Nieuw logo Informatievaardigheden

Afgelopen zondag (10-08) is de winnaar van de ‘information literacy logo contest’ bekendgemaakt op de UNESCO sessie van de IFLA World Library and Information conference 2008 in Quebec. De winnaar is de jonge Cubaanse ontwerper Edgar Luy Perez uit Havana. 

Kijk voor meer informatie op de gemeenschappelijk site van UNESCO en IFLA  over informatievaardigheden ‘Infolitglobal

Groen

Vorige week is er een heftige discussie losgebarsten in de internationale onderwijsbibliotheekwereld over het nut en noodzaak van live conferenties en het afschaffen of afbouwen hiervan en deze om te vormen tot virtuele of op zijn minst hybride conferenties.

Als belangrijkste redenen om tot ombouwen of afschaffen te komen, worden genoemd
– de kosten om naar (internationale) conferenties te reizen en deel te nemen;
– het feit dat daardoor slechts weinigen kunnen profiteren van de alles wat men tijdens een conferentie kan leren en opnemen
– de onbegrensde mogelijkheden die de nieuwe ict-tools te bieden hebben
de noodzaak voor onderwijs informatiespecialisten deze nieuwe tools te leren gebruiken en deze kennis over te dragen
– een virtuele conferentie is GROEN: geen vliegreizen en dikke tassen met papier

Deze discussie is niet nieuw, want in 2005 al werd tijdens de ENSIL-meeting gediscussieerd over mogelijkheden om te komen tot een virtuele gemeenschap met mogelijkheden tot discussie en uitwisseling van ideeën. Het resultaat van deze discussie was de start van de list serve ENSIL-list en de opzet van een (simpele) website op basis van een blogtool. Deze twee virtuele werelden functioneren redelijk goed, maar zoals met alles, het succes is afhankelijk van de bijdragen van de deelnemers. Dat geldt niet alleen voor live uitwisseling maar zeker ook voor de virtuele variant.
Deelnemen aan congressen, conferenties, seminars, studiedagen e.d. kost geld, tijd en inzet. Het reizen naar verre oorden om een (internationale) conferentie bij te wonen vraagt om een nog grotere bijdrage en dat is zeker niet voor iedereen weggelegd. In Europa zijn veel collega’s die zowel financieel als fysiek niet in staat zijn naar deze bijeenkomsten te gaan en ook in Nederland is dat een probleem gebleken. Maart zoals uit de reactie van een Italiaanse collega bleek, zijn virtuele conferenties niet altijd de oplossing: systemen haperen en door gebrek aan medewerking van instanties is succes lang niet altijd verzekerd. Maar er zijn nog meer redenen waarom een geheel virtuele op dit moment nog geen optie is. In veel landen (ook in Europa) zijn doodeenvoudig de mogelijkheden niet aanwezig: er zijn geen Pc’s beschikbaar en als ze er wel zijn, worden deze gebruikt voor andere (onderwijskundige) doeleinden en kan de mediathecaris die niet zomaar opeisen om een virtuele sessie bij te wonen; ook de taal is een groot probleem. Zoals opgemerkt in de discussie op IASL-link mag Engels wel als voertaal worden erkend, de praktijk is veelal anders. Verschillende accenten, woordgebruik, het gebruik van vele acroniemen belemmert de communicatie in grote mate. In een live versie zijn deze obstakels makkelijker te tackelen: de spreker is te onderbreken of na afloop aan te spreken; je kunt je buurman of een collega vragen je te helpen en wellicht nog wel het belangrijkste, lichaamstaal zegt soms meer dan duizend woorden.
Maar er zijn nog drie heel belangrijke redenen waarom een geheel virtuele conferentie niet zondermeer de vervanger van een live versie is en dat is het netwerken tussen collega’s. Natuurlijk doe je veel kennis op tijdens de diverse sessies, maar het bijpraten met collega’s tijdens de lunch of de koffie is minstens net zo belangrijk. Bovendien worden tijdens bijvoorbeeld de IASL-conferenties ook altijd scholen en bibliotheken bezocht en uit eigen ervaring weet ik dat juist dit soort bezoeken cruciaal zijn voor de juiste beeldvorming en kennis omtrent dat land en die cultuur. Kennisuitwisseling is meer dan het overdragen van tekst en beeld via een Pc of video!
Verder mag het bekend worden verondersteld dat de meeste beroepsverenigingen en – organisaties bestaan bij de gratie van sponsors. Die sponsors willen in contact komen met de leden van die verenigingen. Dat doen ze o.a. door standruimte te kopen tijdens congressen. De inkomsten die hierdoor worden gegenereerd zijn cruciaal voor het voortbestaan van die verenigingen en organisaties. Een virtuele variant hiervan zie ik nog niet zo, maar dat kan uiteraard in de toekomst veranderen.

Kortom, alhoewel ik een voorstander ben van het adopteren van nieuwe technologie om kennisuitwisseling te bevorderen, is het verstandig de huidige situatie eerst goed te analyseren en op basis daarvan te komen tot een nieuwe variant. Daar waar het kan zijn virtuele sessies zeker aan te bevelen en moeten die mogelijk worden gemaakt. Proceedings en programma’s van conferenties moeten op CD of DVD en/of op het web worden gepubliceerd in plaats van papier (met in acht nemen van copyrights natuurlijk). Dat zou al een flinke bijdrage zijn aan het groener maken van dit soort bijeenkomsten. En groen is een mooie kleur, ook voor onderwijs informatiespecialisten.