Digitale geletterdheid: kansen voor de onderwijsbibliothecaris

Digitale geletterdheid is een van de basisvaardigheden zoals beschreven in het eindadvies  van het Platform Onderwijs2032. In het advies wordt niet ingegaan op ‘wie’ dit onderdeel voor zijn rekening zou moeten nemen in de school en hoe dat onderwijs er precies uit zou moeten zien. Dat is ook niet eenvoudig gezien de uiteenlopende onderdelen binnen deze vaardigheid: basiskennis van ICT, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.

Hierbij mijn reactie op ‘wie’.

Laat ik beginnen met dat ik blij ben dat gekozen is voor de term ‘geletterdheid’. In de Engelse taal wordt al veel langer de term ‘literacy’ gebruikt voor lees- en schrijfvaardigheid, maar ook voor bijvoorbeeld MIL (Media and Information Literacy). We sluiten ons hiermee niet alleen aan bij internationale terminologie, maar, en dat is belangrijker we stappen o.a. af van het idee dat informatievaardigheden vooral over vaardigheden gaan en niet over kennis, vaardigheden en attitude.

Bibliothecarissen en in het bijzonder onderwijsbibliothecarissen spelen al decennia lang een belangrijke rol in het bevorderen van geletterdheid door het aanbieden van ruime collecties boeken, het bevorderen van het plezier in lezen en door het samenwerken met vakdocenten in het kader van lees- en literatuuronderwijs. Dit geldt eveneens voor het informatievaardig maken van leerlingen (en docenten!) en het integreren van mediawijsheid in het onderwijs. De onderwijsbibliothecaris – in ieder geval in internationaal perspectief – houdt zich dus al bezig met in ieder geval twee onderdelen binnen digitale geletterdheid, naast onderdelen binnen Functionele taalvaardigheid, een ander onderdeel binnen de basisvaardigheden.

Maar hoe zit het met computational thinking? Het platform schrijft: “…leerlingen leren de essentie van computertechnologie te begrijpen en computers kunnen inzetten om een probleem op te lossen. Hoe kiest een zoekmachine bijvoorbeeld uit een grote hoeveelheid zoekresultaten een bepaalde volgorde? … Computational thinking richt zich op de vaardigheden om problemen op te lossen waar veel informatie, variabelen en rekenkracht voor nodig zijn.”

Het gaat dus om vaardigheden die aanschurken tegen de andere drie genoemde onderdelen. Twee daarvan (informatievaardigheden en mediawijsheid) zijn het domein van de onderwijsbibliothecaris. Prima reden om deze professionals dat te laten doen waar ze goed in zijn en waarin ze ruime ervaring hebben. Maar zo eenvoudig is het helaas niet. Onderwijsbibliothecarissen zijn er in Nederland nauwelijks; er zijn al decennia lang geen opleidingen meer en destijds afgestudeerden beschikken meestal niet over de competenties die (internationaal) aan deze beroepsgroep worden gesteld. Het is daarom belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in het ontwikkelen van een goede opleiding en voldoende bij- en nascholing voor o.a. bibliothecarissen, leraren, mediathecarissen, mediacoaches e.a. die zich op dit moment bezig houden met informatievaardigheden en mediawijsheid. Het wiel hoeft daarvoor niet opnieuw te worden uitgevonden; in de VS, Canada, Australië maar ook in Europa bestaan goede opleidingen voor ‘Teacher-Librarians’. Tijdens IASL2015, afgelopen zomer, is vastgesteld dat verschillende universiteiten bereid zijn hun expertise, jarenlange ervaring en curriculum te delen met universiteiten in Nederland (en daarbuiten). Een opleiding tot onderwijsbibliothecaris kan daarom op redelijk korte termijn worden gerealiseerd, zonder enorme geldinvestering. Bovendien zijn er al opleiders beschikbaar, o.a. bij de Open Universiteit.

En, er is nog meer. De internationale opleidingen bieden veel meer aan dan alleen de competenties op het gebied van informatievaardigheden en mediawijsheid. De onderwijsbibliotheek (mediatheek/olc/bibliotheek) wordt beschouwd als ‘de hub’ in het (digitale) onderwijs en de onderwijsbibliothecaris als degene die i.s.m. vakdocenten uitvoering geeft aan de vaardigheid ‘digitale geletterdheid’ zoals door het Platform beschreven.

Hier liggen kansen voor de Beroepsvereniging Mediathecarissen (BMO) en individuele beroepsbeoefenaren. Grijp die kans zou ik zeggen en draag bij aan Onderwijs2032.

