Digitale geletterdheid: kansen voor de onderwijsbibliothecaris

Digitale geletterdheid is een van de basisvaardigheden zoals beschreven in het eindadvies  van het Platform Onderwijs2032. In het advies wordt niet ingegaan op ‘wie’ dit onderdeel voor zijn rekening zou moeten nemen in de school en hoe dat onderwijs er precies uit zou moeten zien. Dat is ook niet eenvoudig gezien de uiteenlopende onderdelen binnen deze vaardigheid: basiskennis van ICT, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.

Hierbij mijn reactie op ‘wie’.

Laat ik beginnen met dat ik blij ben dat gekozen is voor de term ‘geletterdheid’. In de Engelse taal wordt al veel langer de term ‘literacy’ gebruikt voor lees- en schrijfvaardigheid, maar ook voor bijvoorbeeld MIL (Media and Information Literacy). We sluiten ons hiermee niet alleen aan bij internationale terminologie, maar, en dat is belangrijker we stappen o.a. af van het idee dat informatievaardigheden vooral over vaardigheden gaan en niet over kennis, vaardigheden en attitude.

Bibliothecarissen en in het bijzonder onderwijsbibliothecarissen spelen al decennia lang een belangrijke rol in het bevorderen van geletterdheid door het aanbieden van ruime collecties boeken, het bevorderen van het plezier in lezen en door het samenwerken met vakdocenten in het kader van lees- en literatuuronderwijs. Dit geldt eveneens voor het informatievaardig maken van leerlingen (en docenten!) en het integreren van mediawijsheid in het onderwijs. De onderwijsbibliothecaris – in ieder geval in internationaal perspectief – houdt zich dus al bezig met in ieder geval twee onderdelen binnen digitale geletterdheid, naast onderdelen binnen Functionele taalvaardigheid, een ander onderdeel binnen de basisvaardigheden.

Maar hoe zit het met computational thinking? Het platform schrijft: “…leerlingen leren de essentie van computertechnologie te begrijpen en computers kunnen inzetten om een probleem op te lossen. Hoe kiest een zoekmachine bijvoorbeeld uit een grote hoeveelheid zoekresultaten een bepaalde volgorde? … Computational thinking richt zich op de vaardigheden om problemen op te lossen waar veel informatie, variabelen en rekenkracht voor nodig zijn.”

Het gaat dus om vaardigheden die aanschurken tegen de andere drie genoemde onderdelen. Twee daarvan (informatievaardigheden en mediawijsheid) zijn het domein van de onderwijsbibliothecaris. Prima reden om deze professionals dat te laten doen waar ze goed in zijn en waarin ze ruime ervaring hebben. Maar zo eenvoudig is het helaas niet. Onderwijsbibliothecarissen zijn er in Nederland nauwelijks; er zijn al decennia lang geen opleidingen meer en destijds afgestudeerden beschikken meestal niet over de competenties die (internationaal) aan deze beroepsgroep worden gesteld. Het is daarom belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in het ontwikkelen van een goede opleiding en voldoende bij- en nascholing voor o.a. bibliothecarissen, leraren, mediathecarissen, mediacoaches e.a. die zich op dit moment bezig houden met informatievaardigheden en mediawijsheid. Het wiel hoeft daarvoor niet opnieuw te worden uitgevonden; in de VS, Canada, Australië maar ook in Europa bestaan goede opleidingen voor ‘Teacher-Librarians’. Tijdens IASL2015, afgelopen zomer, is vastgesteld dat verschillende universiteiten bereid zijn hun expertise, jarenlange ervaring en curriculum te delen met universiteiten in Nederland (en daarbuiten). Een opleiding tot onderwijsbibliothecaris kan daarom op redelijk korte termijn worden gerealiseerd, zonder enorme geldinvestering. Bovendien zijn er al opleiders beschikbaar, o.a. bij de Open Universiteit.

En, er is nog meer. De internationale opleidingen bieden veel meer aan dan alleen de competenties op het gebied van informatievaardigheden en mediawijsheid. De onderwijsbibliotheek (mediatheek/olc/bibliotheek) wordt beschouwd als ‘de hub’ in het (digitale) onderwijs en de onderwijsbibliothecaris als degene die i.s.m. vakdocenten uitvoering geeft aan de vaardigheid ‘digitale geletterdheid’ zoals door het Platform beschreven.

Hier liggen kansen voor de Beroepsvereniging Mediathecarissen (BMO) en individuele beroepsbeoefenaren. Grijp die kans zou ik zeggen en draag bij aan Onderwijs2032.

 

Informatievaardigheden en de mediathecaris

Soms wordt geduld beloond. In 2005 werd aan mij gevraagd een bijdrage te leveren aan een module ‘informatievaardigheden’ voor het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit.

Door allerlei ontwikkelingen werd er niets gedaan met mijn bijdrage en verdween de module in een la.
In 2009 pakte Jaap Walhout de draad weer op. De eerste (draft) versie van de module werd herschreven, aangevuld en bewerkt voor een RdMC rapport en de nieuwe teksten waren begin 2011 klaar om voorgelegd te worden aan de eindredactie. De kritische noten van de eindredacteur werden verwerkt, de teksten aangevuld en verbeterd … en dan is het wachten op de uiteindelijke publicatie.
Eind december vorig jaar was de online versie beschikbaar en vandaag viel bij mij (eindelijk) de ‘hard copy’ op de mat.

Trots? Ja, een beetje wel. Trots op het eindresultaat, op de aandacht voor de mediathecaris / mediatheek die deze publicatie hopelijk weer oplevert en op de prettige samenwerking met Jaap.

 

4In Balans 2011: kansen voor mediathecarissen

Ik had er ook al over getwitterd, maar ik wijd er graag ook nog een post aan.
Onlangs verscheen de Vier in Balans monitor 2011 van Kennisnet en ik was aangenaam verrast door de aandacht voor Informatievaardigheden in deze editie. IV wordt net zo belangrijk gevonden als ‘rekenen, lezen en schrijven’. Prachtig! Maar dan moet er nog wel wat gebeuren, want van implementatie van IV in het onderwijs is op grote schaal nog geen sprake; leraren zijn onvoldoende geschoold en in staat om dit te doen en er is niemand op school die IV vorm kan geven en leraren kan ondersteunen bij die implementatie en/of de uitvoering ervan.
Kennisnet zegt er zelf dit over:
“Computer in de klas heeft leraar nodig. Het gebruik van ict in het primair, voortgezet, en middelbaar beroepsonderwijs is de afgelopen jaren vanzelfsprekend geworden, maar de aanschaf van computers of digiborden leidt niet zonder meer tot kwaliteitsverbetering. Het rendement van ict hangt nauw samen met de aanwezigheid van een leraar die samenhang weet aan te brengen tussen de leerinhoud, de ict-toepassing en de leerling. Dit zijn enkele uitkomsten van de Vier in Balans Monitor 2011”. (Bron: Kennisnet Nieuwsbrief, oktober 2011)

Je zou bijna zeggen, hé, hé, bij Kennisnet beginnen ze eindelijk het licht te zien v.w.b. IV in het onderwijs, maar we zijn er nog niet. Want opvallend is natuurlijk wel dat blijkbaar nog niemand bij Kennisnet heeft gehoord van ‘mediathecarissen’, een beroepsgroep toch speciaal toegerust om die rol van ‘leraar die samenhang weet aan te brengen tussen de leerinhoud, de ict-toepassing en de leerling’ te vervullen. Dat wil zeggen, uiteraard die mediathecarissen (en die zijn er gelukkig wel) die beschikken over de juiste competenties. Een rol overigens die in vele andere landen al jaren met verve en zeer succesvol wordt vervuld door onderwijsbibliothecarissen. Een mooie taak en uitgelezen kans voor de beroepsgroep LWSVO / BMO om Kennisnet en alle andere betrokkenen te informeren en te overtuigen. Dus dames (het bestuur bestaat op dit moment uit dames) van de LWSVO, zet ‘m op !

