Lui

Deze week zapte ik langs een paar tv-kanalen en ving de volgende interessante uitspraak op: ‘Druk zijn is een kwestie van luiheid, want dan kun je blijkbaar geen keuzes maken’. Intrigrerend, zo’n opmerking want ik betrap mezelf erop dat ik ook wel eens roep dat ik het druk heb en ik ben niet de enige! Vele collega’s in het mediatheekwerk vertellen of klagen soms dat ze het (te) druk hebben. Omdat ik nogal eens in het buitenland verblijf heb ik de (onhebbelijke?) gewoonte werklust en -gewoonten van collega’s in andere landen te vergelijken met die van Nederlandse collega’s en constateer dan opvallende verschillen.

Mijn Italiaanse, Portugese of Engelse collega’s klagen nooit over het te druk hebben; ze vertellen meestal enthousiast met welke projecten ze nu weer bezig zijn en dat dit veel tijd opslokt, waardoor ze -helaas- weinig tijd hebben om te mailen of mee te praten over een heikel onderwerp. Dus, blijkbaar maken zij wel keuzes: ze mailen niet en laten discussies op list serves en in Ning’s even voor wat ze zijn.

Ander opvallend voorbeeld: ik word regelmatig uitgenodigd aanwezig te zijn bij conferenties in het buitenland, soms als spreker, soms als moderator en soms gewoon als deelnemer. Wat als eerste opvalt bij dit soort evenementen is, dat deze conferenties gewoon om 9 uur ’s morgens beginnen (enige tijd geleden zelfs om 8 uur!) en rustig doorgaan tot 9 – 10 uur in de avond. Soms zelfs in het weekend. De deelnemers klagen hierover helemaal niet, in tegendeel: ze vinden het volkomen vanzelfsprekend dat ze 12 uur per dag in touw zijn en dat ook nog in hun vrije weekend. Compensatie? Ook daarvan hebben ze nog nooit gehoord: het is een voorrecht deel te mogen en kunnen nemen!

Ik durf het bijna niet te schrijven, maar een paar jaar geleden waagde ik het een Nederlandse beroepsvereniging voor te stellen het jaarlijkse congres op een zaterdag te organiseren. Leek me handig, want geen problemen met mediatheken sluiten, vervanging regelen en bovendien zouden we goedkoper een zaal kunnen huren. Verbijstering en ook boze reacties alom: hoe ik op het idee kwam?!

Tja, zo zie je maar weer: druk zijn is een kwestie van perceptie en keuzes maken!

’n Dagje Rome

Afgelopen vrijdag 17 oktober was ik een dagje in Rome om aan Luisa Marquardt de IASL School Librarianship Award 2008 uit te reiken.

Luisa ontving, samen met 3 andere winnaars deze prijs voor haar tomeloze en onafgebroken inzet voor het onderwijsbibliotheekwerk in Italie, Europa en internationaal. Mede door haar inzet zal de IASL conferentie 2009 plaats vinden in Abano, direct na de IFLA-conferentie in Milaan en een pre-conference workshop in Padua, georganiseerd door IASL, de School libraries section van IFLA en ENSIL.

De prijsuitreiking vond plaats in een gebouw van Universiteit Roma Tre, tijdens een seminar in het kader van ISLM 2008 (International School Library Month). Mijn speech stond gepland rond 11.00 u., maar de planning werd danig in de war gestuurd door maar liefst drie demonstraties en een staking van het openbaar vervoer in Rome.

De avond voor m’n vertrek, sms’te Luisa mij dat er problemen zouden zijn om bij de Universiteit te komen op het Piazza della Repubblica, want twee van de drie demonstraties waren aldaar gepland: een door professoren en onderzoekers van universiteiten in Italie en de andere door vertegenwoordigers van andere onderwijsinstellingen. Beide om voorgenomen bezuingingen door de regering Berlusconi aan te vechten. De derde demonstratie door arbeiders en werklozen om te protesteren tegen andere bezuinigingen, vond plaats op een andere plek in Rome.