 

9 thoughts on “Digitale geletterdheid: kansen voor de onderwijsbibliothecaris

  1. Hallo Lourense,
    Wederom ware woorden. En om de titel van je vorige post aan te halen; “geduld in is een schone zaak”.
    Zeker in de ‘strijd’ die mediathecarissen voeren met hun schooldirecties om te investeren in een goed geoutilleerde mediatheek én professionalisering van mediathecarissen. Dat kwartje valt nog steeds bij te weinig scholen in het VO.

  2. Een mediathecaris moet geen strijd voeren met haar directie; dat is een verkeerde zienswijze. Het enige dat mediathecarissen moeten doen is bewijzen hoe onmisbaar je bent, zodat directies inzien dat ze niet zonder je kunnen. Bijvoorbeeld omdat jij de beste bent in bovenstaande zaken. En vergeet niet om ook aandacht te schenken aan LEZEN; broodnodig omdat het niet alleen de taalvaardigheid van leerlingen verbetert, maar ook hun algemene en sociaal-emotionele ontwikkeling. En aandacht aan de belangrijke bijdrage die mediatheken kunnen leveren aan de groei en populariteit van connected learning, waarbij leerlingen kunnen faciliteren, stimuleren en inhoudelijk begeleiden, zowel fysiek (de mediatheek als crea-ruimte) als digitaal.

  3. De laatste alinea even opnieuw, zonder fouten:
    En aandacht voor de belangrijke bijdrage die mediathecarissen kunnen leveren aan de groei en populariteit van ‘ connectes learning’, waarbij wij leerlingen kunnen faciliteren, stimuleren en inhoudelijk begeleiden, zowel fysiek (de mediatheek als cre-ruimte) als digitaal.

  4. Bedankt voor de reacties. Ben het met je eens Monique dat de mediathecaris moet tonen wat hij/zij waard is. “Be good and show it” is de ‘definitie’ van positieve public relations. Daar wil ik nog aan toevoegen dat je proactief moet zijn, lef moet tonen en vooral niet moet wachten tot je ergens toestemming voor krijgt: gewoon doen en je verantwoordelijkheid nemen. Niks doen is voor bange mensen.
    Aandacht voor Lezen en liefde voor het lezen was en is inderdaad één van de kerntaken. Taalvaardigheid en lezen wordt ook expliciet genoemd in het eindadvies van het Platform en ik refereer daar ook nog aan.
    Alle mediathecarissen moeten dit rapport lezen en hun plan trekken. De BMO wacht een schone taak hen daarbij te ondersteunen en vooral ook te stimuleren.

  5. Een kritisch (moet kunnen op deze plek) commentaar van mijn kant: informatievaardigheden zijn altijd het domein geweest van de schoolbibliothecaris. Juist op dat gebied zie ik weinig ontwikkeling, ook niet vanuit de professionele informatiespecialisten. The Big Six schijnen verlaten te zijn door deskundigen, maar wat krijgen we ervoor in de plaats?
    Mediawijsheid, een begrip dat gemunt is door de Raad voor Cultuur. Dat is iets waar vooral andere partijen zich op hebben gestort, het is zeker niet zo dat schoolmediathecarissen snel warm liepen voor dat begrip, zodat nu vele anderen, docenten, pedagogen en noem maar op zich er succesvol op hebben gestort.
    Computational thinking, is iets dat ook bijgebracht moet worden en dat zou kunnen lukken als de schoolmediathecaris met bepaalde docenten kan samenwerken.

    In Nederland hebben we bovendien organisaties als Kennisnet en Mediawijzer.net die zich sterk maken om de drie bovengenoemde zaken op de kaart te zetten. Hun doelgroepen zijn meestal docenten of mediacoaches. Schoolmediathecarissen komen er weinig aan bod en dat ligt niet aan die organisaties.

    Ik denk dat we vooral nuchter de positie van de schoolmediathecaris in Nederland moeten bekijken. Die persoon heeft veel boten of treinen gemist. Nu wachten op de komst van de verlosser in de persoon van de Teacher Librarian, lijkt me weinig efficient. Ik denk dat de schoolmediathecaris zich vooral kan bewijzen door intensief samen te werken met anderen die zich inmiddels met “onze problematiek” zijn gaan bezighouden. Het steeds beklemtonen dat de TL als een moderne verlosser soelaas zal brengen op het gebied van genoemde vaardigheden vind ik bovendien niet echt aardig of respectvol ten aanzien van de activiteiten van de vele zinnige activiteiten die schoolmediathecarissen (al dan niet dan gediplomeerd) op dit ogenblik verrichten.