“Onderwijs maakt kind niet mediawijs”

Onder bovenstaande titel plaatste Essentials Media vandaag een nieuwsbericht op haar prachtige nieuwe site. Het bericht verwijst naar een blogpost van Joost Ramaer van De Nieuwe Reporter, naar aanleiding van een artikel van Fifi Schwarz in The International Clearing House on Children, Youth and Media met als titel: media literacy and the news.

Een reactie op de blog van Ramaer is veelzeggend: Kunnen we ‘het onderwijs’ vrijwaren van dit soort vage extra opdrachten? Leer mensen nadenken. Dan kunnen ze zichzelf heel goed medicijnenwijs, mediawijs, vreemdelandenwijs, dierenwijs en breiwijs maken.

Ik kan deze reactie wel plaatsen. Sinds de term ‘mediawijsheid’  in 2005 door de Raad voor Cultuur is geïntroduceerd, is er een Babylonische spraakverwarring onstaan over wat mediawijsheid nou eigenlijk is. Sommigen richten zich alleen op internetveiligheid, anderen vinden dat het maken van mediaproducties ook een onderdeel van mediawijsheid is weer anderen vinden dat het kunnen omgaan met Web 2.0 applicaties de lading geheel dekt. Ik heb eerlijk gezegd nooit goed begrepen waarom die nieuwe term er zo nodig moest komen. (In het EN taalgebied is het al decennia-lang Information Literacy).
Ik houd me mijn hele ‘mediatheekleven’  al bezig met leerlingen leren omgaan met informatie. Ik wist lange tijd niet dat daar een term voor was, totdat ik kennismaakte met het werk van Albert Boekhorst en ‘informatievaardigheden’ een begrip met handen en voeten werd. Informatievaardigheden had vroeger alleen betrekking op boeken en tijdschriften, later kwam daar avm bij en nu hebben we het web (1.0, 2.0 enzovoort). Maar het gaat nog steeds in de eerste plaats om de inhoud en niet om die media en dus heeft Hugo Arlman groot gelijk als hij zich ergert omdat die ‘350 organisaties die zich in NL met mediawijsheid bezig houden’ weer wat nieuws willen introduceren.

Maar volgens mij is er helemaal niks nieuws onder de zon. We rijden al zo’n 100 jaar auto en de auto’s van nu zijn niet de auto’s van toen; net zomin als het verkeer van nu te vergelijken is met het verkeer van vroeger. Toch hebben we het nog steeds over auto rijden, wegen en verkeer. De automobilist en de ANWB hebben zich aangepast en elke zichzelf respecterende mediathecaris en docent heeft dat ook gedaan: we leren leerlingen o.a. lezen, informatie verwerken… en nadenken! Dat is de opdracht van het onderwijs en nieuwe media maken gewoon deel uit van de nieuwe omgeving en dus van de vocabulaire.

Jammer daarom dat het aardige en heldere artikel van Fifi Schwarz weer een nieuwe inhoud aan mediawijsheid wil geven en dan nu vooral gericht op nieuws en ‘oude media’.
Mediawijsheid omvat veel meer dan dat alleen. Als iedereen begrijpt wat het inhoudt en dezelfde definitie gebruikt komt het met die geïntegreerde aanpak wel goed en kunnen we alle leerlingen in Nederland mediawijs maken.

Daarom hierbij een heldere omschrijving: Saskia Brand-Gruwel en Jaap Walhout* van het Ruud de Moor Centrum definiëren mediawijsheid als volgt: “Mediawijsheid omvat informatievaardigheden, ict-vaardigheden en netiquette”. En nou niet meer vergeten. Capito?!

* Brand-Gruwel, S. en J. Walhout. (2010). Informatievaardigheden voor leraren; rapport 9. Heerlen: Ruud de Moor Centrum, Open Universiteit.

Word informatievaardig!

De aandacht voor informatievaardigheden neemt toe. In korte tijd zijn twee boeken verschenen. Eerder schreef ik al over Goochelen met informatievaardigheden van Peter den Hollander en dit keer wil ik het hebben over Word Informatievaardig!: digitale informatie selecteren, beoordelen en verwerken van Saskia Gruwel-Brand en Iwan Wopereis.

Beide schrijvers zijn verbonden aan CELSTEC, het Centre for Learning Sciences and Technologies van de OU en het boek is gebaseerd op onderzoek gedaan bij datzelfde CELSTEC.

De titel van het boek maakt meteen duidelijk dat specifiek wordt ingegaan op digitale informatie, oftewel informatie van het web, gezocht en gevonden via zoekmachines, databases en andere webbronnen. Niet verwonderlijk, omdat het boek is geschreven voor studenten (HBO en WO) die behoren tot de ‘Google-generatie’.

Het boek is beknopt maar kent een duidelijke structuur die consequent in elk hoofdstuk wordt toegepast: erg handig om snel vertrouwd te raken en onderwerpen te kunnen vinden. Het boek begint met een Leeswijzer waarin problemen en mogelijke activiteiten verwijzen naar de respectievelijke hoofdstukken. Tezamen met een samenvatting aan het eind van elk hoofdstuk en het register aan het eind van het boek, maakt dit het zoeken en vinden van de beschreven onderwerpen bijzonder gemakkelijk.

Elk hoofdstuk begint met een soort sitemap: alle onderdelen van het hoofdstuk en twee kolommetjes met een verwijzing naar de pagina. Alle hoofdstukken zijn geïllustreerd met praktijkvoorbeelden (in apart kader), afbeeldingen en figuren die de tekst aanvullen en ondersteunen.

De basis voor het boek vormt het zgn. 5-stappenmodel:
1. Verduidelijk de opdracht
2. Zoek informatie
3. Selecteer en verwerk informatie
4. Presenteer informatie
5. Reguleer en evalueer
De onderverdeling van elke stap in 2, 3 of 4 deelstappen is logisch en helder en versterkt de duidelijke structuur.

Zoals gezegd: het boek is geschreven voor studenten, maar kan zeker ook gebruikt worden in het VO. Door leraren, leerlingen en mediathecarissen. Het kan een leidraad zijn bij het voorbereiden van instructie en het samen met leraren ontwerpen van vakspecifieke informatievaardigheidstraining. Ook zullen leerlingen in de bovenbouw van Havo/VWO (delen) van dit boek zelfstandig of met hulp kunnen gebruiken. Voor mij vormen vooral de hoofdstukken over de stappen 4 en 5 een waardevolle aanvulling: deze onderwerpen onttrekken zich vaak aan het zicht van mediathecarissen maar zijn wezenlijke onderdelen van het totale informatievaardighedenonderwijs.  

Tot slot: de uitgever verstrekt aanvullende informatie voor studenten en docenten behorende bij het boek na (gratis) registratie. Het boek is een waardevolle aanvulling op andere literatuur over dit onderwerp, met name door de opzet. Ook dit boek kopen dus, voor de vakcollectie in de mediatheek, als studieboek voor leerlingen en/of vakliteratuur voor de leraren … en zelf lezen natuurlijk!

Goochelen met informatievaardigheden

Informatievaardigheden of Mediawijsheid: dit was een van de zaken die aan de orde kwamen tijdens het openingscongres van de Maand van het Vinden, gisteren 7 april 2010 op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam.
Prettige muziek van BassicVibes omlijstte een viertal sprekers en de lancering van het nieuwe boek van initiatiefnemer van deze Nederlandse variant van de Amerikaanse Information Literacy Month (afgelopen oktober), Peter den Hollander.

De presentaties waren een goede mix van academische en praktische gezichtspunten. Roeland Smeets, mediathecaris van het Barlaeus deed de aftrap met een interessant verhaal over de manipulatie van informatie.  Aan de hand van het boek van Nick Davies ‘Gebakken lucht’ toonde hij voorbeelden van manipulatie en propaganda en sloot af met een welgemeend pleidooi voor structurele aandacht voor Informatievaardigheden in het voortgezet onderwijs.

