Dogs
The project house is situated just outside the center of Iringa on a compound of the Lutheran church.
It is a guarded area and the guard has two very friendly dogs, who come to greet me, as soon as they notice I’m entering or leaving the house. They must have smelled I have a dog too.
For Tanzanians, dogs are like other animals around the house: cows, goats, pigs, chicken. My story about my own dog Spunkie to Daniel Lutego, my wonderful PA here in Iringa, made him smile.
He wondered if we also had cows and pigs in our gardens in the Netherlands and when I told him this is usually not the case, and that we keep dogs and cats as pets, he shook his head. I made it even worse by telling him that Dutch people spend a lot of money on buying dogs from a special breed that they specifically want. He answered: for that amount of money we can buy a car! A real joke was that we pay taxes for keeping a dog: he laughed out loud.
Our conversation reminded me of a column from Youp van ‘t Hek in the NRC some time ago. His daughter was working in Africa and she made the local Africans wet their pants by telling them we have ‘animal ambulances’.
Since I’m here, I can understand that story even better.
But I’m still Dutch and I like dogs, so I consider these two as my guardian angels and friends.
When I arrived this morning at the Library, I was too late: the shelving was already done. I had promised the staff that I was going to help them with this tedious and time consuming job, but apparently there was not so much to shelve today. I’ll give it a try tomorrow again.
Together with Andrew, the system-librarian and Isa the cataloguing librarian, I spend the whole morning on the planning of the implementation of the new WebOPAC. I worked late last night to prepare a few documents that could help the staff. Now it’s up to them: they have to start thinking, planning and documenting the process. I will take a lot of time to convert 80.000 books into the new system.
I took rev. Simba for lunch at the Hasty-Tasty-Too restaurant: a famous place (it’s mentioned in the Lonely planet and the Rough guide) and we had a nice meal and a talk about the HIV/Aids problems in Africa. In Tanzania the problem is not as big as in South Africa and Namibia, but also here there a too many victims, especially children who are left alone with no family at all.
Simba explained to me that it is a complex problem and has to do with poverty, ignorance (lack of education), and cultural issues and simply donating money will not work. Anyway, the university is doing it’s best: one of the best posters I’ve ever seen on HIV/Aids. [Graduate with A's not with Aids] Sorry folks, cannot upload photos with this poor internet connection. Will add them later.
This afternoon I worked on the presentations for tomorrow: one on library trends and one on digital repositories.
Although the internet is working on my laptop it is rather slow, compared to my system at home, so it takes a lot of time to find and produce material.
Tomorrow, it’s already Friday: time is flying when you’re having fun.
Lessen rondom copyright
Er is veel te doen over copyright, want wat mag nu wel en wat niet? Zijn alle muziekdownloads illegaal en mag je zomaar plaatjes overnemen van het web? Het lijkt er soms op dat Web 2.0 technologie het alleen maar ingewikkelder heeft gemaakt.
Leerlingen (maar ook leraren) hebben vaak geen idee hoe het zit. De website Teaching Copyright probeert daar wat aan te doen. In 5 lessen komen zaken aan bod als:
- wat weten leerlingen al wel
- wat is de relatie tussen (digitale) innovatie en de ontwikkeling van copyrights
- wat mag je wel gebruiken, zeggen, schrijven … en allerlei praktijkvoorbeelden
aangevuld met een flink aantal bronnen.
Interesting stuff
Masters en Meestersschap
Een Canadese vriend en collega attendeerde op een artikel in the Times Online met als titel ‘Shh, this is a digital library: the modern librarian is an online facilitator with an MA’.
Een interessante titel, juist vanwege die MA. Al jaren geleden sprak ik met collega’s (mediathecarissen) over de noodzaak om het niveau van de opleidingen en de eigen competenties drastisch op te trekken naar een mastersniveau, maar in plaats van bijval kreeg ik flink wat kritiek te verduren: onzinnig, onnodig en niet realistisch was nog het aardigste commentaar.
Ik ben blij dat in dit artikel bibliotheken in scholen specifiek worden genoemd: ook daar is het noodzakelijk personeel met de juiste kwalificaties (minimaal MA) neer te zetten. Voor zover mij bekend is dit in Nederland nog nauwelijks het geval.
