Bibliofuture: Innovatie!?

De blog van Joost Heessels, Bibliofuture bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum schreef ik een speciale gastblog. Hieronder de integrale tekst van deze post (met dank aan Joost!).

das met boek_vry copyInnovatie is een sleets begrip. Er gaat geen dag voorbij of er wordt ergens wel iets gepubliceerd over innovatie: ‘we moeten innoveren’, ‘het is belangrijk voor de toekomst’, ‘we kunnen niet zonder innovatie’.

Ik vraag me ondertussen af of alle innovaties wel echt ‘innovatief’ zijn. Voordat ik daarop inga, eerst wat volgens mij innovatie nu eigenlijk is. Innovatie is een idee, concept of product dat op een nieuwe, niet eerder toegepaste manier (bestaande) ideeën, concepten of producten voorstelt. Daarin ben ik ervaringsdeskundige. Ik ben twee keer genomineerd geweest voor een innovatieprijs; één keer was ik ook daadwerkelijk de winnaar van de prijs, namelijk de NOT Innovatieprijs 2009.

Innovatie is niet ‘uitvinden’ maar kijken naar wat er is en begrijpen hoe je dit moet aanpassen of omvormen zodanig dat de vernieuwing meerwaarde oplevert voor de mensen of instituties waarvoor je de innovatie wilt inzetten. Naar mijn smaak is een innovator een dwarsdenker die los kan komen van bestaande structuren en opvattingen; iemand die zich niet laat leiden door economisch gewin of opportunisme maar door passie en overtuiging. Kortom, wat mij betreft gaat innovatie niet over geld of status maar over waarde.

Dat het begrip innovatie sleets is, kan worden opgemaakt uit het volgende. Sinds 2003 kennen we het InnovatiePlatform, ingesteld door het tweede kabinet Balkenende. Het platform is een mislukking volgens een artikel in de NRC. Floor Management schrijft op de website: “Na het instellen van het InnovatiePlatform door het kabinet Balkenende is innovatie een hype en een modewoord waarop de nodige organisaties hopen mee te liften en een subsidie te verkrijgen. Ook in de internethype was er sprake van het operationaliseren van nieuwe toepassingen. In het operationaliseren zit de kracht en dat IS eigenlijk innovatie”.

Interessante analyse: het is een hype, gericht op het verkrijgen van subsidie en innovatie zit klaarblijkelijk in het operationaliseren: het uitvoeren van nieuwe ideeën, concepten en producten.

De laatste jaren horen we telkens dat bibliotheken ‘moeten’ innoveren. Blijkbaar is het traditionele concept van de bibliotheek niet meer van deze tijd. Als dat zo is, wil ik eigenlijk eerst weten wat dat concept is. En, bestaat er wel zoiets als ‘de bibliotheek’?

Volgens de VOB wel, want zij beheren de website debibliotheken.nl. Voor ingewijden is het meteen duidelijk dat het hier gaat over openbare bibliotheken; zij weten dat er vele andere typen bibliotheken bestaan en dat die niet vergelijkbaar zijn. Voor de gemiddelde burger is dat helemaal niet vanzelfsprekend en dat merk ik dagelijks als ik mensen daarover spreek.

De meeste burgers hebben geen idee wat ‘een bibliotheek’ eigenlijk is, laat staan dat ze begrijpen dat er grote verschillen zijn tussen bibliotheken, zelfs tussen bibliotheken van hetzelfde type.

Wat betreft ‘openbare bibliotheken’: het maakt veel uit of de bibliotheek gevestigd is in een grote stad of in een klein dorp. Zelfs tussen ‘grote steden’ en ‘kleine dorpen’ zijn grote verschillen: componenten als de samenstelling en focus van het college van B&W, de aanwezigheid van een universiteit of hogeschool, de ligging van de gemeente, de aanwezigheid van goed openbaar vervoer, de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum e.a. bepaalt de behoeften van de burgers en naar het mij lijkt, de diensten en producten die de (lokale) bibliotheek aanbiedt of zou moeten aanbieden.

Maar als burgers geen idee hebben wat een openbare bibliotheek is (of zou moeten zijn) hoe kunnen zij dan bepalen wat voor bibliotheek belangrijk is binnen hun gemeente? En, hoe worden zij betrokken bij de ‘innovatie’ van hun bibliotheek?

Vragen waarop ik geen antwoorden vind via de landelijke bibliotheekkanalen.

De VOB lanceerde een prachtige ‘Nationale Innovatie Agenda’ die zelfs met buitenlandse collega’s wordt gedeeld via de discussielijst van IFLA: “kijk eens hoe innovatief wij zijn!”, maar wat voor mij veel belangrijker is, is hoe de burgers worden bereikt en betrokken bij wat aan de vergadertafel wordt bedacht.

De ambities van de de ‘Nationale Innovatie Agenda’ lijken echter vooral geïnspireerd door kostenefficiëntie en de participatiesamenleving. Er wordt veel tijd en energie gestoken in het optuigen en in stand houden van landelijke initiatieven (de Bibliotheek op School, E-books platform, nationaal bibliotheeksysteem, het landelijke Datawarehouse e.a.). Ondertussen wordt er lokaal flink bezuinigd op bibliotheken en bibliotheekpersoneel.

In mijn dorp is al jaren geen bibliotheek meer terwijl er grote behoefte is aan een innovatief bibliotheekconcept dat recht doet aan alle bewoners in het dorp waaronder ook de bewoners van het asielzoekerscentrum. In veel andere kernen binnen de gemeente waar ik woon, zijn uitleenpunten opgezet maar deze worden ‘gerund’ door vrijwilligers.

Overal in het land wordt de inzet van professionele bibliotheekmedewerkers ‘gereorganiseerd’ en worden vrijwilligers in dienst genomen. Vrijwilligers die als bibliotheekmedewerker worden ingezet maar ook vrijwilligers als taalcoach, instructeur in digitale vaardigheden, begeleiders en organisatoren van wijkactiviteiten e.a.

De argumentatie hiervoor is soms ‘innovatie’. Maar innovatie van wat?meisje met wijsvinger copy

Is de bibliotheek niet langer DE plek waar informatie en de toegang tot informatie is gewaarborgd? Een (fysieke) omgeving waar deskundige bibliothecarissen burgers kunnen helpen met het lokaliseren, gebruiken/toepassen van die informatie? Een plek waar ruimte is voor andere professionals zoals taalcoaches en instructeurs om hun beroep als professie te beoefenen? De plek in de samenleving waar alle burgers, ongeacht opleiding, etniciteit, religie, leeftijd, sociale omstandigheden terecht kunnen voor informatie en literatuur? Een plek waar recht gedaan wordt aan de veelheid van individuele wensen van burgers net betrekking tot lezen en lenen? Een plek waar die burgers zowel in de breedte als in de diepte de beschikking hebben over informatiebronnen en waar tegelijkertijd deskundigheid, betrouwbaarheid en veelkleurigheid de basis vormt van aanbod en handelen? Is het loslaten van bovenstaande uitgangspunten dan de vorm van vernieuwing?

Deze vragen leven bij mij maar misschien ook bij anderen? Burgers die niet of nauwelijks worden geïnformeerd over de uitgangspunten van de bibliotheek zullen niet in staat zijn mee te denken en mee te doen aan vernieuwing van die bibliotheek. Dat zou trouwens dan eens echte participatie zijn.

Ik zie te weinig beweging naar een vernieuwende bibliotheek zodat deze, in onze huidige samenleving, positief kan reageren op de hierboven gestelde vragen.

Natuurlijk zijn er bibliotheken die op de goede weg zijn, maar landelijk is er sprake van ernstige afkalving van bovenstaand idee van de bibliotheek.

Op diverse plaatsen in het land sluiten gemeenten contracten af met commerciële bibliotheekaanbieders. Blijkbaar beoogt men een heel andere bibliotheek. De geringe budgetten waarmee de commerciële aanbieders bereid zijn te werken, maken een bibliotheek echte innovatie niet mogelijk. Zeker als diezelfde commerciële aanbieders het normaal vinden dat vrijwilligers bereid zijn om als vrijwilligers ‘te werken’ voor dat commerciële bedrijf.

Wat de inzet van vrijwilligers betreft, het volgende. Bestuurders en politici vinden het inmiddels normaal dat bibliotheken bevolkt worden door vrijwilligers. Men vindt blijkbaar ‘bibliothecaris’ geen beroep laat staan een vak. Maar, het accepteren van de inzet van vrijwilligers ten koste van beroepskrachten geeft bestuurders en politici veel te veel bewegingsruimte om verder te bezuinigen: de bibliotheek wordt een organisatie van vrijwilligers en de professionaliteit van de bibliotheek komt hiermee ernstig onder druk te staan.

Nog ernstiger is het dat er bestuurders zijn die de inzet van vrijwilligers presenteren als ‘innovatie’. Maar vrijwilligers inzetten heeft natuurlijk niets met innovatie te maken. Sterker nog, de waarde van een (lokale) bibliotheek wordt niet aangetoond als de bibliotheek en haar professionele bibliothecarissen niet serieus genomen worden.