Voor mij bijzonder interessant was de presentatie van geschiedenis docente Sabine Onvlee. Zij vertelde hoe ze met vallen en opstaan informatievaardigheden in haar lessen implementeert en daarvoor de hulp van mediathecaris Roeland Smeets inroept. In haar presentatie ging ze in op de rol van de traditionele docent die zweert bij boeken en de post-modernisten die alleen maar met digitale informatie willen werken. Sabine kiest voor de middenweg: gebruik de informatie die past binnen je leerdoel en soms zijn dat boeken, soms zijn dat digitale bronnen en vaak zijn het beide. Duidelijk is voor haar in ieder geval wel dat leerlingen niet van nature informatievaardig zijn: docenten hebben een taak om hun leerlingen binnen het onderwijsleerproces daarbij te begeleiden en hen deze specifieke competenties bij te brengen.

Sabine’s verhaal sloot mooi aan bij Albert Boekhorst’s pleidooi voor het toepassen van de ruime interpretatie van informatievaardigheden en de presentatie van Amber Walraven die resultaten van haar onderzoeken afwisselde met aanbevelingen voor docenten: ga uit van wat je wil bereiken en kies daar de lesmethode en de te gebruiken informatie bij. (De presentaties zullen op de site van de Maand van het Vinden worden gepubliceerd).

Zoals gezegd, Informatievaardigheden of Mediawijsheid, dat onderwerp kwam een paar keer terug. De traditionele pleitbezorgers van informatievaardigheden weten het al jaren: informatievaardigheden horen thuis in het primaire leerproces. Dat was al zo in het predigitale tijdperk en dat is nog steeds zo. Maar door de technologische ontwikkelingen en de groei van de hoeveelheid informatie en de diversiteit aan verschijningsvormen , hebben de postmoderne mediawijsheid adepten zich een deel van dit domein toegeëigend. De focus ligt bij hen op het gebruik van die media  en niet op de leerdoelen.

En daarmee komen we bij het sluitstuk van de middag namelijk het aanbieden van het eerste exemplaar van het boek van Peter den Hollander: Goochelen met informatievaardigheden: een didactische aanpak.
Uitgeverij Coutinho – ISBN 978 90 469 0200 4

Het boek bevat bijdragen van o.a. Albert Boekhorst, Remco Pijpers en Els Kuipers. Bij mijn weten is dit het eerste echt didactische boek over informatievaardigheden. Het is speciaal bedoeld voor (aankomende) leraren, maar is ook waardevol voor mediathecarissen, juist vanwege de didactische onderbouwing. Het is een belangrijk boek omdat het niet gaat over de vraag of informatievaardigheden thuis horen in het onderwijs, maar over de vraag   hoe je die competentie aanleert. Het boek geeft daartoe vele handreikingen, ook via twee websites die aanvullende informatie bevatten, waaronder oefeningen.
Voor mij een aangename verassing was het hoofdstuk ‘Hoe kinderen leren’ en ook de vertaling en bewerking van Carol Kuhlthau’s onderzoek, gepubliceerd in haar baanbrekende werk Seeking Meaning, in een tweetal hoofdstukken. Dit is geweldig, want nu kunnen nog meer mensen kennis nemen van haar belangrijke onderzoek.

Valt er dan niks aan te merken op dit boek? Jazeker wel. Het taalgebruik en niveau van de hoofdstukken wisselen nogal. Jammer want een goede redactie had dit kunnen voorkomen. Verder had voor mij de rol van de functie mediatheek en de functionaris mediathecaris  wat meer voor het voetlicht mogen komen.

Al met al onvoldoende redenen om dit boek niet warm aan te bevelen. Evenals de andere activiteiten binnen de Maand van het Vinden. Check de website en doe mee.

En wat betreft het boek: Kopen dus en Gebruiken!

Digital Natives

‘Digital natives’ houden de gemoederen bezig. Was er een paar weken geleden een uitgebreide discussie in de Onderwijs 2.0 group van LinkedIn, sinds een paar dagen wordt er heftig gediscussieerd op de list-serve van IASL.
Daarbij gaat het niet zozeer over wat een DN eigenlijk is, maar meer over wat wij (leraren en onderwijsbibliothecarissen) met ze aanmoeten. Dat we er iets mee moeten is wel duidelijk, maar wat dan?