Het past trouwens ook mooi binnen de initiatieven van de Staatssecretaris om het niveau van leraren op te krikken middels het project Krachtig Meesterschap. Daarvoor is zo’n 100 miljoen beschikbaar. Leuk bedragje, maar daar hebben bibliothecarissen in het onderwijs (nog) niet zoveel aan. Dat betekent niet dat er geen mogelijkheden zijn om via afstandsleren een masters te halen (ook specifiek voor onderwijsbibliothecarissen) (Charles Sturt e.a.), maar je moet wel bereid zijn om in jezelf te investeren natuurlijk - en wie is dat nu niet?
Werkstukken leuker maken
In december pikten diverse bloggers het bericht van Willem Karssenberg op, waarin hij meldde dat Hyves en YouTube op zijn school niet meer beschikbaar is. Treurig, dit soort berichten, maar ik verbaas me in onderwijsland nergens meer over en ben geneigd dit soort idiote besluiten maar te negeren en daarom hierbij wat ideetjes voor creatief gebruik van nieuwe hulpmiddelen- speciaal voor leerlingen!
Veel leerlingen vinden het maken van werkstukken een vervelende bezigheid. Ze klagen over de grote hoeveelheid tijd die het ze kost en proberen te besparen op die tijdsinvestering door flink te kopiëren en te plakken. Daar wil ik het dit keer nou eens niet over hebben, maar wel over een aantal aardige hulpmiddelen voor leerlingen om het maken van een werkstuk of spreekbeurt leuk(er) te maken.
Om te beginnen Scrapblog
Bekend zijn natuurlijk de fotoboeken die je online kunt maken en bestellen bij diverse commerciële aanbieders, maar dit tooltje biedt gratis nog meer mogelijkheden. Niet alleen foto’s maar ook video’s kun je opleuken met allerlei achtergronden, kleuren etc. zoals je vroeger in je plakboek deed. Het leukste is waarschijnlijk nog dat je dit virtuele plakboek online kunt delen met je vrienden en familie door het simpelweg te e-mailen of te uploaden op je website.
Naast werkstukken zijn spreekbeurten nog steeds een veel gebruikte manier om de kennis en vaardigheden van leerlingen te testen. Een ‘alternatieve’ spreekbeurt kun je maken met behulp van Voicethread. Zowel foto’s als video’s kun je voorzien van commentaar zodat een digitale audioproductie ontstaat.
Er is zelfs een speciale versie voor scholieren (en hun leraren) beschikbaar
Met behulp van Jing kun je een ‘screenshot’ van een video als foto opslaan, bewerken en delen met anderen. Photofunia is een andere leuke tool voor het opleuken van foto’s. Volgens een van mijn internationale collega’s een fantastische tool voor leerlingen en ze spreekt uit eigen ervaring!
Hoe je deze nieuwe tools kunt gebruiken wordt heel inzichtelijk gemaakt m.b.v. ‘instructiefilmpjes’ die zelfs voor een digibeet als deze blogger te begrijpen zijn.
Geweldig leuk voor leerlingen lijkt me; en het is weer eens wat anders dan het traditionele werkstuk of spreekbeurt.
En nou maar hopen dat men in onderwijsland gaat begrijpen dat het werken met deze tools een verrijking betekent, niet alleen voor de leerling, maar voor het totale onderwijs. Want geinspireerde leerlingen presteren nou eenmaal beter en dat lijkt me voor iedereen grote winst.
Leuke dingen voor de mensen
Via mijn internationale contacten werd ik gewezen op een paar heel leuke en interessante tools, te gebruiken in de mediatheek, de klas en natuurlijk door de leerlingen. Probeer ze uit en veel plezier!
Touchgraph Google
De Touchgraph Google tool lijkt een beetje op de Aquabrowser, maar ziet er voor jongeren veel aantrekkelijker uit. Zodra je een zoekwoord intypt, krijg je een aantal ’spinnen’ te zien met links gerelateerd aan je zoekwoord. Verander ‘Web 2.0′ in je eigen zoekwoord en klik dan op de the Graph It knop. De getoonde URL’s zie je nog gepresenteerd aan de linkerkant van je scherm; de spinnen aan de rechterkant. Je kunt ook nog doorklikken op de ‘bolletjes’ van de spin. Om dit tooltje goed te kunnen gebruiken heb je wel Java (1.5 of 1.6) nodig.
