records management or knowledge management.
Dr. Laura Muir, MBA Information Management Course Leader said, “The course has been developed following increasing demand from businesses, particularly in the oil and gas sector. The focus is very much on the strategic importance of information management and is aimed at professionals who have moved in to information management from different scientific, technical or administrative business functions.”
The course will be delivered by online distance learning via RGU’s award-winning virtual campus providing flexible study, allowing professionals to learn at a time that suits them with the support of lecturers and fellow students.
RGU’s Aberdeen Business School (ABS) is recognised both nationally and internationally, most recently ranked by The Aspen Institutes Centre for Business Education in the global top 50 for its MBA programs in the highly acclaimed ‘Beyond Grey Pinstripes’ survey.
The MBA in Information Management will welcome its first cohort of students in January 2012. For further information about the course and how to apply please contact Dr. Laura Muir, Senior Lecturer and MBA Information Management Course Leader on +44(0)1224 263853 or email l.muir@rgu.ac.uk

Het meest interessante stukje uit de mail vind ik “at industry’s request, addressing the recognition of the strategic importance of Information Management by public and private sector organisations”.
Er komt een nieuwe opleiding, omdat de samenleving erom vraagt! Des te meer reden om uit te gaan van toekomstperspectief voor de IP-er. Natuurlijk niet voor de IP-er die zich terugtrekt in zijn eigen cocon, niet voor de IP-er die niet bereid is bij te leren, niet voor de IP-er die niet in staat is een leider te zijn op zijn eigen vakgebied binnen zijn organisatie. Maar wel voor de IP-er die innovatief is en beseft dat er nog een wereld te winnen is op zijn/haar vakgebied en die bereid is zelf ook een ‘leven-lang-te-leren’. Dat kan dus nu aan RGU, maar op het terrein van de onderwijsinformatiespecialist  al jaren aan allerlei andere (internationale) universiteiten.

’t Is weer voorbij, die mooie zomer

2011 was voor anderen misschien een natte , maar voor mij vooral een mooie zomer. Twee reizen, een naar Zuid-Afrika en een naar Jamaica, zorgden voor een vol en rijk seizoen.
In Zuid-Afrika nam ik deel aan door Equal Education georganiseerde debatten in Johannesburg en Kaapstad over onderwijsbibliotheekwerk in Zuid-Afrika. In Jamaica vond de 40ste IASL-conferentie plaats, een jubileum dus. Hieronder een korte impressie van beide evenementen.

EE debatten in Zuid-Afrika
Equal Education is een organisatie, gerund door voornamelijk jonge mensen, toegewijd aan kwaliteitsonderwijs. EE is o.a. bekend van de campagne 1 school, 1 library, 1 librarian waarover ik al eerder blogde.
Op 2o en 21 juni jl., vonden er 2 debatten plaats als voorloper van de conferentie The People’s Summit for Quality Education. Albert Boekhorst (IFLA sectie IL), Busi Dlamini (Director Africa IASL), Khanyi Dubazana (Director of ELITS), James Henri (Voormalig president IASL), Daniel Mangale (African Network for School Librarianship), Luisa Marquardt (Director Europe IASL), Sandy Zinn (Department of Library and Information Science, University of the Western Cape & Moderator) en deze blogger (namens ENSIL) discussieerden over vragen als ‘what do we mean by school libraries in the South-African context’, ‘what is the role of school libraries in South Africa’, ‘why is it so difficult to advocate school libraries’, ‘who do we need to leverage on school libraries’ and ‘why are librarians important in addition to school libraries’.
De debatten werden prima bezocht; in Johannesburg ca. 85 personen en in Kaapstad ruim 200, waaronder vele studenten.
Het onderwijs in Zuid-Afrika kent vele uitdagingen, maar voor het ontwikkelen van kwalitatief hoogwaardige onderwijsbibliotheken zijn nog vele hobbels te nemen. Om er eentje te noemen: de komende jaren moeten er minstens 30.000 onderwijsbibliothecarissen worden opgeleid om aan de vraag voor professionals in de onderwijsbibliotheken te kunnen voldoen. Het goede nieuws is dat er in ieder geval een debat plaats vindt. En hoe: de emoties liepen soms hoog op, vooral bij de studenten die de beleidsmakers en politici verweten onvoldoende te doen aan de verbetering van het onderwijs in het algemeen en het beschikbaar zijn van bibliotheken in het bijzonder. Een uitgebreid verslag van de debatten is te vinden op de site van Equal Education. Op de foto het panel in Kaapstad (v.r.n.l.): Sandy Zinn (achter de microfoon), James Henri, Luisa Marquardt, Albert Boekhorst, Lourense Das, Khanyi Dubazana en Daniel Mangale.

IASL in Jamaica
Jaarlijks organiseert IASL een internationaal congres en dit jaar werd de 40e editie gehouden in Jamaica. Een juiste keuze, want 40 jaar geleden werd IASL tijdens een docentencongres in Jamaica opgericht. Veel van de toenmalige initiatiefnemers waren aanwezig en werden in het zonnetje gezet tijdens een sprankelende welkomstreceptie met veel muziek en dans. Naast het ‘reguliere’ congres vond tevens de 15e editie plaats van het International Forum on Research in School Librarianship. Twee jubilea die met gepaste trots werden gevierd.
Het was een uitstekend congres met interessante sprekers waaronder Ellen Tise, IFLA President 2009-2011, Ross Todd, Carol Gordon, Hopeton Dunn en Lyn Hay, een groot aantal sessies waarin uiteenlopende onderzoekresultaten werden gepresenteerd, poster sessies en professional papers. Daarnaast een uitgebreid cultureel programma met veel muziek, storytelling en … eten!
Een interessant onderdeel dit jaar was ook een gezamenlijke pre-conference / Satellite event van IASL met IFLA School Libraries and Resource Centres section met als thema School Libraries: Best Practices for e-Learning. In het programma veel aandacht voor een groot e-learning project dat momenteel plaats vindt in Jamaica, met een keynote van Avril Crawford, CEO en Programme Coordinator van e-Learning Jamaica, een samenwerkingsproject van het Ministerie van Onderwijs en Jeugdzaken (MOEY), en het  Ministerie van Industrie, Technologie, Energie en Handel (MITEC), gevolgd door korte presentaties en een paneldiscussie van en met Jamaicaanse betrokkenen: een schoolleider, onderwijsbibliothecaris, universitair docent en entrepreneur, en een vertegenwoordiger van OLPC (One Laptop per Child). De middag werd gevuld met presentaties van e-learning voorbeelden uit andere landen en een workshop waarin de deelnemers zelf aan de slag gingen met uitdagende cases. Aan dat laatste mocht ik ook een bijdrage leveren. Het was niet de eerste keer dat IASL en IFLA SLRC samenwerkten en zeker ook niet de laatste keer. De joint committee is alweer aan het brainstormen over nieuwe projecten. Ik hou jullie op de hoogte. IASL Kingston, Jamaica 2011

 

 

 

Deze zomer heb ik weer veel geleerd over samenwerken, culturele verschillen en overeenkomsten, onderwijsvernieuwingen en de rol van de onderwijsbibliotheek hierin. Mijn belangrijkste uitkomst? Dat de ‘human factor’ een cruciale rol speelt. Niet alleen binnen organisaties zoals IASL, maar juist ook op de werkvloer in de eigen biblio/mediatheek. Prachtige inrichtingen, state-of-the-art faciliteiten, geweldige collecties, snelle internetverbindingen, flitsende projecten, portals en acties. Prachtig allemaal, maar het echte verschil wordt gemaakt door de persoon (= biblio/mediathecaris). Is dit nieuws, nou misschien niet maar voor mij wel weer een bevestiging dat er veel meer aandacht moet zijn voor de invloed van personen op onderwijs- en bibliotheekinnovatie, en wat minder op de technologie. Wil je meer weten over beide evenementen? Op verzoek mail ik je graag mijn eigen verslagen die zullen worden gepubliceerd in de IASL Newsletter. Je kunt natuurlijk ook lid worden van IASL ;-).

Rapport en aanbevelingen in Australië @ School libraries

Breaking News: na een uitgebreide nationale campagne en parlementair onderzoek in Australië zijn de uitkomsten hiervan en de aanbevelingen nu beschikbaar in het volledige rapport.

De aanbevelingen luiden:

  1. The Committee recommends that the Commonwealth Government partner with all education authorities to fund the provision of a core set of online database resources, which are made available to all Australian schools.
  2. IL Continuum: The Committee recommends that the Commonwealth Government work with the states and territories to develop a discrete national policy statement that defines the importance of digital and information literacy for learning in the 21st century, which can be used as a guide by teachers and principals.
  3. The Committee recommends that the Australian Curriculum, Assessment and Reporting Authority include statistical information about the breakdown of all specialist teachers, including teacher librarians, on the My School website.
  4. The Committee recommends that the Commonwealth Government support additional initiatives to promote reading, such as a National Year of Reading. The Department of Education, Employment and Workplace Relations should collaborate with the Australian School Library Association, Australian Libraries and Information Association and other education stakeholders in developing these initiatives
  5. The Committee recommends that the Commonwealth Government initiate an Australian-based longitudinal study into the links between library programs, literacy (including digital literacy) and student achievement, including their impact on improving outcomes for socioeconomically disadvantaged students.
  6. The Committee recommends that the Commonwealth Government support promotional activities undertaken by ASLA and ALIA that demonstrate to the school community the valuable work that teacher librarians are doing in respect of e-learning in their schools, including those that highlight their leadership capacity
  7. The Committee recommends that the rollout of the new national curriculum, which is to be made available online, include a component of training for teacher librarians.
  8. The Committee recommends that the Commonwealth Government commission a thorough workforce gap analysis of teacher librarians across Australian schools.
  9. The Committee recommends that the Minister for School Education, Early Childhood and Youth, through the Ministerial Council for Education, Early Childhood Development and Youth Affairs, establish a national dialogue, including with tertiary providers, on the role of teacher librarians today in schools and into the future. The dialogue should include an examination of the adequacy of the pathways into the profession and ongoing training requirements.
  10. The Committee recommends that the Commonwealth Government, through the Ministerial Council for Education, Early Childhood and Youth Affairs, discuss ways to enhance partnerships with state and territory and local levels of government to support school libraries and teacher librarians.
  11. The Committee recommends that the Commonwealth Government partner with ASLA and ALIA to produce a document that showcases some of the successful partnerships and programs between school libraries and other libraries, and joint-use libraries. The document should be made available to government and non-government education authorities and school principals.

‘Give them hell, Alan!’

Tijdens de 6e Triennal ECIS Librarian’s conference in Istanbul, was auteur en campaigner voor onderwijsbibliotheken Alan Gibbons een van de keynote speakers. Op humoristische maar vooral overtuigende wijze gaf Alan zijn visie op de bezuinigingen op (school)bibliotheken in de UK. “Bezuinigen op bibliotheken, met als gevolg dat deze moeten sluiten is immoreel” zo sprak hij. Een heerlijke speech van iemand die zich terecht kwaad maakt en daarbij ook helder kan formuleren waarom (school)bibliotheken er gewoon behoren te zijn. Het publiek was het roerend met ‘m eens zoals bleek uit de reacties uit de zaal: ‘Give them hell, Alan’.

Via Alan’s blog is te lezen op welke wijze hij schrijvers, bibliothecarissen en burgers mobiliseert om (school)bibliotheken open te houden. Hij richt zich daarbij direct to PM Cameron en neemt geen blad voor de mond.
Alan heeft volkomen gelijk en we kunnen er wat van leren want ook hier wordt dezelfde tactiek gehanteerd: de lokale bestuurders zijn verantwoordelijk maar ondertussen geeft de overheid te weinig geld aan gemeenten om hun taken op dit gebied naar behoren uit te voeren en doet het Ministerie van OC&W hetzelfde als het om onderwijsbibliotheken gaat.
Dit is schaamteloos wegkijkbeleid : kiep het maar over de schutting, onder het motto ‘wij leggen de taken neer bij de lokale overheid c.q. school en daarmee geven we de burgers meer verantwoordelijkheid’. Ja ja, leuk geprobeerd maar klopt natuurlijk geen bal van (lees ook het commentaar van Gibbons).

Gibbons gaat de strijd aan met alle middelen die hem ter beschikking staan. Hier reageren we wat bescheidener, tammer en vooral ook slapper. Als een auteur uit het flegmatieke Engeland in staat is zich zo kwaad te maken en een leger aan sympathisanten te mobiliseren, vraag ik me af waarom we dat in NL niet doen. Of kunnen we dat niet? Kan ik me niet voorstellen, dus kom op mensen, wie durft?

Alan’s aanpak werd/wordt gewaardeerd: na afloop van zijn speech in Istanbul kreeg hij een staande ovatie.DSCN0176

“Schoolbibliotheken: kans voor de toekomst?”

Reactie op special van Leesgoed, nr. 3, 2010.

Geachte redactie,

Wat verlaat, door de vakantie, wil ik graag reageren op de special van Leesgoed over schoolbibliotheken. Laat ik beginnen met mijn waardering uit te spreken voor de opzet en inhoud van dit nummer. Ik ben blij dat er zoveel aandacht is voor de schoolbibliotheek en met zoveel diversiteit aan bijdragen en auteurs.

Enkele jaren geleden verklaarde ik in een interview in Dossier Kennis & Media[1] dat Nederland voor wat betreft schoolbibliotheken in de onderste regionen verkeerde en helaas moet ik constateren dat dit nog steeds het geval is. Er zijn hiervoor diverse oorzaken.

We hebben in Nederland geen traditie in de ontwikkeling van schoolbibliotheken; niet wat betreft beleid, collecties, inrichting, beheer en zeker ook niet voor wat betreft personele bezetting. Behoudens enkele internationale scholen, ken ik geen basisscholen met een professionele schoolbibliothecaris in dienst. In het voortgezet onderwijs is de situatie iets beter, maar mijn schatting is dat het percentage professioneel opgeleide (fulltime) medewerkers in de mediatheken ver onder de 50 % ligt. Het ontbreken van een goede opleiding op dit gebied helpt natuurlijk ook niet echt. Het beroep ‘schoolbibliothecaris’ of ‘mediathecaris’ wordt niet als een onderwijsvak gezien, althans niet door SBL (Stichting Beroepen in het Onderwijs), en de diverse onderwijsvakorganisaties zoals schoolraad PO en VO. Het is in dit kader ook niet verwonderlijk dat er binnen het onderwijs in Nederland weinig belangstelling is voor schoolbibliotheken, want onbekend maakt onbemind. Er vindt vanuit deze sector dus geen stimulans plaats om alle scholen van goed geoutilleerde bibliotheken te voorzien.

Het beroep schoolbibliothecaris of onderwijsbibliothecaris (mijn voorkeursterm) is echter wel degelijk een vak. Niet omdat ik dit schrijf, maar omdat het een internationaal geaccepteerd en gewaardeerd vak is. Een vak dat onderwerp is van uitvoerige studies en onderzoek; een vak dat in de VS, Canada, Australië en diverse landen in Europa een kwalificatie op mastersniveau vereist. De professionals werkzaam als onderwijsbibliothecaris leveren een belangrijke bijdrage aan het primaire onderwijsproces. Een daar zit ‘m wat mij betreft nu ook de kneep. In Nederland zijn vooral openbare bibliotheken de promotors van schoolbibliotheken. Hoe sympathiek en in vele gevallen waardevol ook, OB-professionals zijn geen onderwijsprofessionals. De rol binnen het primaire onderwijsproces wordt niet waargemaakt, waardoor scholen, leraren, ouders, directies, besturen en beleidsmakers de meerwaarde van de onderwijsbibliotheek niet zien. De vraag ‘waarom hebben we eigenlijk een schoolbibliotheek nodig’ echoot daarom weer volop door het land. We hebben de (lokale) bibliotheek en het internet, dus waarom investeren in een onderwijsbibliotheek?

Het antwoord van de bibliotheken, gestimuleerd door projecten onder de regeling ‘Combinatiefuncties’ is de Brede School bibliotheek met een focus op leesbevordering en mediawijsheid. Dat lijkt mooi, maar het is slechts een deel van de taart.

Een professionele onderwijsbibliotheek maakt een onlosmakelijk onderdeel uit van alle onderwijsactiviteiten: leren, lezen, beleven, creëren, experimenteren, communiceren, samenwerken en delen, zowel binnen als buiten het schoolgebouw. Een dergelijke holistische aanpak ontbreekt in Nederland en dat komt mede door de afwezigheid van specialistische kennis binnen scholen en bibliotheken.

Het verklaart ook de stelling van Kees Broekhof (pag. 83) “Het is voor de schoolbibliotheek niet mogelijk om de bijdrage aan de leerresultaten te meten [sic], maar het is wel mogelijk om bij te houden wie wat leent en om te achterhalen in hoeverre geleend materiaal wordt gebruikt [sic]”. Laat ik hierbij iedereen (nogmaals) van deze dwaalstelling afhelpen: al decennia lang wordt onderzoek gedaan naar de relatie onderwijsbibliotheek en leerresultaten en de uitkomsten zijn volstrekt helder. Er is ‘onweerlegbaar bewijs’* dat onderwijsbibliotheken een positieve bijdrage leveren aan de onderwijsprestaties van leerlingen. In cijfers uitgedrukt gaat het om een verbetering van 10 – 20 % (!) uiteraard afhankelijk van de toegepaste succesfactoren.

In deze special van Leesgoed is veel aandacht voor de rol van de bibliotheken binnen het onderwijs. Het gaat hier om een belangrijke bijdrage van de (lokale) bibliotheek die echter nooit de rol en taak van onderwijsbibliotheek kan innemen. Vandaar ook de huidige actie voor ‘A Library in Every School’ (ALIES) vanuit Stichting ENSIL, IFLA School Libraries en Resource Centers en IASL. Elke school verdient een professionele bibliotheek met een professioneel opgeleide en gekwalificeerde onderwijsbibliothecaris. De onderwijsbibliotheek vervult een onmisbare onderwijskundige functie in het onderwijs. De school en zijn medewerkers en leerlingen bepalen de inhoud, koers en het gebruik en met welke partners zij willen samenwerken. Dat de bibliotheek een belangrijke partner is, moge duidelijk zijn maar een schoolbibliotheek die buiten het primaire proces slechts een paar functies vervult, zal nooit worden ervaren als ‘onmisbaar’ of ‘onvervangbaar’. Bij gebrek aan geld of mankracht kan met een pennenstreek zo’n schoolbibliotheek van tafel worden geveegd: er zijn toch alternatieven zoals het web en de bieb?

Het zou mooi zijn als de Nederlandse bibliotheken, zoals collega’s elders (Australië, Zuid-Afrika[2], Italië[3]), het ALIES initiatief zouden steunen: goede, professionele onderwijsbibliotheken met een anker in het primaire onderwijsproces zijn goed voor de bibliotheken. Zij versterken de (landelijke) bibliotheekfunctie en de ontwikkeling van langdurige en kwalitatief hoogstaande relaties met scholen. Het vraaggericht werken wordt een fluitje van een cent; leesbevordering en mediawijsheid zijn geen opties maar core-business en met een substantiële verbetering van de onderwijsprestaties in het verschiet, krijgt de kenniseconomie in Nederland een echte boost. Dat is niet slechts een kans maar een echte bibliotheekinnovatie.

Met vriendelijke groet,
Meles Meles SMD
Lourense Das

Stichting ENSIL http://www.ensil.eu
IFLA SLRC http://www.ifla.org/en/school-libraries-resource-centers
IASL http://www.iasl-online.org
Facebook page ALIES http://www.facebook.com/home.php?sk=lf#!/pages/A-Library-in-Every-School/123615464341320

*Er zijn tientallen onderzoeken gedaan in de VS, Canada, Australië en Europa, gebruik makend van een andere methodologie, maar telkens met dezelfde uitkomsten. Dr. Ross Todd beschreef dit eerder als ‘irrefutable evidence’.


[1] Nederland in de onderste regionen: interview met Lourense Das. Dossier Kennis en Media 2004, december (6).
[2] 1 school, 1 library, 1 librarian campaign.
Equal Education has made a call for a 24 hour fast for school libraries from Thursday, 29 July – Friday, 30 July. Yolanda Benya, Grade 12 learner and EE leader says “Our campaign for school libraries continues. We refuse to eat for 24 hours. This will send a message. We need books and libraries and a decent education for the sake of our lives. Support us”.
[3] July 23rd, a meeting was held at the Italian Ministry for Education in Rome. A delegation of the AIB-CNBS (i.e.,  Italian Library Association – National Standing Committee for School Libraries) could met some representatives of the Ministry in order to discuss issues and ideas about the situation of school libraries and librarians in Italian schools, and hopefully (re-)activate a fruitful collaboration. Prof. Donatella Lombello (Associate Prof. at Padua Univ. and coordinator of the AIB Committee), prof. Mario Priore (school teacher and librarian, school teacher and librarian’s trainer, member of the AIB Committee) and Prof. Luisa Marquardt could advocate for school libraries and librarians. We explained the need for a school library professionally equipped and managed, adequately funded, etc. We could also present some ideas and projects (at no or small cost for the central administration) which could foster the schools in their reading and library projects, enhance their activities and services etc. [sic]

Bedeesd?!

Bibliothecarissen* staan in het algemeen niet bekend als individuen die zelfbewust de barricaden beklimmen als hun werk of positie wordt bedreigd.
Web 2.0 heeft daarin (gelukkig) wel wat verandering gebracht. Via blogs, twitter, netwerkdiscussies e.a. wordt tegenwoordig regelmatig te hoop gelopen tegen (overheids)beslissingen die het voortbestaan van bibliotheken bedreigen of de posities van bibliothecarissen ondermijnen.

De beste manier echter om je bibliotheek en je eigen positie daarin te behouden en te verbeteren, is aantonen dat je een positieve bijdrage levert aan: […] dit mag je zelf invullen! In het onderwijs gaat het natuurlijk om de positieve bijdragen die geleverd wordt aan de onderwijsprestaties van leerlingen.
Alhoewel ik al jaar en dag uitdraag dat er talloze onderzoeken zijn die bevestigen dat onderwijsbibliotheken / mediatheken de studieprestaties van leerlingen positief beïnvloeden, bemerk ik dat deze boodschap niet vaak genoeg verteld kan worden, want hele volkstammen in het onderwijs en de bibliotheekwereld zijn hiervan niet op de hoogte.

Gelukkig zijn er internationaal collega’s die ook niet ophouden de ‘school library’ te blijven promoten door telkens opnieuw te benadrukken dat allang bewezen is dat scholen niet zonder bibliotheek kunnen functioneren.

In een tijd waarin scholen mediatheken (gaan) sluiten geen overbodige luxe. Daarom hierbij nogmaals 11 bladzijden met munitie voor al diegenen die het belang van de schoolbibliotheek / mediatheek / informatiecentrum in de school willen onderstrepen: “School Libraries, Now More Than Ever: The CISSL Position Paper on Library Cuts”. Dit stuk is van Carol Gordon en Ross Todd, geen onbekende in Nederland en is onlangs gepubliceerd.

Hou dus op met bedeesd zijn: wees zelfbewust en vaardig, gebruik alle publicaties die al eerder (ook via deze blog) het belang van de onderwijsbibliotheken aangeven en maak het ook waar. Succes!

*hier gebruikt als verzamelnaam voor biliotheken, mediatheken, informatiecentra, open leer centra et cetera.

A Library For Every School: Proclamation

Goede Vrijdag 2010 (2 april) is wereldwijd de Proclamatie ‘A LIBRARY FOR EVERY SCHOOL’  gepubliceerd.
Een mijlpaal, niet alleen omdat voor de eerste keer in de geschiedenis Stichting ENSIL, IASL en IFLA School Libraries & Resource Centers section hebben samengewerkt om een dergelijk document tot stand te brengen, maar vooral omdat de publicatie kort en krachtig het belang van bibliotheken in het onderwijs onderschrijft en beargumenteert.

De Proclamatie is de start van een wereldwijde actie om elke school te voorzien van een professionele state-of-the-art informatie- en kenniscentrum onder leiding van adequaat opgeleid personeel. Dit zal niet zonder slag of stoot gaan. Praktisch gezien kunnen we bijvoorbeeld in Nederland helemaal niet voldoen aan de wens om op korte termijn in elke school (van basis- t/m middelbaar beroepsonderwijs) een bibliotheek op te zetten: er zijn doodgewoon onvoldoende professionals beschikbaar om al die bibliotheken te bemensen en opleidingen om snel aan de vraag te kunnen voldoen zijn er ook niet.
Naast het verspreiden van de proclamatie zal daarom ingezet moeten worden op opleiden – opleiden – opleiden. Het is niet de eerste keer (en het zal voorlopig ook wel niet de laatste keer zijn) dat ik daartoe oproep. Bibliotheekwerk in het onderwijs was, is en blijft mensenwerk en kan alleen goed worden uitgevoerd als de school beschikt over personeel met de juiste competenties. Als de proclamatie in Nederland iets gaat opleveren, dan hoop ik vurig dat ’t dit laatste zal zijn: een uitstekende opleiding voor duizendpoten die zich na hun afstuderen met hart en ziel, met hoofd en handen, kunde en kunstwerk inzetten voor de onderwijsgemeenschap. De resultaten zullen verbluffend zijn: leerlingen gaan 10 – 20 % beter presteren en leraren weten zich gesteund door professionals: een geruststellend gevoel.

Maar eerst is er nog werk aan de winkel: de proclamatie moet worden vertaald (wordt aan gewerkt) en verspreidt (wordt over onderhandeld). Ik hou jullie op de hoogte!

PS: Zie voor de tekst van de Proclamatie in het Engels, de website van Stichting ENSIL