DN-ners verwachten van ouders, school, hun sociale omgeving acties die aansluiten bij hun belevingswereld, althans dat wil de commercie ons graag doen geloven. Kijk maar eens naar Abbey, the digital native. Eerlijk gezegd moest ik wel een beetje lachen om dat rare filmpje: het was duidelijk een ‘gemonteerd’ kunstwerkje want een kleuter met dit taalgebruik? Bovendien waren de ‘cuts’ duidelijk te zien, maar het filmpje maakt bij veel collega’s wereldwijd veel emoties los en terecht. Want er zijn helaas nog teveel mensen die denken dat je met tooltjes alleen de leeromgeving verrijkt en leerlingen beter leert leren. Geef ze nou maar al die leuke speeltjes en dan komt het vanzelf wel goed. Ook volgens Abbey ligt het probleem bij de volwassenen die maar niet willen opschieten met het omturnen van de leeromgeving. 

Maar is dat ook zo? Uit talloze rapporten blijkt dat nogal tegen te vallen: we hebben ‘traditionele’ vaardigheden (lezen) nodig om informatie van een scherm te kunnen interpreteren en gebruiken en computers effectief te kunnen gebruiken. Zelfs mensen die wel goed kunnen lezen en interpreteren hebben problemen met het vinden van de juiste informatie. Het gevolg is dat de meeste webgebruikers slechts oppervlakkig gebruik maken van alle mogelijkheden; ze hebben problemen met het vinden van informatie, met het begrijpen van informatie en met het transformeren van informatie naar kennis. Onderwijs in informatievaardigheden is daarom broodnodig maar daaraan ontbreekt het op de meeste scholen.
Het is trouwens op zijn minst curieus te noemen dat Nederland het enige land ter wereld is dat zoveel termen kent voor de internationaal bekende en geaccepteerde term ‘Information Literacy’.
Inmiddels is er ook nog een wijdverbreid misverstand ontstaan over de verhouding informatievaardigheden – mediawijsheid. Wat is nou wat en wie onderwijst waarin? Internationaal breed geaccepteerd is de opvatting dat Information Literacy de paraplu is waaronder alle andere informatie competenties vallen, dus ook mediawijsheid en vele andere literacies en dat onderwijsbibliothecarissen de aangewezen professionals zijn om leraren te ondersteunen bij het onderwijzen van deze competenties.

Wat mij betreft is de vraag niet: gebruiken we scrapblog of voicethread, maar hoe transformeer je informatie tot kennis. Deze vraag los je overigens niet op met een vak mediawijsheid in de school. Daarvoor moeten informatievaardigheden worden geimplementeerd in alle vakken en alle lesuren: echt ‘mediawijs‘ kun je pas worden als je leert binnen de context van het vak met nieuwe technologie om te gaan. Dat is trouwens al jaren geleden vastgesteld, maar blijkbaar nog niet tot iedereen doorgedrongen. Jammer, want het wordt hoog tijd dat we Abbey de ruimte geven en haar helpen om met behulp van al die leuke speeltjes, aan kennisconstructie te doen.

Intellectual Apathy

Contrary to yesterday it was sunny and warm today. Yesterday there was heavy rain and walking from the office to the library, which is only 500 metres, made me soaking wet. The temperature is so nice that it doesn’t take long to dry up again, so no worries about that.

Two lectures were on my schedule for today, each 1,5 hours. The first group was quite responsive, but the second class started at 12.30 pm and they were very quiet and some even fell asleep. Their stomacs were empty, and without food the brain cannot work. Interesting, especially when one of the topics was ‘critical thinking’. I comfort myself with the fact, that it must have been the timing – not my lecture ;-).

Later on Rev. Simba and I went for lunch on the campus and I had typical Tanzanian food, which was really nice. There is so much to talk about, that we could have chatted all afternoon, but one has to do other things, like preparing the following day.

Danny took me in the car together with Bukaza Chachage to town and I was invited to visit the new bookshop Bukaza started recently. A challenging and interesting undertaking and it was good to see there is a children’s section with picture books and of course a section with business and economics textbooks, of which I recognized several being in the MSM-collection.
I was more interested in African publications and managed to buy two books: Poems from Tanzania co-ordinated by Richard S. Mabala ISBN 978 9976 1 0205 5 and Nature Notes from Tanzania by Anne Outwater ISBN 9976 973 74 8.
Very nice reading stuff!

Back at the house we found out that the power was down: no electricity at all. Luckily enough I asked Danny to come inside to check the hot water system as I had a problem with that. Danny and the caretaker managed to fix the problem. I had no idea what I should have done without electricity: no computer working, no lights and no coffee – that’s probably the worst.

Tomorrow, another interesting day when I’m going to work with Andrew and Isa on planning the implementation of an automated catalogue, based on KOHA. First, I will help the staff to shelve the books: a task that takes them at least two hours every day and they are working on it with the whole team. It’s one of the less agreeable jobs in the library so they can use some help.

I’m closing this blog with copying one of the poems I found in the book I bought today. The poem is called ‘Intellectual apathy’ by E.L. Baregu. I finished the second session of today with a story about my grandmother, but the relation to this poem is purely coincidental.

Intellectual Apathy

One day I’m gonna tire
of reasoning out with Darwin
on the origins of man,
for what then did god do
those seven days?
I’m simply gonna tire
of the sermons of the philosophers
on man and society,
on religion and politics,
on science and arts.

I say
I’m gonna stop prying
the colonial scars
that have healed outside but
bleed inside.

I simply will grow numb
to the thorns of imperialism
that prick my being and threaten
to disease it.

I’ll be apathic to this giant strangler.
I swear
I’ll close my eyes to the maleficence
of exploitation
I’ll just lie back and let it
sap me dry;
I’m gonna let its worms ravish
my flesh to the bones
That day
I shall reject completely the doctrine of Karl Marx.
I shall plead ignorance to any kind of ‘ism’
I shall appraise no more the efforts of Lenin,
I will block my mind to the thoughts of Mao.
That day,
     Before I’m finally engulfed,
     I shall go to grandpa to hear some
     Wisdom.

Wauw!!

Op 7 juni (gisteren dus) is op L1-TV bekend gemaakt dat we met FacTotem 2.0 genomineerd zijn voor de MKB – L1mburg Innovatieprijs 2009. Fantastisch!!!

Bedankt Marianne, Maarten en Albert voor jullie support en inzet en natuurlijk ook felicitaties voor de andere genomineerden.
Ik ben nog een beetje aan het bijkomen …. maar jullie mogen weer duimen allemaal, want op 21 juni a.s. wordt in een live TV-show de winnaar bekend gemaakt.

Meer informatie over de prijs de andere genomineerden is te vinden op de speciale website.

Meisjes zien meer in bibliotheekinstructie

Onlangs werd gepresenteerd The Survey of American College
Students: Who Goes to the College Library and Why (ISBN 1-57440-121-1), een studie van de Primary Research Group
naar gedrag en beleving m.b.t. de bibliotheek en bibliotheekinstructie door Amerikaanse College (vergl. HBO) studenten.

De gegevens in het rapport zijn gebaseerd op een representatief onderzoek onder meer dan 400 voltijds ‘College’ studenten in de VS. De gegevens zijn verzameld op basis van 16 criteria waaronder geslacht, cijfers, studie, inkomen, type college e.a.
De studie toont zo’n 165 tabellen met gegevens over hoe vaak fulltime studenten de bibliotheek bezoeken, wat ze daar doen, wanneer ze er zijn en hoe ze de bibliotheek beoordelen voor wat betreft toegankelijkheid en support.

Een van de uitkomsten valt mij meteen op en dat is dat meisjes gedurende het afgelopen jaar gemiddeld twee maal zo vaak een bibliotheekinstructie hebben gevolgd dan hun mannelijke collega’s: 9.34% tegen 4.73%. Ben benieuwd of dit iets zegt over het inzicht dat meisjes hebben ten aanzien van hun eigen informatievaardigheden of over de aanwezige kennis bij jongens. Kortom, zijn jongens beter in het zoeken en vinden….;-).

Meer informatie is te vinden op http://www.PrimaryResearch.com