Soovle
Soovle is een leuke zoekmachine die gebruik maakt van Google, Ask, Wikipedia, Yahoo, Amazon, Answers.com en YouTube. Leerlingen vinden dit vast heel leuk!
Instant Audio/Video Tools Igniting the Digital World
Een interessante maar wel wat lange (dus je moet er wel even de tijd voor nemen!) diashow van Connie Crosby uit Ottawa, Canada, met een aantal zeer bruikbare netwerk- en online-sharing toepassingen.
Exploratree
Exploratree is a gratis website met behulp waarvan je kant en klare grafieken en diagrammen kunt downloaden en gebruiken. Er zijn zo’n 24 verschillende ontwerpjes. De eindresultaten kunnen worden bewerkt, geprint of gedeeld met anderen.
En last but not least Go Animate. Een erg leuke tool om zelf of met leerlingen animaties te maken. Je kunt grappige, ontroerende, spannende en heel persoonlijke animatiefilmpjes maken. Zeer aan te bevelen!
Kijk ook even op een voorbeeldje uit de Schoolmediatheek
Digikids
De term ‘digital natives’ is bijna niet te vertalen in het Nederlands, maar volgens de Van Dale moet dit ‘Digikids’ zijn. Met deze term wordt de generatie, geboren aan het eind van de jaren negentig aangeduid: jongeren die opgroeien met digitale technologie en dit net zo vanzelfsprekend vinden als eten, drinken en slapen.
Dit is de generatie waar we in het onderwijs mee te maken krijgen en vaak al hebben: jongeren die niet (kunnen) begrijpen dat er een tijd is geweest zonder computers, ipod’s, gsm’s en games en moeiteloos de nieuwe technologie toepassen in hun dagelijkse bestaan.
Er zijn jongeren, kinderen vaak nog, die gestimuleerd door al die nieuwe mogelijkheden geïnspireerd worden en zelf een toepassing bedenken om hen te helpen in hun dagelijkse leven. Een prachtig voorbeeld is de 6-jarige James Scowcroft. Hij bedacht de ’sprekende rugzak’: ’s morgens verteld de tas hem z’n lunch mee te nemen en z’n sportkleren; de tas helpt hem z’n huiswerk niet te vergeten en z’n drinken in te pakken. Wat een briljant idee. Zo’n tas zou ik ook nog wel kunnen gebruiken!
Hoe gaan we om met deze generatie in het onderwijs en de onderwijsmediatheek? Een klein niet representatief onderzoekje naar de websites van mediatheken in het VO levert weinig opwekkends op: in plaats van leerlingen de ruimte te geven zelf te ontdekken en te creeëren, timmeren we de PC’s dicht en presenteren we vooral rijen met regels van wat niet mag. Tsja, ik hoor jullie denken: maar dan maken ze er een rotzooitje van. Dat mag dan zo zijn, maar hoe komt dat? Dat ligt volgens mij niet aan de mogelijkheden die we hebben, maar aan de manier waarop we samen met leerlingen ermee werken en leren. In plaats van leerlingen te leren omgaan met al die nieuwe technieken en creatieve opdrachten te verstrekken, sturen we ze alleen ’het digitale woud in’ met zouteloze en oninteressante taken. De leerlingen vervelen zich rot en gaan klooien in plaats van geïnspireerd aan de slag.
Een paar weken geleden verscheen een nieuw boek over dit onderwerp van John Palfrey & Urs Gasser: Born Digital: Understanding the First Generation of Digital Natives. Beide auteurs zijn verbonden aan Harvard en het boek heeft goede kritieken gekregen. Lijkt me in ieder geval de moeite waard om eens te lezen, zodat we op z’n minst begrijpen wat een ’Digikid’ is. Vervolgens moeten we gaan nadenken over het aanpassen van onze (les)methoden. Want dat we ons moeten aanpassen, staat volgens mij als een paal boven water.