Ondanks alle belemmeringen, waren er toch nog zo’n 70 deelnemers aanwezig waaronder meer dan de helft jonge mensen (ik schat tussen de 18-25 jaar); er waren meer dan 100 aanmeldingen, maar als je niet weet of je nog wel thuis kunt komen na een heenreis van enkele uren, is het begrijpelijk dat een flink aantal mensen zich afmeldden.

De vliegmaatschappij deed goed z’n best en ik arriveerde 20 minuten te vroeg. De zoon van Luisa worstelde zich door het file-verkeer van Rome om mij bij een metro-station af te zetten. Samen bekeken we of de metro nog wel reed – want je weet maar nooit – en ik wurmde me uiteindelijk in een overvol treinstel, vol met demonstranten met spandoeken, die vol plezier en overgave de demonstratie al in de metro startten. 

Mijn speech werd uiteindelijk het sluitstuk van het seminar en terwijl ik Luisa en de deelnemers toesprak, schalden buiten op het plein de demonstranten leuzen en werden de spandoeken met communistische tekens uitgevouwen. Eigenlijk een prachtig beeld, zeker als je bedenkt dat een (universitair geschoolde)mediathecaris in Italie bij een fulltime aanstelling meestal niet meer verdiend dan 1100 euro per maand. Luisa was in ieder geval heel blij met de waardering en de cadeautjes en dat maakte mijn dagje Rome helemaal goed. 

Digikids

De term ‘digital natives’ is bijna niet te vertalen in het Nederlands, maar volgens de Van Dale moet dit ‘Digikids’ zijn. Met deze term wordt de generatie, geboren aan het eind van de jaren negentig aangeduid: jongeren die opgroeien met digitale technologie en dit net zo vanzelfsprekend vinden als eten, drinken en slapen.

Dit is de generatie waar we in het onderwijs mee te maken krijgen en vaak al hebben: jongeren die niet (kunnen) begrijpen dat er een tijd is geweest zonder computers, ipod’s, gsm’s en games en moeiteloos de nieuwe technologie toepassen in hun dagelijkse bestaan.

Er zijn jongeren, kinderen vaak nog, die gestimuleerd door al die nieuwe mogelijkheden geïnspireerd worden en zelf een toepassing bedenken om hen te helpen in hun dagelijkse leven. Een prachtig voorbeeld is de 6-jarige James Scowcroft. Hij bedacht de ‘sprekende rugzak’: ’s morgens verteld de tas hem z’n lunch mee te nemen en z’n sportkleren; de tas helpt hem z’n huiswerk niet te vergeten en z’n drinken in te pakken. Wat een briljant idee. Zo’n tas zou ik ook nog wel kunnen gebruiken!

Hoe gaan we om met deze generatie in het onderwijs en de onderwijsmediatheek? Een klein niet representatief onderzoekje naar de websites van mediatheken in het VO levert weinig opwekkends op: in plaats van leerlingen de ruimte te geven zelf te ontdekken en te creeëren, timmeren we de PC’s dicht en presenteren we vooral rijen met regels van wat niet mag. Tsja, ik hoor jullie denken: maar dan maken ze er een rotzooitje van. Dat mag dan zo zijn, maar hoe komt dat? Dat ligt volgens mij niet aan de mogelijkheden die we hebben, maar aan de manier waarop we samen met leerlingen ermee werken en leren. In plaats van leerlingen te leren omgaan met al die nieuwe technieken en creatieve opdrachten te verstrekken, sturen we ze alleen ‘het digitale woud in’ met zouteloze en oninteressante taken. De leerlingen vervelen zich rot en gaan klooien in plaats van geïnspireerd aan de slag.

Een paar weken geleden verscheen een nieuw boek over dit onderwerp van John Palfrey & Urs Gasser: Born Digital: Understanding the First Generation of Digital Natives. Beide auteurs zijn verbonden aan Harvard en het boek heeft goede kritieken gekregen. Lijkt me in ieder geval de moeite waard om eens te lezen, zodat we op z’n minst begrijpen wat een ‘Digikid’ is. Vervolgens moeten we gaan nadenken over het aanpassen van onze (les)methoden. Want dat we ons moeten aanpassen, staat volgens mij als een paal boven water.