Kan het dan helemaal niet, vrijwilligerswerk in de bibliotheek? Jawel, maar dan alleen als extra ondersteuning, dus naast en aanvullend op de professionals en niet in plaats van. De vrijwilligers kunnen taken uitvoeren die niet tot het domein van de bibliothecaris behoren en zijn alleen aanwezig als er een professional aanwezig is. Elke bibliotheek, hoe klein ook, verdient namelijk een professionele bibliothecaris omdat de burgers waarvoor gewerkt wordt een professionele bibliothecaris verdienen.

Wat vrijwilligerswerk betreft lijken we terug te keren naar de situatie van ruim 100 jaar geleden, toen de bibliotheek werd gezien als een instituut voor verheffing van bepaalde groepen in de samenleving, gefinancierd door instituties zoals de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.

Anno 2016 is de bibliotheek er voor iedereen: individu en groep, jong en oud, laag- en hoogopgeleid, digitaal – en papier lezer, raadpleger en lener, leerling en professional, deelnemer aan de arbeidsmarkt en gepensioneerde, Europeaan en (tijdelijke) gast, gelovige en atheïst; iedereen moet in staat worden gesteld op zijn eigen manier de bibliotheek te gebruiken. De bibliotheek is een basisvoorwaarde voor inclusie, ontwikkeling, gelijke kansen en ontspanning. Het is een fysieke (en voor diegene die dat wil) een virtuele plek voor alle burgers. Dat mag een samenleving niet onthouden worden.

Nadenken over innovatie in de bibliotheek is prima, sterker nog dat moet zeker gebeuren, niet alleen nu maar continue. Maar een bibliotheek die zich richt op initiatieven die vooral interessant zijn voor specifieke groepen sluit een groot deel van de bevolking uit en maakt zich op den duur overbodig.

Das droomt zich een PCEcht innovatief is het om na te denken over wat (lokaal) nodig is om burgers te bedienen van een voor hen meest optimale bibliotheek. Dat kan door samenwerking met lokale partners; dat moet door burgers bij de ontwikkeling van zo’n lokaal concept te betrekken en dat moet zeker door innovatie van het beroepsprofiel en medewerkers naar een na-, bij- of herscholing te sturen.

Ik vind dat we daar meer dwarsdenkers voor nodig hebben en juist die dwarsdenkers zie ik veel te weinig terug in de (landelijke) overlegstructuren. De bibliotheken zouden er goed aan doen zich niet te laten leiden door de hype, de subsidiekraan en/of de budgettaire focus van de (lokale) politiek, maar zich te richten op echte innovatie: de idee ‘bibliotheek’ op een nieuwe manier voor te stellen. Maar dan moet je natuurlijk wel dat idee hebben!

 

Digitale geletterdheid: kansen voor de onderwijsbibliothecaris

Digitale geletterdheid is een van de basisvaardigheden zoals beschreven in het eindadvies  van het Platform Onderwijs2032. In het advies wordt niet ingegaan op ‘wie’ dit onderdeel voor zijn rekening zou moeten nemen in de school en hoe dat onderwijs er precies uit zou moeten zien. Dat is ook niet eenvoudig gezien de uiteenlopende onderdelen binnen deze vaardigheid: basiskennis van ICT, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.

Hierbij mijn reactie op ‘wie’.

Laat ik beginnen met dat ik blij ben dat gekozen is voor de term ‘geletterdheid’. In de Engelse taal wordt al veel langer de term ‘literacy’ gebruikt voor lees- en schrijfvaardigheid, maar ook voor bijvoorbeeld MIL (Media and Information Literacy). We sluiten ons hiermee niet alleen aan bij internationale terminologie, maar, en dat is belangrijker we stappen o.a. af van het idee dat informatievaardigheden vooral over vaardigheden gaan en niet over kennis, vaardigheden en attitude.

Bibliothecarissen en in het bijzonder onderwijsbibliothecarissen spelen al decennia lang een belangrijke rol in het bevorderen van geletterdheid door het aanbieden van ruime collecties boeken, het bevorderen van het plezier in lezen en door het samenwerken met vakdocenten in het kader van lees- en literatuuronderwijs. Dit geldt eveneens voor het informatievaardig maken van leerlingen (en docenten!) en het integreren van mediawijsheid in het onderwijs. De onderwijsbibliothecaris – in ieder geval in internationaal perspectief – houdt zich dus al bezig met in ieder geval twee onderdelen binnen digitale geletterdheid, naast onderdelen binnen Functionele taalvaardigheid, een ander onderdeel binnen de basisvaardigheden.

Maar hoe zit het met computational thinking? Het platform schrijft: “…leerlingen leren de essentie van computertechnologie te begrijpen en computers kunnen inzetten om een probleem op te lossen. Hoe kiest een zoekmachine bijvoorbeeld uit een grote hoeveelheid zoekresultaten een bepaalde volgorde? … Computational thinking richt zich op de vaardigheden om problemen op te lossen waar veel informatie, variabelen en rekenkracht voor nodig zijn.”

Het gaat dus om vaardigheden die aanschurken tegen de andere drie genoemde onderdelen. Twee daarvan (informatievaardigheden en mediawijsheid) zijn het domein van de onderwijsbibliothecaris. Prima reden om deze professionals dat te laten doen waar ze goed in zijn en waarin ze ruime ervaring hebben. Maar zo eenvoudig is het helaas niet. Onderwijsbibliothecarissen zijn er in Nederland nauwelijks; er zijn al decennia lang geen opleidingen meer en destijds afgestudeerden beschikken meestal niet over de competenties die (internationaal) aan deze beroepsgroep worden gesteld. Het is daarom belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in het ontwikkelen van een goede opleiding en voldoende bij- en nascholing voor o.a. bibliothecarissen, leraren, mediathecarissen, mediacoaches e.a. die zich op dit moment bezig houden met informatievaardigheden en mediawijsheid. Het wiel hoeft daarvoor niet opnieuw te worden uitgevonden; in de VS, Canada, Australië maar ook in Europa bestaan goede opleidingen voor ‘Teacher-Librarians’. Tijdens IASL2015, afgelopen zomer, is vastgesteld dat verschillende universiteiten bereid zijn hun expertise, jarenlange ervaring en curriculum te delen met universiteiten in Nederland (en daarbuiten). Een opleiding tot onderwijsbibliothecaris kan daarom op redelijk korte termijn worden gerealiseerd, zonder enorme geldinvestering. Bovendien zijn er al opleiders beschikbaar, o.a. bij de Open Universiteit.

En, er is nog meer. De internationale opleidingen bieden veel meer aan dan alleen de competenties op het gebied van informatievaardigheden en mediawijsheid. De onderwijsbibliotheek (mediatheek/olc/bibliotheek) wordt beschouwd als ‘de hub’ in het (digitale) onderwijs en de onderwijsbibliothecaris als degene die i.s.m. vakdocenten uitvoering geeft aan de vaardigheid ‘digitale geletterdheid’ zoals door het Platform beschreven.

Hier liggen kansen voor de Beroepsvereniging Mediathecarissen (BMO) en individuele beroepsbeoefenaren. Grijp die kans zou ik zeggen en draag bij aan Onderwijs2032.

 

De informatieprofessional sterft niet uit!

In het laatste nummer van Digitale Bibliotheek staat een prikkelend artikel met als titel “Sterft het beroep van informatieprofessional uit?”
Op de LinkedIn Group Dutch Librarians and Information Specialists heb ik een korte reactie geschreven op het artikel, maar ondertussen ontving ik een interessante mail van de Robert Gordon University in Aberdeen en daarom hier een bewerking van en toevoeging op bovengenoemde  reactie.
Sterft de IP-er inderdaad uit? Een belangrijke en interessante vraag. Terecht wordt het belang en inhoud van het vak ter discussie gesteld. Maar bestaat De IP-er wel? Volgens mij niet. Natuurlijk zijn er overeenkomsten tussen de IP-ers in de diverse sectoren, net zoals er overeenkomsten zijn tussen artsen. Maar het maakt nogal wat uit of je huisarts of oncoloog bent; tandarts of chirurg. Er zijn, denk ik, net zoveel overeenkomsten als verschillen tussen informatiespecialisten in een ziekenhuis, school of advocatenkantoor.
Als je net zoals ik bent opgeleid op de ‘oude’ manier (BDA / BDI), heb je basiskennis die toepasbaar is in allerlei verschillende informatieomgevingen. Ik schrijf dit op basis van mijn eigen ervaringen: ik weet dat ik in elke informatieomgeving (bibliotheek, mediatheek, zelfs archief) zou kunnen werken. Een paar weken inwerken en hoppa, moet lukken. Ik zeg dat niet zomaar. Ik de praktijk doe ik dat al jaren lang. Dat vraagt flexibiliteit en inzet maar ook inzicht en de bereidheid om continue de grenzen te verleggen en (bij) te leren. Dat laatste is nou net wat ik mis bij veel vakgenoten.
Die IP-ers die dagelijks meerwaarde leveren voor de organisatie waar zij werken, en daardoor worden gewaardeerd zullen dus ook geen enkele reden hebben om te vrezen, dat zij overbodig zullen worden. Organisaties die IP-ers wegbezuinigen omdat ‘iedereen kan googlen’ hebben 1)niet begrepen wat een IP-er is, kan en moet doen en 2)IP-ers in dienst die blijkbaar niet in staat zijn om meerwaarde voor de organisatie te genereren of op z’n minst duidelijk te maken wat die meerwaarde is.

Maar even terug naar dat artikel. Ik ben ervan overtuigd dat een professional die in staat is informatie te lokaliseren, te metadateren en op maat aan gebruikers kan aanbieden, toekomst heeft. Die professional moet in staat zijn zich aan te passen aan elke omgeving, nieuwe technologieën kunnen gebruiken en zelfs innovatieve toepassingen kunnen bedenken. Dit alles gericht op het leveren van de juiste informatie voor die persoon in die situatie op dat moment. Als je dat kunt, dan ben je volgens mij een informatieprofessional, een IP-er die een belangrijke schakel is tussen aanbod en vraag, een professional die begrijpt wat van belang is voor de organisatie en hoe die organisatie de informatie aangeleverd wil hebben.
Wat mij betreft mag de IP-er die niet voldoet aan het bovenstaande, snel uitsterven. Dat zijn vakgenoten die niet voldoen aan de kwaliteitsstandaard (die wij in Nederland node missen!) voor de professional, werkzaam in en voor informatierijke omgevingen. Trouwens, noemen we zo’n professional nog informatieprofessional? Geen idee en dat zal me ook worst zijn. Voor mijn part blijft het gewoon bibliothecaris.
‘Be good and show it’ is het devies voor de beroepsgroep en dat kan alleen als je innovatief bent en meer doet dan denken in marketingstrategieën of kermen dat je niet voor vol wordt aangezien.

De IP-er heeft toekomstperspectief. En dat wordt onderstreept door een bericht van de RGU uit Aberdeen, dat ik afgelopen vrijdag ontving. Ter voorkoming van misverstanden, plaats ik het volledige bericht hieronder:
Robert Gordon University (RGU) in Aberdeen has launched a new Information Management MBA at industry’s request, addressing the recognition of the strategic importance of Information Management by public and private sector organisations.
The programme also tackles the gap in provision of professional education for existing and aspiring Information Managers.
Information and its effective management are central to the success of business and a knowledge-based society. The emphasis of RGU’s Information Management MBA is on strategic management of information and knowledge assets in organisations rather than on IT or Information Systems.
The MBA is designed for professional practice at middle and higher levels of management, for individuals with a degree in any subject discipline who have managerial experience in data management, information management, records management or knowledge management.
Dr. Laura Muir, MBA Information Management Course Leader said, “The course has been developed following increasing demand from businesses, particularly in the oil and gas sector. The focus is very much on the strategic importance of information management and is aimed at professionals who have moved in to information management from different scientific, technical or administrative business functions.”
The course will be delivered by online distance learning via RGU’s award-winning virtual campus providing flexible study, allowing professionals to learn at a time that suits them with the support of lecturers and fellow students.
RGU’s Aberdeen Business School (ABS) is recognised both nationally and internationally, most recently ranked by The Aspen Institutes Centre for Business Education in the global top 50 for its MBA programs in the highly acclaimed ‘Beyond Grey Pinstripes’ survey.
The MBA in Information Management will welcome its first cohort of students in January 2012. For further information about the course and how to apply please contact Dr. Laura Muir, Senior Lecturer and MBA Information Management Course Leader on +44(0)1224 263853 or email l.muir@rgu.ac.uk

Het meest interessante stukje uit de mail vind ik “at industry’s request, addressing the recognition of the strategic importance of Information Management by public and private sector organisations”.
Er komt een nieuwe opleiding, omdat de samenleving erom vraagt! Des te meer reden om uit te gaan van toekomstperspectief voor de IP-er. Natuurlijk niet voor de IP-er die zich terugtrekt in zijn eigen cocon, niet voor de IP-er die niet bereid is bij te leren, niet voor de IP-er die niet in staat is een leider te zijn op zijn eigen vakgebied binnen zijn organisatie. Maar wel voor de IP-er die innovatief is en beseft dat er nog een wereld te winnen is op zijn/haar vakgebied en die bereid is zelf ook een ‘leven-lang-te-leren’. Dat kan dus nu aan RGU, maar op het terrein van de onderwijsinformatiespecialist  al jaren aan allerlei andere (internationale) universiteiten.

Een Professionele Onderwijs Informatiespecialist ….*

  • Levert een positieve bijdrage aan de resultaten van leerlingen op basis van de eigen specialistische competenties op het terrein van literatuur en lezen en informatievaardigheden
  • Beschikt over leiderschapskwaliteiten en heeft een helder en universeel beeld van het onderwijs en haar unieke bevolking, de behoeften en de onderwijsprogramma’s
  • Werkt nauw samen met vakdocenten binnen het primaire onderwijsproces bij het voorbereiden en uitvoeren van lessen in instrumentele, structurele en strategische informatievaardigheden
  • Heeft vakkennis op het terrein van (verschillende) onderwijs- en leerstijlen
  • Creëert een stimulerende en veilige leeromgeving (fysiek en virtueel) waarin leraren en leerlingen worden betrokken, uitgedaagd, aangemoedigd en gefaciliteerd
  • Helpt leerlingen in het gebruik van onderwijscontent en bij onderzoeksopdrachten
  • Instrueert leerlingen in het efficiënt, effectief en veilig gebruik van het internet en alle daarbij behorende tools, applicaties en apparaten
  • Collectioneert valide en kwalitatief hoogwaardige bronnen ter ondersteuning van het onderwijsprogramma, de lessen, het leren en het (recreatief) lezen gebaseerd op diepgaand inzicht in en kennis van alle aspecten, vakken en inhouden van het totale leerplan voor de gehele school
  • Gebruikt specialistische vakcompetenties op het gebied van informatiemanagement, -beheer, (papieren, audiovisuele en digitale)collecties, informatiedienstverlening en bijbehorende faciliteiten
  • Beschikt over de juiste competenties en expertise in twee vakgebieden: onderwijs en informatiedienstverlening.

Is er een professionele Onderwijs Informatiespecialist in uw team? Zo niet, waarom niet?

 *deze tekst is een vertaling en bewerking van ‘A Quality Teacher Librarian…’ van WASLA: Western Australian School Library Association

Karibu – How are you?

With the words above people are greeting you when they meet you; it doesn’t matter where you are: on the street, in the restaurant, on the campus, in the library. The Tanzanians are not only friendly but truly interested in others.
Meeting people and talking to them is easy, as long as you’re returning the question with the same prhase. They always want to know where you come from,what you’re doing in Tanzania and if you like it here.
For me, it gives a welcoming feeling and it’s one of the charms of being in Tanzania.

I have not shared with you my travel experiences. The flight was fine: on time and I finally managed to get an aisle seat; very helpful when you have a sore back and cannot move around easy.
Daniel was waiting for me at the airport and on Sunday Dr. Bukaza Chachage (project coordinator) was there to greet me too and join us on the travel to Iringa.
On the way we picked up another traveller from Tumaini (an MBA-student) and we had a nice lunch at the Swiss restaurant just outside Mikumi Park.
Travelling through Mikumi brought us a wonderfull view on a herd of elephants; I’m sure the babies I saw last year were there too: grown but still not as big as their parents.
On the way we did some shopping the Tanzanian way, which means you stop alongside the road and start negociating the price of oinions, meat or other things you want to buy. As soon as you stop the traders come to the car to show their goods and I was happy that I did not had to decide what to buy: to me all the onions looked the same ;-).

Today, the real thing started: a workshop with the deputy heads and the chief librarian, Rev. Cornelius Simba on the challenges and opportunities for the library.
We discussed strategic management issues and used a SWOT-analysis to define the strengts, weaknesses, opportunities and threats of the library. Making the SWOT turned out to be instrumental in coming up with strategic choices for the future. Some of these choices are: collaboration with the other universities in Iringa to improve services for all students en to beat the competencies of the staff. Accountability is another focus as well as marketing the library. The workshop will be continued on Monday morning and then we’re going to discuss leadership issues, coaching and intermediation and the different roles of the library professional in an educational library.
A big challenge for the library, its staff and users is the availability of a fast and reliable internet connection. The trend to provide more and more resources online is difficult to follow if the connection is too slow and blocks the access to resources and tools. This item is going to be discussed further on Thursday and Friday when we going to talk about the new automation system and library trends.

Tomorrow two lectures are scheduled: one on research techniques for a group of counselling students and a lecture on information literacy for a group of students of the faculty of journalism. I’ve just finished preparing these lectures and although they’re based on the lectures I did last year, all links, screenshots etc. had to be checked and if necessary updated.
I will be interesting to see what the feedback of the students will be, but about that, I will tell you in the next blog.

Masters en Meestersschap

Een Canadese vriend en collega attendeerde op een artikel in the Times Online met als titel ‘Shh, this is a digital library: the modern librarian is an online facilitator with an MA’.

Een interessante titel, juist vanwege die MA. Al jaren geleden sprak ik met collega’s (mediathecarissen) over de noodzaak om het niveau van de opleidingen en de eigen competenties drastisch op te trekken naar een mastersniveau, maar in plaats van bijval kreeg ik flink wat kritiek te verduren: onzinnig, onnodig en niet realistisch was nog het aardigste commentaar.

Ik ben blij dat in dit artikel bibliotheken in scholen specifiek worden genoemd: ook daar is het noodzakelijk personeel met de juiste kwalificaties (minimaal MA) neer te zetten. Voor zover mij bekend is dit in Nederland nog nauwelijks het geval.

Het past trouwens ook mooi binnen de initiatieven van de Staatssecretaris om het niveau van leraren op te krikken middels het project Krachtig Meesterschap. Daarvoor is zo’n 100 miljoen beschikbaar. Leuk bedragje, maar daar hebben bibliothecarissen in het onderwijs (nog) niet zoveel aan. Dat betekent niet dat er geen mogelijkheden zijn om via afstandsleren een masters te halen (ook specifiek voor onderwijsbibliothecarissen) (Charles Sturt e.a.), maar je moet wel bereid zijn om in jezelf te investeren natuurlijk – en wie is dat nu niet?

Proud to be a librarian


Met afschuw bekijken de Tanzanianen de wijze waarop ik mijn koffie en thee drink: zonder suiker! Ze snappen niet hoe ik het weg krijg en dan ook nog zonder melk. Zo zie je maar weer, ’s lands wijs, ’s lands eer. In het projecthuis waar ik gisteren naartoe ben verhuisd, bevinden zich ettelijke flinke potten met suiker. Allerlei andere waardevolle etenswaren zijn niet aanwezig maar suiker is er volop.

 


Na enige aarzeling toch maar gekozen voor het ‘projecthuis’. Het is hier ’s avonds heerlijk stil en ik heb een giga ruimte voor mijzelf alleen en dat bevalt best goed. Zelf koken ’s avonds na een lange dag, zie ik niet zo zitten, dus ga ik tussen de middag uitgebreid lunchen in een Indiaas restaurantje en hoef dan thuis niet veel meer klaar te maken.

 

Gisteren is het werk dus echt begonnen. Na een introductie bij de Assistant Provost en uiteraard de eerste kennismaking met Reverend Cornelius Simba (hoofd bibliotheek) is er een werkschema opgesteld met daarin o.a. interviews met de bibliotheekmedewerkers, gesprekken met professoren en studenten, twee colleges aan studenten, bezoeken aan andere bibliotheken in de regio en een presentatie voor het voltallige bibliotheekpersoneel op zaterdagmorgen. Ik zal me dus zeker niet vervelen.

 

Gistermiddag eerst uitvoerig gesproken met Rev. Simba. Een heel aardige maar ook zeer kundige bibliothecaris die uitermate geïnteresseerd is in alle nieuwe ontwikkelingen, waaronder web 2.0. De uitdaging is nu, hoe we dit kunnen implementeren met toch allesbehalve flitsende internetverbindingen en een dichtgetimmerd netwerk, waarmee  zelfs de meest onschuldige websites niet kunnen worden benaderd. Daar mag ik dus fijn mijn tanden op stukbijten: een echte uitdaging en ik laat me niet zo snel kisten, dus vooruit met de geit.

 

De eerste nacht in mijn nieuwe onderkomen is prima bevallen, behalve dan misschien de wake-up call vanaf de naburige moskee alwaar ’s morgens om vijf uur de gelovigen worden opgeroepen voor het gebed. Maar ik mag me dan nog even omdraaien om nog zo’n twee uurtjes te slapen.

Vanochtend deed gelukkig de internetverbinding in het project-kantoor het, maar soms is het wel erg langzaam… geduld oefenen dus en dat valt wel tegen als je zo graag zoveel wilt doen.

 

De gesprekken met de medewerkers wierpen me terug in de tijd: hier wordt nog gewerkt met boekkaartjes en boekkaart-hoesjes en er moeten maar liefst drie formulieren worden ingevuld voordat er een boek kan worden uitgeleend. Het deed me denken aan mijn studentenbaantje bij de OB Hilversum, midden jaren zeventig, waar ik hele zaterdagmiddagen boekkaartjes zat te sorteren. Nou toch maar handig dat ik weet hoe dat werkt en hoe het voelt om zoiets te moeten doen.

Erg praktisch is het natuurlijk niet en het kost ongelooflijk veel tijd, tijd die beter besteed kan worden aan andere zaken zoals collectievorming, digitalisering en lessen informatievaardigheden. Zolang de bibliotheek echter nog niet geautomatiseerd is, moeten ze het er nog even mee doen. Maar de automatisering komt eraan. Vooruitlopend op de ingebruikname van een OPAC (Online catalogus) heb ik vandaag toch een paar suggesties kunnen doen voor een efficiëntere manier van catalogiseren, waarop Rev. Simba zei ‘kun je niet een jaar blijven’, maar dat vind ik wel een beetje lang.

 

Uit alle gesprekken bleek dat de medewerkers erg van hun werk houden. Met volle overtuiging en trots zei een van hen: ‘being a librarian is in my blood’. Kijk, dat heb ik een Nederlandse bibliothecaris nou nog nooit horen zeggen. Men is trots om bibliothecaris te zijn en daarom komt het vast wel goed met die bibliotheek!

 

English summary

Filled with horror, the Tanzanians watch me drink coffee and tea without sugar and milk. They don’t understand how I can swallow something so disgusting. Well, you can see how different things can be in another country. In the project house where I moved to yesterday, there are several large jars with sugar. Other groceries are scarce, but sugar is available in large amounts.

 

After some hesitation, I decided to move to the ‘project house’. It is very quiet here in the evenings: it is a big place just for me and I like it.

Cooking however is too much to ask: I go for lunch in an Indian place and make something very simple at night.

 

Yesterday, the real thing started. After a short introduction to the assistant Provost and of course the chief librarian Reverend Cornelius Simba, the working schedule has been drawn up including amongst other things, interviewing library staff, professors and students, two lectures for students, visits to other libraries in the region and a presentation to the complete staff of the library on Saturday morning. So, no time to laze away the day.

 

Yesterday afternoon Rev. Simba and I had the chance to talk exhaustively. Rev. Simba is a very nice but also competent librarian who is very interested in new developments like Web 2.0. The challenge is how to implement all these new tools with a not so steady and fast internet connection and a highly filtered network. I need to find the opportunities to deal with these challenges. So, let’s move it.

 

The first night in my new home was good, except maybe the 5 O’clock wake –up call from the mosque nearby.

The internet connection in my office was working this morning, so I could check e-mails etc. although the connection is rather slow. I need to show patience and that is not easy, when you want to make progress in such a short time.

 

The discussions with the library staff gave a reminiscence of my student years when I had a job at the local public library sorting cards. The issuing of the books takes 3 forms and is very time consuming. Still, very handy I know what it’s like to deal with such practicalities.

The issuing and cataloguing take a lot of time, which could be used for collection development, digitalization of the collection and lessons information literacy.

But as long as the library doesn’t have an OPAC (Online Catalogue), they will have to deal with it. The new OPAC is on its way and anticipating to this I have been able to suggest a few alterations to catalogue more efficiently. Rev. Simba was pleased and commented ‘can you please stay for a year’, but I guess that is very long time.

 

One thing that has become very clear from the interviews with the library staff is, that they like their work very much. One of them spoke from conviction and very proudly: ‘being a librarian is in my blood’. Very interesting, as I’ve never heard a Dutch librarian saying this. With such a library staff, I’m sure there is a bright future lying ahead.

Imago

Wat is dat toch met dat imago van ons, van de informatiespecialist? In het tijdschrift SDN (Software Development Network) stond onlangs een artikel van Mart Muller onder de titel ‘In de wereld van een Kenniswerker’. In dit artikel worden een aantal principes beschreven die voor de gemiddelde informatiespecialist gesneden koek zijn om de doodeenvoudige reden dat het zijn core-business is. Toch schrijft Muller aan het eind van zijn betoog: ‘Het eigen maken van deze methoden baart me ook weer zorgen. Het wordt (voor zover ik weet) niet onderwezen op hogeschool of universiteit’.

Tsja, daar staan we dan weer in ons hemd. Want het beroep van informatiespecialist (voorheen bibliothecaris) bestaat al eeuwen; en in Nederland bestaan er al decennialang opleidingen. Ooit gestart als de zgn. BDA-opleiding, nu omgevormd tot IDM’s aan meerdere hogescholen in Nederland. (kijk voor een lijstje even op mijn website) Blijkbaar zijn de opleidingen, noch het beroep bekend bij deze auteur en ik vrees dat dit geen uitzondering is. Dit is ernstig, want er wordt al jaren over het imago geëmmerd op congressen en seminars, zonder dat dit enig effect sorteert. Blijkbaar is het tijd voor harde maatregelen. Dus collega’s (onderwijs)informatiespecialisten verenigt u en ga de barricaden op. Laat iedereen merken wie we zijn en welke belangrijke bijdragen we leveren aan de samenleving, maar vooral laat u horen en zien.

Ik heb hierbij een voorstel: we vormen een IAST : Information Specialist A-Team. Een team dat gevraagd en ongevraagd in actie komt bij informatie overload, – verspilling, -vervuiling, informatiekloven en meer van dit soort maatschappij ontwrichtende problemen. ‘t Is meteen een leuk format voor een nieuw tv-programma: op prime-time een reportage over een inval bij het Innovatieplatform en terwijl BA een spartelende JP in bedwang houdt, bouwen Face en Hannibal het platform om tot een voor burgers relevant informatie- en kennisplatform inclusief loket voor alle informatie- en kennisvragen en een informatie ombudsman. Ik bied me hierbij aan om de rol van Murdock te spelen: lijkt me heerlijk!