  6. Beste Roeland,
    Bedankt voor je reactie en uiteraard mag je kritisch zijn.
    Je schrijft dat ‘de schoolmediathecaris veel boten en treinen gemist heeft’. Dat klopt en dat ligt toch vooral aan die functionaris zelf. Hij/zij heeft de afgelopen jaren mogelijkheden genoeg gehad om bij- en/of na te scholen. Degenen die dat hebben gedaan, hebben meestal een stevige positie in de school verworven.
    De TL is geen ‘verlosser’, maar een professional die nodig is in de school om zijn/haar eigen rol te vervullen in het onderwijs anno nu. Ook in Nederland hebben we TL’s nodig als we willen aansluiten bij internationale standaarden en richtlijnen. Ik zie geen enkele reden waarom Nederland daarvan zou moeten afwijken. Het pleidooi voor een TL in elke school heeft niets te maken met niet respectvol omgaan met mensen of niet aardig tegen ze zijn.
    Ik ben kritisch en dat ben ik al 40 jaar. Maar ik heb wel altijd geprobeerd om respectvol met collega’s en vakgenoten om te gaan en hen te helpen, te stimuleren en te ondersteunen. Of ik ook aardig ben mogen anderen beoordelen.

  7. Hoewel ik ook denk dat vele mediathecarissen vele boten hebben gemist, zoals Roeland stelt, denk ik niet dat de situatie hopeloos is. De beroepsgroep veroudert, een deel zit tegen zijn/haar pensioen aan, vele mediathecarissen hebben te maken met leidinggevenden die niet echt stimulerend werken, maar er zijn ook jonge en oudere enthousiastelingen die zich met liefde hierop willen storten. Naast prachtige taken als leesbevordering en collectiebeheer.
    Het Platform2032 is van mening dat leraren een substantiële rol dienen te krijgen in de ontwerpfase van het nieuwe onderwijs. Dat zou kunnen in de vorm van bestaande en nieuwe netwerken waarin leraren ‘samen met diverse andere onderwijsprofessionals’ werken aan de verdere concretisering van de onderwijsinhoud.
    Wij zijn die onderwijsprofessionals. Waarom zouden we het niet doen? Als mediathecaris binnen je school moet je deze zaken alleen niet in je eentje willen doen, maar juist samen met docenten en staf. De mentoren van klas 1 zijn reuze blij dat ik een aantal lessen voor ze wil ontwerpen over online identiteit, cyberpesten, gebruik van wachtwoorden etc. Ik heb of maak de tijd om me daarin te verdiepen, zij niet. Maar ze willen er wel graag aandacht aan besteden in hun mentorles. Andere docenten (biologie en geschiedenis) vinden het heerlijk dat ik zelf een les geef over zoeken, vinden en beoordelen van bronnen aan het begin van een onderzoeksproject over drugs (klas 2) of politieke stromingen (klas 3).
    Je moet er zin in hebben, je moet er voor zorgen dat je wat in huis hebt, je moet laten merken dat je wat in huis hebt en je moet er vooral plezier in hebben samen te werken met anderen. Maar dan is er werkelijk niets mooiers.
    Daarnaast zou het wat mij betreft heel goed zijn wanneer de BMO als organisatie ook actief deel zou nemen aan het debat. Misschien nog niet namens alle mediathecarissen, maar wel voor degenen die vinden dat mediathecarissen een rol hebben in dit geheel. En dat worden er steeds meer.

  8. Beste Tom,
    Fijn om ook positief nieuws te horen, dus bedankt voor je reactie. Het is inderdaad van belang pro-actief te zijn en ‘je diensten aan te bieden’. Mijn eigen ervaring is ook dat veel leraren dat heel fijn vinden. En prettige bijkomstigheid is dat bij goede resultaten en feedback van de leraren, andere leraren soms over de streep worden getrokken en ook graag met de mediathecaris willen samenwerken.
    Stapje voor stapje komen we er wel, maar dat gebeurt niet als we allemaal stil blijven zitten. Zowel de beroepsvereniging als de individuele mediathecarissen zullen zich moeten inzetten voor het versterken van hun rol en daarmee hun positie. Daarbij kan bij- en nascholing een goed hulpmiddel zijn.

  9. Mooie discussie… Tom doet hetzelfde voor de school als ik aan het doen ben in samenspraak met leraren. Dus ik heb voorgesteld samen te werken. Bedankt!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *