Bibliofuture: Innovatie!?

De blog van Joost Heessels, Bibliofuture bestaat 5 jaar. Ter gelegenheid van dit jubileum schreef ik een speciale gastblog. Hieronder de integrale tekst van deze post (met dank aan Joost!).

das met boek_vry copyInnovatie is een sleets begrip. Er gaat geen dag voorbij of er wordt ergens wel iets gepubliceerd over innovatie: ‘we moeten innoveren’, ‘het is belangrijk voor de toekomst’, ‘we kunnen niet zonder innovatie’.

Ik vraag me ondertussen af of alle innovaties wel echt ‘innovatief’ zijn. Voordat ik daarop inga, eerst wat volgens mij innovatie nu eigenlijk is. Innovatie is een idee, concept of product dat op een nieuwe, niet eerder toegepaste manier (bestaande) ideeën, concepten of producten voorstelt. Daarin ben ik ervaringsdeskundige. Ik ben twee keer genomineerd geweest voor een innovatieprijs; één keer was ik ook daadwerkelijk de winnaar van de prijs, namelijk de NOT Innovatieprijs 2009.

Innovatie is niet ‘uitvinden’ maar kijken naar wat er is en begrijpen hoe je dit moet aanpassen of omvormen zodanig dat de vernieuwing meerwaarde oplevert voor de mensen of instituties waarvoor je de innovatie wilt inzetten. Naar mijn smaak is een innovator een dwarsdenker die los kan komen van bestaande structuren en opvattingen; iemand die zich niet laat leiden door economisch gewin of opportunisme maar door passie en overtuiging. Kortom, wat mij betreft gaat innovatie niet over geld of status maar over waarde.

Dat het begrip innovatie sleets is, kan worden opgemaakt uit het volgende. Sinds 2003 kennen we het InnovatiePlatform, ingesteld door het tweede kabinet Balkenende. Het platform is een mislukking volgens een artikel in de NRC. Floor Management schrijft op de website: “Na het instellen van het InnovatiePlatform door het kabinet Balkenende is innovatie een hype en een modewoord waarop de nodige organisaties hopen mee te liften en een subsidie te verkrijgen. Ook in de internethype was er sprake van het operationaliseren van nieuwe toepassingen. In het operationaliseren zit de kracht en dat IS eigenlijk innovatie”.

Interessante analyse: het is een hype, gericht op het verkrijgen van subsidie en innovatie zit klaarblijkelijk in het operationaliseren: het uitvoeren van nieuwe ideeën, concepten en producten.

De laatste jaren horen we telkens dat bibliotheken ‘moeten’ innoveren. Blijkbaar is het traditionele concept van de bibliotheek niet meer van deze tijd. Als dat zo is, wil ik eigenlijk eerst weten wat dat concept is. En, bestaat er wel zoiets als ‘de bibliotheek’?

Volgens de VOB wel, want zij beheren de website debibliotheken.nl. Voor ingewijden is het meteen duidelijk dat het hier gaat over openbare bibliotheken; zij weten dat er vele andere typen bibliotheken bestaan en dat die niet vergelijkbaar zijn. Voor de gemiddelde burger is dat helemaal niet vanzelfsprekend en dat merk ik dagelijks als ik mensen daarover spreek.

De meeste burgers hebben geen idee wat ‘een bibliotheek’ eigenlijk is, laat staan dat ze begrijpen dat er grote verschillen zijn tussen bibliotheken, zelfs tussen bibliotheken van hetzelfde type.

Wat betreft ‘openbare bibliotheken’: het maakt veel uit of de bibliotheek gevestigd is in een grote stad of in een klein dorp. Zelfs tussen ‘grote steden’ en ‘kleine dorpen’ zijn grote verschillen: componenten als de samenstelling en focus van het college van B&W, de aanwezigheid van een universiteit of hogeschool, de ligging van de gemeente, de aanwezigheid van goed openbaar vervoer, de aanwezigheid van een asielzoekerscentrum e.a. bepaalt de behoeften van de burgers en naar het mij lijkt, de diensten en producten die de (lokale) bibliotheek aanbiedt of zou moeten aanbieden.

Maar als burgers geen idee hebben wat een openbare bibliotheek is (of zou moeten zijn) hoe kunnen zij dan bepalen wat voor bibliotheek belangrijk is binnen hun gemeente? En, hoe worden zij betrokken bij de ‘innovatie’ van hun bibliotheek?

Vragen waarop ik geen antwoorden vind via de landelijke bibliotheekkanalen.

De VOB lanceerde een prachtige ‘Nationale Innovatie Agenda’ die zelfs met buitenlandse collega’s wordt gedeeld via de discussielijst van IFLA: “kijk eens hoe innovatief wij zijn!”, maar wat voor mij veel belangrijker is, is hoe de burgers worden bereikt en betrokken bij wat aan de vergadertafel wordt bedacht.

De ambities van de de ‘Nationale Innovatie Agenda’ lijken echter vooral geïnspireerd door kostenefficiëntie en de participatiesamenleving. Er wordt veel tijd en energie gestoken in het optuigen en in stand houden van landelijke initiatieven (de Bibliotheek op School, E-books platform, nationaal bibliotheeksysteem, het landelijke Datawarehouse e.a.). Ondertussen wordt er lokaal flink bezuinigd op bibliotheken en bibliotheekpersoneel.

In mijn dorp is al jaren geen bibliotheek meer terwijl er grote behoefte is aan een innovatief bibliotheekconcept dat recht doet aan alle bewoners in het dorp waaronder ook de bewoners van het asielzoekerscentrum. In veel andere kernen binnen de gemeente waar ik woon, zijn uitleenpunten opgezet maar deze worden ‘gerund’ door vrijwilligers.

Overal in het land wordt de inzet van professionele bibliotheekmedewerkers ‘gereorganiseerd’ en worden vrijwilligers in dienst genomen. Vrijwilligers die als bibliotheekmedewerker worden ingezet maar ook vrijwilligers als taalcoach, instructeur in digitale vaardigheden, begeleiders en organisatoren van wijkactiviteiten e.a.

De argumentatie hiervoor is soms ‘innovatie’. Maar innovatie van wat?meisje met wijsvinger copy

Is de bibliotheek niet langer DE plek waar informatie en de toegang tot informatie is gewaarborgd? Een (fysieke) omgeving waar deskundige bibliothecarissen burgers kunnen helpen met het lokaliseren, gebruiken/toepassen van die informatie? Een plek waar ruimte is voor andere professionals zoals taalcoaches en instructeurs om hun beroep als professie te beoefenen? De plek in de samenleving waar alle burgers, ongeacht opleiding, etniciteit, religie, leeftijd, sociale omstandigheden terecht kunnen voor informatie en literatuur? Een plek waar recht gedaan wordt aan de veelheid van individuele wensen van burgers net betrekking tot lezen en lenen? Een plek waar die burgers zowel in de breedte als in de diepte de beschikking hebben over informatiebronnen en waar tegelijkertijd deskundigheid, betrouwbaarheid en veelkleurigheid de basis vormt van aanbod en handelen? Is het loslaten van bovenstaande uitgangspunten dan de vorm van vernieuwing?

Deze vragen leven bij mij maar misschien ook bij anderen? Burgers die niet of nauwelijks worden geïnformeerd over de uitgangspunten van de bibliotheek zullen niet in staat zijn mee te denken en mee te doen aan vernieuwing van die bibliotheek. Dat zou trouwens dan eens echte participatie zijn.

Ik zie te weinig beweging naar een vernieuwende bibliotheek zodat deze, in onze huidige samenleving, positief kan reageren op de hierboven gestelde vragen.

Natuurlijk zijn er bibliotheken die op de goede weg zijn, maar landelijk is er sprake van ernstige afkalving van bovenstaand idee van de bibliotheek.

Op diverse plaatsen in het land sluiten gemeenten contracten af met commerciële bibliotheekaanbieders. Blijkbaar beoogt men een heel andere bibliotheek. De geringe budgetten waarmee de commerciële aanbieders bereid zijn te werken, maken een bibliotheek echte innovatie niet mogelijk. Zeker als diezelfde commerciële aanbieders het normaal vinden dat vrijwilligers bereid zijn om als vrijwilligers ‘te werken’ voor dat commerciële bedrijf.

Wat de inzet van vrijwilligers betreft, het volgende. Bestuurders en politici vinden het inmiddels normaal dat bibliotheken bevolkt worden door vrijwilligers. Men vindt blijkbaar ‘bibliothecaris’ geen beroep laat staan een vak. Maar, het accepteren van de inzet van vrijwilligers ten koste van beroepskrachten geeft bestuurders en politici veel te veel bewegingsruimte om verder te bezuinigen: de bibliotheek wordt een organisatie van vrijwilligers en de professionaliteit van de bibliotheek komt hiermee ernstig onder druk te staan.

Nog ernstiger is het dat er bestuurders zijn die de inzet van vrijwilligers presenteren als ‘innovatie’. Maar vrijwilligers inzetten heeft natuurlijk niets met innovatie te maken. Sterker nog, de waarde van een (lokale) bibliotheek wordt niet aangetoond als de bibliotheek en haar professionele bibliothecarissen niet serieus genomen worden.

Kan het dan helemaal niet, vrijwilligerswerk in de bibliotheek? Jawel, maar dan alleen als extra ondersteuning, dus naast en aanvullend op de professionals en niet in plaats van. De vrijwilligers kunnen taken uitvoeren die niet tot het domein van de bibliothecaris behoren en zijn alleen aanwezig als er een professional aanwezig is. Elke bibliotheek, hoe klein ook, verdient namelijk een professionele bibliothecaris omdat de burgers waarvoor gewerkt wordt een professionele bibliothecaris verdienen.

Wat vrijwilligerswerk betreft lijken we terug te keren naar de situatie van ruim 100 jaar geleden, toen de bibliotheek werd gezien als een instituut voor verheffing van bepaalde groepen in de samenleving, gefinancierd door instituties zoals de Maatschappij tot Nut van het Algemeen.

Anno 2016 is de bibliotheek er voor iedereen: individu en groep, jong en oud, laag- en hoogopgeleid, digitaal – en papier lezer, raadpleger en lener, leerling en professional, deelnemer aan de arbeidsmarkt en gepensioneerde, Europeaan en (tijdelijke) gast, gelovige en atheïst; iedereen moet in staat worden gesteld op zijn eigen manier de bibliotheek te gebruiken. De bibliotheek is een basisvoorwaarde voor inclusie, ontwikkeling, gelijke kansen en ontspanning. Het is een fysieke (en voor diegene die dat wil) een virtuele plek voor alle burgers. Dat mag een samenleving niet onthouden worden.

Nadenken over innovatie in de bibliotheek is prima, sterker nog dat moet zeker gebeuren, niet alleen nu maar continue. Maar een bibliotheek die zich richt op initiatieven die vooral interessant zijn voor specifieke groepen sluit een groot deel van de bevolking uit en maakt zich op den duur overbodig.

Das droomt zich een PCEcht innovatief is het om na te denken over wat (lokaal) nodig is om burgers te bedienen van een voor hen meest optimale bibliotheek. Dat kan door samenwerking met lokale partners; dat moet door burgers bij de ontwikkeling van zo’n lokaal concept te betrekken en dat moet zeker door innovatie van het beroepsprofiel en medewerkers naar een na-, bij- of herscholing te sturen.

Ik vind dat we daar meer dwarsdenkers voor nodig hebben en juist die dwarsdenkers zie ik veel te weinig terug in de (landelijke) overlegstructuren. De bibliotheken zouden er goed aan doen zich niet te laten leiden door de hype, de subsidiekraan en/of de budgettaire focus van de (lokale) politiek, maar zich te richten op echte innovatie: de idee ‘bibliotheek’ op een nieuwe manier voor te stellen. Maar dan moet je natuurlijk wel dat idee hebben!

 

Onderwijsbibliotheekwerk in Nederland: presentatie tijdens Politiek Café ‘Bibliotheek in Leudal’

flyer_politiek cafe bibliotheekOp 2 juni jl., organiseerde D66 Leudal een politiek café: “Discussie over de bibliotheek in Leudal’. Voor mijn inleiding schreef ik een uitgebreide tekst waarvan ik, gezien de beschikbare tijd, een samenvatting heb uitgesproken. In deze blog de integrale tekst van de inleiding, voorzien van noten.

Goedenavond,

Graag wil ik beginnen met het voorlezen van 2 citaten – dat voorlezen lijkt me deze avond wel toepasselijk:
“Wij kunnen en moeten ons Land dus e[e]n School Bibliotheek bezorgen; dat is, zulk eene aaneenschakelde hoeveelheid Schoolboeken, welke genoegzaam is, om dat alles te bevatten , wat de Nederlandsche Jeugd dient of kan geleerd worden.” […] “Ieder Lid zal het groot nut van dit Plan begrijpen, en wordt derhalven uitgenoodigd, om aan een van dezen te werken; – Hoofdbestuurders verzoeken dus aan dezelve, om , ingevalle eenigen der Leden het een of ander gelieven te bearbeiden, daar van spoedige opgaave te doen, aan den Secretaris des Genootschaps, ten huize van C de Vries, Boekhandelaar op de Nieuwezijds Voorburgwal, over de Nieuwstraat, te Amsterdam, Uit naam van der Vergadering der Hoofdbestuurders, M. Nieuwenhuijzen, Secretaris.

Deze citaten zijn afkomstig uit: “Stukken het schoolwezen betreffende, uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van ‘t algemeen. Eerste bundel. 1785-1792, bevat : M. Nieuwenhuizen: Ontwerp ener School Bibliotheek.”[1].

Deze publicatie is 225 jaar oud. Het is voor zover mij bekend de oudste publicatie over schoolbibliotheken in Nederland. Schoolbibliotheken bestaan dus al enkele eeuwen. Wist u trouwens dat schoolbibliotheken ouder zijn dan openbare bibliotheken?
Niet alleen vanuit Nederlandse publicaties maar ook uit publicaties uit andere landen waaronder bijvoorbeeld de Verenigde Staten, is bekend dat er in de 18e en 19e eeuw schoolbibliotheken waren. In die tijd waren er nog geen openbare bibliotheken. Die ontstonden veel later, ook onder leiding van de Maatschappij tot nut van ’t algemeen. Daarnaast waren er parochiebibliotheken zowel van katholieke als protestantschristelijke huize.
De schoolbibliotheken in de 18e eeuw fungeerden later (rond 1900), tot het ontstaan van zelfstandige openbare bibliotheken, vaak als bibliotheek voor de hele gemeenschap. Het concept ‘Brede Bieb’ is dus niet nieuw, maar een beproefd idee.

De openbare bibliotheken zoals we die nu kennen, ontstonden pas in de tweede helft van de 20e eeuw. Met name vanaf de jaren zeventig bloeide het Nederlandse openbare bibliotheekwerk op en ontstond een goed en wijdvertakt netwerk van bibliotheken door heel Nederland. Wij, bibliothecarissen, waren daar trots op! Nederland was een gidsland; vanuit het buitenland werd jaloers gekeken naar ons goede en uitgebreide openbare bibliotheekwerk met vanaf midden jaren zeventig van de vorige eeuw, contributievrijdom voor de jeugd. In elke dorp en elke wijk was enige vorm van bibliotheekwerk, ofwel een eigen bieb of in afgelegen plekken de bibliobus.

De ontwikkeling van het schoolbibliotheekwerk hield daarmee helaas geen gelijke tred. Vanaf de jaren zestig verschenen talloze onderzoeken en rapporten (ook in Nederland!) over het belang, nut en noodzaak van professionele onderwijsbibliotheken. Al deze onderzoeken gaan over de relatie tussen de onderwijsbibliotheek en de verbetering van onderwijsprestaties. Maar in tegenstelling tot veel andere landen was er in Nederland nauwelijks aandacht voor professionele bibliotheken in het basis- en voortgezet onderwijs.

Zonder uitputtend te zijn, een paar oorzaken:
De samensmelting van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur tot een Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verlegde de focus: een inmiddels diepgeworteld idee vatte post, namelijk dat openbare bibliotheken schoolbibliotheken kunnen ontwikkelen, beheren en daarmee ook vervangen. Dit idee werd o.a. gevoed door de opvatting ‘dat bibliotheekwerk nou eenmaal bibliotheekwerk is’ en dat het niet nodig is na te gaan welke specifieke eisen het onderwijs in aan de eigen bibliotheek stelt. Opvallend en ook zorgelijk is, dat de openbare bibliotheekwereld geen heldere visie over bibliotheken in het onderwijs ontwikkelden die enigszins aansluit bij internationale richtlijnen, standaarden en ontwikkelingen.

Voortbordurend op de idee dat openbare bibliotheken een onderwijskundige rol kunnen vervullen, sprongen ze in het hun aangeboden gat en ondernamen initiatieven om ofwel te komen tot intensieve samenwerking ofwel producten en diensten te ontwikkelen voor het onderwijs. De samenwerking tussen bibliotheek en school was overigens niet erg succesvol, in de zin dat er een structurele oplossing voor het onderwijsbibliotheekwerk werd aangeboden: initiatieven voor intensieve samenwerking liepen in de jaren vanaf 1970 tot ca. 2008 veelal spaak.
Dat is ook niet verwonderlijk gezien de ontwikkeling van het onderwijsbibliotheekwerk vanaf het begin van de 19e eeuw tot nu in andere landen. In tegenstelling tot het ontwikkelen van een echte onderwijsbibliotheek die aansluit bij het curriculum, gerund door een professionele onderwijsbibliothecaris met een rol binnen het primaire onderwijsproces, werd in Nederland gekozen voor ‘een alternatieve route’.

Die route leidde dus naar de openbare bibliotheken als beheerder en uitvoerder van ‘schoolbibliotheekwerk’ in het basis- en voortgezet onderwijs. De huidige status quo werd ingezet door de eerder genoemde ontwikkelingen en de volgende initiatieven.

In 1998 werd Stichting Lezen opgericht [2]. Deze stichting houdt zich bezig met het bevorderen van lezen in de breedste zin van het woord. In 2008 werd voor drie jaar gestart met het programma Kunst van Lezen. Dit programma richt zich op het bevorderen van het literaire lezen. Een vervolg van dit programma is Actieplan Kunst van Lezen dat heeft gelopen van 2012 – 2015. Dit actieplan werd uitgevoerd door Stichting Lezen i.s.m. het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken en ontvangt een subsidie van het Ministerie van OCW. Inmiddels is dit plan verlengd tot 2018. Het Sectorinstituut is inmiddels opgegaan in de Koninklijke Bibliotheek. Een onderdeel van dit actieplan is ‘de Bibliotheek op School’ voor basis- en voortgezet onderwijs. Andere onderdelen zijn Boekstart voor baby’s en kinderopvang en de ondersteuning van leesbevorderingsnetwerken [3].

Wat is nu precies ‘de Bibliotheek op School’? Zelf zegt men daarover: “Het is geen project, concept of programma, maar “een ‘aanpak’ voor structurele samenwerking” [4]. Tja, internationaal wordt dat toch heel anders geformuleerd:

In het IFLA/UNESCO School Library Manifesto [5] staat: “De schoolbibliotheek verschaft de informatie, inhoud en ideeën die noodzakelijk zijn om succesvol te functioneren in de informatie- en kenniswereld van vandaag. De schoolbibliotheek levert een bijdrage aan Levenslang Leren en ontwikkelt de verbeelding. Hierdoor kunnen studenten zich ontwikkelen tot verantwoordelijke burgers.”

Er staat niets over een ‘aanpak voor structurele samenwerking’. Waar komt dit dan vandaan?

Aan de mooie ontwikkeling die openbare bibliotheken vanaf het midden de 20e eeuw doormaakten was een einde gekomen. Onder druk van het ongebreideld snoeien in budgetten voor bibliotheken, vaak gevoed door de niet-onderbouwde opvatting dat ‘we nu internet hebben en bibliotheken dus overbodig zijn’, aangevuld met het totale gebrek aan inzicht in de specifieke rol van bibliotheken in het onderwijs, werd ingezet op de ‘aanpak de bibliotheek op school’.

Bibliotheken moeten bezuinigen en zetten in op ‘schoolbibliotheken’. Het gevolg is dat wijk- en dorpsbibliotheken en de bibliobus verdwijnen; daarvoor in de plaats komen ‘bibliotheekjes in scholen’. Deze bibliotheekjes ontvangen 2 -3 uur per week bezoek van een medewerker van de bibliotheek met als belangrijkste opdracht het verbeteren van de taalvaardigheid en leesmotivatie.

De effecten van ‘de aanpak de Bibliotheek op school’ zijn en worden onderzocht en de uitkomsten van de onderzoeken zijn – met veel mitsen en maren – positief [6]. Maar, en dit is belangrijk om te vermelden, eerdere ‘aanpakken’ van bijvoorbeeld het CPS [7] gericht op het verbeteren van de taalvaardigheid en de leesmotivatie, leverden dezelfde positieve uitkomsten op.

De vraag is dus: is ‘de aanpak bibliotheek op school’ dan DE oplossing voor de bibliotheek in het onderwijs? Mijn antwoord daarop is ‘Neen’.

Laten we even teruggaan naar de begincitaten van dit praatje. In dit citaat wordt benadrukt dat een bibliotheek in de school zich richt op onderwijs, op datgene dat leerlingen moeten leren. In de afgelopen 60 jaar zijn er talloze onderzoeken gedaan naar wat een onderwijsbibliotheek is. De uitkomsten van die onderzoeken zijn volstrekt helder:

  1. De onderwijsbibliotheek speelt een cruciale rol in het onderwijs in digitale vaardigheden (mediawijsheid, informatievaardigheden, computational thinking), want verbetert de onderwijsprestaties van leerlingen aantoonbaar, mits deze beschikt over een professionele onderwijsbibliothecaris.
  2. De functies van de onderwijsbibliotheek vinden plaats binnen het primaire onderwijsproces en dat is een taak voor de school
  3. De onderwijsbibliotheek is ook een leer- en werkruimte voor leerlingen die de gehele dag beschikbaar is voor onderwijs en waar ook gedurende de hele dag een professional aanwezig is voor begeleiding en ondersteuning
  4. de onderwijsbibliotheek biedt een brede collectie literatuur en informatiebronnen afgestemd op het curriculum en het specifieke onderwijs op de school
  5. de onderwijsbibliotheek is een plek om te experimenteren en te onderzoeken
  6. de onderwijsbibliotheek is de functie binnen de school waar onderwijsbibliothecarissen lessen en lesmethoden ontwikkelen i.s.m. leraren

Samengevat in één omschrijving: Een onderwijsbibliotheek is een fysieke en/of virtuele omgeving binnen een onderwijsinstelling waar leerlingen en leraren informatie en literatuur kunnen vinden, beoordelen en verwerken en worden onderwezen in digitale geletterdheid; leerlingen en leraren kunnen in de bibliotheek lezen, leren, (samen)werken, en experimenteren. De onderwijsbibliotheek beschikt over een relevante collectie fysieke en digitale materialen en bronnen; de bibliotheek staat onder leiding van een professionele onderwijsbibliothecaris die samenwerkt met leraren en een actieve bijdrage levert aan de onderwijsinhoud, zowel binnen specifieke vakken als vakoverstijgend.[8]

De ‘aanpak Bibliotheek op School’ voldoet niet aan deze punten.

  • De aanpak richt zich vooral op ‘structurele samenwerking met het onderwijs’ waarbij het tot stand komen van die samenwerking belangrijker lijkt dan de onderwijsresultaten van de leerlingen. Dit kan in ieder geval worden opgemaakt uit de verschillende documenten die worden verspreid onder de openbare bibliotheken waarin met nadruk wordt ingezet op die samenwerking en de marketingstrategieën die daarvoor moeten worden ingezet.
  • Onderwijs gaat echter niet over marketing, maar over leren en leren leren en het vergaren van kennis die gebruikt kan worden in vervolgstudies en/of werk en voor persoonlijke ontwikkeling.
  • Er is geen aandacht voor het formele leren en de rol van leesonderwijs, leesmotivatie en digitale vaardigheden binnen het primaire onderwijsproces. Dat is niet verwonderlijk want externe partijen waaronder bibliotheken spelen geen rol in dat proces. Dat wordt inmiddels ook zelf onderkend door de Vereniging van Openbare Bibliotheken die in haar recente innovatieagenda schrijft over ‘informeel’ leren en de inzet op het formele leren totaal achterwege laat.
  • Er is geen aandacht voor het opleiden van onderwijsbibliothecarissen; sterker nog, er is helemaal geen opleiding in Nederland die aansluit bij internationale richtlijnen en standaarden.
  • De specifieke functie van openbare bibliotheek voor een breed publiek van 0 – 100 wordt op vele plaatsen niet meer ingevuld. De lokale bibliotheekjes in scholen voldoen niet aan de wensen van het brede publiek. Volwassenen kunnen – gezien de openingstijden – niet terecht in hun lokale bieb of voelen zich niet prettig in een bieb in de school, nog los van veiligheidsaspecten: de school wordt een open publieke ruimte en dit is in het huidige klimaat lang niet altijd wenselijk.

De ‘aanpak Bibliotheek op school’ lijkt vooral een doekje voor het bloeden voor de lokale bibliotheek. Er moet bezuinigd worden, dus doen we mee met de ‘aanpak bibliotheek op school’.

Wat betreft die bezuinigingen is het interessant om ook te kijken naar de kosten. De ‘aanpak dBos’ heeft sinds 2008 jaarlijks een bedrag van 2,85 miljoen euro gekost aan subsidies van de Rijksoverheid. Daarbij komen nog de kosten die provinciale en lokale overheden en bibliotheekorganisaties moeten maken om mee te doen met ‘dBos’ en honderden scholen aan te sluiten bij de aanpak [9]. Van die scholen zelf wordt ook een financiële bijdrage gevraagd. Al met al praten we nu al over ruim 20 miljoen euro. De rijksfinanciering is gewaarborgd tot 2018. Maar wat gebeurt er dan? Niet is zo veranderlijk als de politiek. Krijgen we na de verkiezingen in 2017 een cabinet dat andere prioriteiten stelt en de subsidies intrekt? Die kans is niet ondenkbeeldig.

Er is sprake van een zeer onzekere situatie, zowel inhoudelijk als financieel; er wordt gesproken over ‘aanpak’ maar er is geen structurele financiële oplossing en ‘de aanpak bibliotheek op school’ voldoet niet aan de eisen die eraan moeten worden gesteld. Kortom, een dure en inhoudelijk zwakke oplossing voor een ‘bezuinigingsprobleem’.

Hoe moet het dan wel?

Het is mogelijk om voor een kwart van de rijkssubsidie ettelijke duizenden bibliothecarissen en onderwijsprofessionals bij – en na te scholen zodat zij voldoen aan de internationale richtlijnen en standaarden en als onderwijsbibliothecaris (teacher-librarian) [10] in het onderwijs kunnen instromen. Er is dan ook nog geld genoeg voor de ontwikkeling van lokale initiatieven door openbare bibliotheken; de rest van het bedrag kan gebruikt worden om te lobbyen voor het erkennen van dit relatief nieuwe onderwijsberoep en de functie op te nemen in de Wet Bio [11] waarin de bekwaamheidseisen van leraren worden beschreven.

Een dergelijke ‘aanpak’ levert het volgende op:
Elke school een eigen onderwijsbibliothecaris die niet alleen samen met leraren werkt aan de verbetering van de onderwijsprestaties van leerlingen, maar ook in staat is samenwerking te zoeken vanuit de onderwijsbehoefte. Dan is de openbare bibliotheek de eerste en beste partner voor het ontwikkelen van een structurele samenwerking. De onderwijsbibliothecaris is daarbij de ideale ‘verbindingsofficier’ die precies weet wat er speelt binnen het onderwijs en wat de leerlingen en leraren nodig hebben. Daar hoort zeker leesmotivatie bij binnen de onderwijsopdracht voor het ontwikkelen van taalvaardigheid. Die taalvaardigheid is en blijft een kerntaak van het onderwijs. Dat was zo in 1791 en dat is nog steeds zo.

Graag sluit ik af met het volgende:
Op een dag kwam Alice bij een splitsing van de weg en zag een Cheshire kat in een boom. “Welke weg zal ik nemen?” vroeg ze.
Zijn antwoord bestond uit een vraag.
“Waar wil je naar toe?”
“Ik weet het niet” antwoordde Alice.
“Dan” zei de kat, “maakt het niet uit.” [12]

Laten we een antwoord vinden op de vraag welke weg we zullen nemen. Ik weet wel waar we naar toe moeten. Ik hoop dat deze inleiding u een beetje de weg wijst.

Dank u wel!

Noten

[1] S.n. (S.l.). (1790). Stukken het schoolwezen betreffende, uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van’t algemeen. Eerste bundel. 1785-1792. S.l: s.n.

[2] Stichting Lezen. http://www.lezen.nl

[3] http://www.lezen.nl/persberichten/kabinet-investeert-in-aanpak-taal-en-leesbevordering

[4]‘Het is geen project, concept of programma, maar een ‘aanpak’ voor structurele samenwerking’: https://bibliotheek.debibliotheekopschool.nl/aan-de-slag/disclaimer-en-merknaam.html

[5] IFLA/UNESCO Manifesto for School Libraries, 1999. http://archive.ifla.org/VII/s11/pubs/manifest.htm

[6] CPS een landelijke adviesorganisatie voor het onderwijs. http://www.cps.nl

[7] Thijs Nielen: Aliteracy: Causes and solutions. http://www.lezen.nl/persberichten/basisschool-meer-boeken-betere-lezers

[8] Definitie op de site van Meles Meles SMD. http://onderwijsbibliotheek.nl

[9] http://www.lezen.nl/persberichten/kabinet-investeert-in-aanpak-taal-en-leesbevordering

[10] “How school libraries are defined varies across the world and may include being served through the public library. Staffing patterns for school libraries also change depending on the local context, which is influenced by legislation, economic development, and educational infrastructure. However, more than 50 years of international research, collectively, (see, for example, Haycock, 1992, in LRS (2015) School Libraries Impact Studies www.lrs.org/data-tools/school-libraries/impact-studies) indicates that a school librarian requires formal education in school librarianship and classroom teaching that provides the professional expertise required”. IFLA School Library Guidelines, 2nd edition. International Federation of Library Associations. 2015. http://www.ifla.org/publications/node/9512

[11] Wet BIO: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-in-het-onderwijs/inhoud/bekwaamheidseisen-leraren

[12] Carroll, Lewis (1865). Alice in Wonderland.

Zie voor meer informatie over deze discussieavond, het nieuwsbericht in het LeudalNieuws.nl

The School Library Rocks – IASL 2015: een terugblik

Evalueren en reflecteren kost tijd. Maar het is voor mij nu een goed moment voor een terugblik op de internationale conferentie ‘The School Library Rocks’ die werd gehouden in juni 2015 in Maastricht.

Vooraf

De IASL (International Association for School Librarianship) <http://iasl-online.org> is opgericht in 1971 in Jamaica en verenigt schoolbibliothecarissen (mediathecarissen), onderwijsbibliothecarissen (teacher librarians), leraren en onderzoekers wereldwijd die werken in het onderwijs of geïnteresseerd zijn in de positie en rol van onderwijsbibliotheken. Onder auspiciën van IASL vindt er jaarlijks een internationale conferentie plaats, telkens in een ander land. Leden van IASL kunnen zich aanmelden voor de organisatie van een conferentie; de aanmelding (conference bid) wordt beoordeeld door het bestuur van IASL.
Al in 2010 besloot ik dat het van groot belang is om deze conferentie naar Nederland te halen. Niet omdat ik om werk verlegen zit, maar omdat ik vond (en nog steeds vind) dat onderwijsbibliotheken niet de plek en aandacht krijgen en hebben die zij verdienen. Deze mening is gevormd door een nu bijna 40-jarige carrière als schoolbibliothecaris / onderwijsbibliothecaris, door studie en onderzoek, mijn internationale werk als trainer en adviseur en als (bestuurs)lid van IASL.

Tijdens mijn opleiding tot schoolbibliothecaris in 1975-1976 werd me al duidelijk dat een bibliotheek in het onderwijs een belangrijke onderwijskundige functie heeft. Deze opvatting is sindsdien altijd de basis geweest voor mijn professionele inzet voor school/onderwijsbibliotheken in Nederland en daarbuiten. Dit lijkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Ook nu nog wordt de bibliotheek in het onderwijs vaak gezien als een faciliteit (door het onderwijs) of als een verlengstuk van de openbare bibliotheek (De Bibliotheek op School).
In de loop van die bijna 40 jaar verdween de opleiding tot schoolbibliothecaris en een vernieuw(en)de opleiding kwam er niet voor in de plaats; sterker nog: er is tot op heden geen opleiding in Nederland die voldoet aan de kwaliteitseisen die internationaal aan dergelijke opleidingen worden gesteld. Het gevolg hiervan is dat de meeste onderwijsbibliotheken niet voldoen aan internationale richtlijnen en standaarden; het beroep van onderwijsbibliothecaris niet als een onderwijsberoep wordt gezien; er nauwelijks innovatie binnen het beroep en de onderwijsbibliotheek plaats vindt en Nederland nog steeds onderaan bungelt in de benchmark van onderwijsbibliotheken wereldwijd.

Voldoende redenen dus om de IASL-conferentie in Nederland te laten plaatsvinden zodat de ontwikkeling van ‘ons’ onderwijsbibliotheekwerk een flinke boost zou krijgen.

Voorbereiding

Het organiseren van een (internationale) conferentie is geen sinecure. Zeker als alle activiteiten voorafgaand, gedurende en tijdens het evenement vrijwilligerswerk zijn. Ik vond een geweldige partner in het Welten Instituut van de Open Universiteit. Er werd een kernteam gevormd bestaande uit Saskia Brand-Gruwel, Jaap Walhout, Kees Kok en ondergetekende en nadat het bid was geaccepteerd kon gestart worden met de voorbereidende werkzaamheden (vanaf 2012).
In het najaar van 2013 werd begonnen met de promotie van de conferentie via bibliotheek- en onderwijskanalen. De website iasl2015.org ging live in augustus 2014 en de Call for Papers werd verspreid in oktober van datzelfde jaar. Een maand later ging de registratie van start.

Ondertussen werd een programmacomité gevormd en warden talloze vrijwilligers aangetrokken voor allerhande activiteiten, zoals:

  • het beoordelen van submissions voor de research en professional papers, workshops en posters;
  • het uitnodigen van keynote speakers;
  • het versturen van talloze uitnodigingsbrieven;
  • het bieden van hulp bij het verkrijgen van visa;
  • het aantrekken van sponsors en exposanten;
  • het verzorgen van communicatie en PR;
  • het samenstellen van het openingsprogramma en nog veel meer.

Thema en doel

Het thema van de conferentie ‘The School Library Rocks; living it, learning it, loving it’ was een bewuste keuze. Enigszins provocerend en uitdagend om te benadrukken dat de moderne onderwijsbibliotheek allesbehalve saai is. Naast een (fysieke) plek is er een duidelijke virtuele component, de bibliotheek heeft een onderwijskundige functie, maar kan ook een facilitaire rol vervullen; de bibliotheek is een leer- en werkplek, een makerspace en laboratorium, een omgeving waar je kunt lezen, leren, luisteren, kijken en experimenteren; de plaats waar je gebruikt maakt van een grote diversiteit aan informatiebronnen en literatuur; de omgeving waar leerlingen worden onderwezen in en begeleid bij (toepassen van) digitale vaardigheden en ook een fijne plek waar ze elkaar ontmoeten en samenwerken. Kortom, een plaats waar het fysiek en virtueel bruist van de (leer)activiteiten.

Een belangrijk doel van de conferentie was om Nederlandse schoolbibliothecarissen / mediathecarissen en de onderwijswereld te laten kennismaken met onderzoek en praktijkverhalen uit de hele wereld. Het programma werd met grote zorgvuldigheid samengesteld en bestond uit een grote variëteit aan sessies: van onderzoeksresultaten tot praktijkverhalen en van luistersessies tot workshops.

De conferentie in cijfers

5 dagen en 5 keynotes, waarvan 2 internationale sprekers
Meer dan 150 sessies waaronder: research papers, professional papers, workshops en posters
Diverse ‘professional meetings’, schoolbezoeken en zgn. networking en social events.
Er waren ruim 275 deelnemers uit meer dan 40 landen.
De Conference Proceedings zijn gepubliceerd in 2 volumes en bevatten ruim 27 research papers en 44 professional papers; de twee delen omvatten in totaal bijna 1000 bladzijden met informatie, kennis, innovatie en praktische oplossingen.
In totaal zijn er ruim 6000 e-mails verstuurd en ontvangen; er zijn honderden brieven en tientallen online nieuwsbrieven verstuurd en dozijnen FB posts en tweets geplaatst.

Terugkijkend denk ik dat we grotendeels aan de verwachtingen hebben voldaan. Dat wordt ondersteund door positieve evaluatieresultaten: IASL2015Evaluation_Total.

Evaluatie-IASL2015-general

 

 

 

 

Kanttekeningen

Het overgrote merendeel van de deelnemers beoordeelde de conferentie met goed tot zeer goed en daar zijn we zeker trots op.

Maar er zijn ook enkele kanttekeningen te maken. De belangrijkste teleurstelling voor ons als kernteam was het lage aantal Nederlandse deelnemers. In een openbare presentatie van de evaluatieresultaten heb ik gezegd dat ik het schandalig vond dat er zo weinig Nederlandse deelnemers waren en die mening ben ik nog steeds toegedaan. Met name de afwezigheid van educatieve medewerkers van POI’s en openbare bibliotheken, mediacoaches, leesconsulenten en beleidsmakers is onbegrijpelijk en zegt helaas iets over het belang dat men blijkbaar hecht aan professioneel onderwijsbibliotheekwerk.

De beoogde boost was dus zeer nodig, maar heeft zijn uitwerking wellicht gemist, door de afwezigheid van Nederlandse beroepsbeoefenaren.
Er is gelukkig een schat aan informatie beschikbaar, waaronder de Proceedings. Ik houd daarom de hoop en verwachting dat de gedeelde informatie en overgedragen kennis tijdens de conferentie uiteindelijk zal bijdragen aan de ontwikkeling van professioneel onderwijsbibliotheekwerk voor basis- tot hoger onderwijs in Nederland.

Tot slot

We, alle vrijwilligers en professionals (OU en MECC), hebben een uniek, inhoudelijk sterk en organisatorisch prima conferentie georganiseerd en daarmee een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het onderwijsbibliotheekwerk wereldwijd. Het effect op de ontwikkeling in Nederland op de lange termijn ijlt hopelijk nog na.

Ondertussen zal ik me blijven inzetten voor professioneel onderwijsbibliotheekwerk in Nederland en daarbuiten. Er is in ieder geval nog genoeg werk aan de winkel. Word vervolgd!

 

 

Bijscholen, nascholen en meer

Naar aanleiding van het eindavies van het Platform2032 schreef ik in een blogpost dat het van belang is dat (Nederlandse) mediathecarissen en schoolbibliothecarissen bij- en nascholing behoeven om te voldoen aan de eisen zoals die in dat eindadvies worden gesteld.

Al enige jaren is op Meles Meles SMD: opleidingen, trainingen informatie te vinden over allerlei mogelijkheden tot bij- en nascholing in binnen- en buitenland, maar onlangs stuurden enkele collega’s mij informatie over nieuwe en herziene opleidingen die ik graag onder de aandacht breng. Het gaat in beide gevallen om online opleidingen op Masters niveau.

De universiteit van Prince Edward Island biedt een volledig online programma aan voor schoolbibliothecarissen. Meer informatie over deze opleiding UniversityOfPrinceEdwardIsland_brochuretotal kan worden verkregen bij

Ray Doiron, PhD
Professor Emeritus
Faculty of Education
University of Prince Edward Island
550 University Avenue
Charlottetown, PEI – CANADA
C1A 4P3
raydoiron@upei.ca

Ray was aanwezig in Maastricht bij IASL2015, dus sommigen van u hebben hem misschien ontmoet.

De universiteit van Kentucky biedt tevens een online programma aan voor leraren en mediathecarissen/schoolbibliothecarissen. Het programma is geaccrediteerd door de American Library Association (ALA). De universiteit biedt binnenkort meerdere online informatieve sessies aan waarvoor u zich gratis kunt inschrijven: March 10 @ 2pm (EST; UTC-05:00), March 22 @ 1pm (EDT; UTC-04:00), April 21 at noon (EDT; UTC-04:00), May 11 at 2pm (EDT; UTC-04:00), May 18 at 3pm (EDT; UTC-04:00), June 1 at 4pm (EDT; UTC-04:00), and June 14 at 1pm (EDT; UTC-04:00).

Meer informatie over dit programma UniversityOfKentucky_OIS-flyer-sp2016-slm en de online sessies kan worden verkregen bij

Maria Cahill, Ph.D.
Assistant Professor
School of Information Science, College of Communication and Information
Educational Leadership Studies, College of Education
University of Kentucky
maria.cahill@uky.edu

Tot slot van deze post wijs ik graag op een spiksplinternieuwe publicatie van Dr. Marcia Mardis et al (Marcia Mardis is hoofdredacteur van School Libraries Worldwide): The Collection Program in Schools. Het boek behandelt het collectioneren in de schoolbibliotheek met daarin aandacht voor actuele ontwikkelingen, de behoeften van leraren en de eisen die het curriculum stelt, maar ook een relatief nieuw fenomeen als ‘curation’ komt aan bod. Dit boek is zowel in hardcopy als E-book te verkrijgen.

De theorie van het dode paard

Bijgaande afbeelding gaat in de Nederlandse vertaling rond op diverse sites. Op LinkedIn schreef ik daarover al een post, maar hierbij nog een inhoudelijke opmerking.

2009_11_23 Dead Horse Theory

 

 

 

 

 

 

 

© Kevin Nicoll

Ik schreef een commentaar n.a.v. reacties op mijn vorige blog. ‘De theorie van het dode paard’ is in het kader daarvan de moeite waard.

In mijn commentaar schreef ik o.a. “lef tonen”, “verantwoordelijkheid nemen” en “niet wachten totdat je ergens toestemming voor krijgt”. Op het gevaar af dat het een beetje ‘oma vertelt’ wordt spreek ik wat dat betreft uit eigen ervaring. Als je iets wilt bereiken (privé of professioneel) dan zul je aan het werk moeten gaan. Met een dood paard lukt dat niet. Laat dat paard dus maar liggen en kies je eigen weg. Laat je inspireren door anderen maar maak je eigen keuzes en doe datgene waarin je gelooft. Doe ik ieder geval iets. Niks doen is voor bange mensen!

Digitale geletterdheid: kansen voor de onderwijsbibliothecaris

Digitale geletterdheid is een van de basisvaardigheden zoals beschreven in het eindadvies  van het Platform Onderwijs2032. In het advies wordt niet ingegaan op ‘wie’ dit onderdeel voor zijn rekening zou moeten nemen in de school en hoe dat onderwijs er precies uit zou moeten zien. Dat is ook niet eenvoudig gezien de uiteenlopende onderdelen binnen deze vaardigheid: basiskennis van ICT, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking.

Hierbij mijn reactie op ‘wie’.

Laat ik beginnen met dat ik blij ben dat gekozen is voor de term ‘geletterdheid’. In de Engelse taal wordt al veel langer de term ‘literacy’ gebruikt voor lees- en schrijfvaardigheid, maar ook voor bijvoorbeeld MIL (Media and Information Literacy). We sluiten ons hiermee niet alleen aan bij internationale terminologie, maar, en dat is belangrijker we stappen o.a. af van het idee dat informatievaardigheden vooral over vaardigheden gaan en niet over kennis, vaardigheden en attitude.

Bibliothecarissen en in het bijzonder onderwijsbibliothecarissen spelen al decennia lang een belangrijke rol in het bevorderen van geletterdheid door het aanbieden van ruime collecties boeken, het bevorderen van het plezier in lezen en door het samenwerken met vakdocenten in het kader van lees- en literatuuronderwijs. Dit geldt eveneens voor het informatievaardig maken van leerlingen (en docenten!) en het integreren van mediawijsheid in het onderwijs. De onderwijsbibliothecaris – in ieder geval in internationaal perspectief – houdt zich dus al bezig met in ieder geval twee onderdelen binnen digitale geletterdheid, naast onderdelen binnen Functionele taalvaardigheid, een ander onderdeel binnen de basisvaardigheden.

Maar hoe zit het met computational thinking? Het platform schrijft: “…leerlingen leren de essentie van computertechnologie te begrijpen en computers kunnen inzetten om een probleem op te lossen. Hoe kiest een zoekmachine bijvoorbeeld uit een grote hoeveelheid zoekresultaten een bepaalde volgorde? … Computational thinking richt zich op de vaardigheden om problemen op te lossen waar veel informatie, variabelen en rekenkracht voor nodig zijn.”

Het gaat dus om vaardigheden die aanschurken tegen de andere drie genoemde onderdelen. Twee daarvan (informatievaardigheden en mediawijsheid) zijn het domein van de onderwijsbibliothecaris. Prima reden om deze professionals dat te laten doen waar ze goed in zijn en waarin ze ruime ervaring hebben. Maar zo eenvoudig is het helaas niet. Onderwijsbibliothecarissen zijn er in Nederland nauwelijks; er zijn al decennia lang geen opleidingen meer en destijds afgestudeerden beschikken meestal niet over de competenties die (internationaal) aan deze beroepsgroep worden gesteld. Het is daarom belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in het ontwikkelen van een goede opleiding en voldoende bij- en nascholing voor o.a. bibliothecarissen, leraren, mediathecarissen, mediacoaches e.a. die zich op dit moment bezig houden met informatievaardigheden en mediawijsheid. Het wiel hoeft daarvoor niet opnieuw te worden uitgevonden; in de VS, Canada, Australië maar ook in Europa bestaan goede opleidingen voor ‘Teacher-Librarians’. Tijdens IASL2015, afgelopen zomer, is vastgesteld dat verschillende universiteiten bereid zijn hun expertise, jarenlange ervaring en curriculum te delen met universiteiten in Nederland (en daarbuiten). Een opleiding tot onderwijsbibliothecaris kan daarom op redelijk korte termijn worden gerealiseerd, zonder enorme geldinvestering. Bovendien zijn er al opleiders beschikbaar, o.a. bij de Open Universiteit.

En, er is nog meer. De internationale opleidingen bieden veel meer aan dan alleen de competenties op het gebied van informatievaardigheden en mediawijsheid. De onderwijsbibliotheek (mediatheek/olc/bibliotheek) wordt beschouwd als ‘de hub’ in het (digitale) onderwijs en de onderwijsbibliothecaris als degene die i.s.m. vakdocenten uitvoering geeft aan de vaardigheid ‘digitale geletterdheid’ zoals door het Platform beschreven.

Hier liggen kansen voor de Beroepsvereniging Mediathecarissen (BMO) en individuele beroepsbeoefenaren. Grijp die kans zou ik zeggen en draag bij aan Onderwijs2032.

 

‘Geduld is zulk een schone zaak’

Een mooi spreekwoord om deze blog mee te beginnen, maar een dat nauwelijks nog wordt gebruikt want alles moet tegenwoordig snel. Moderne technologie en het internet zorgen ervoor dat we altijd en overal toegang hebben tot informatie, nieuws, speeltjes en communicatietools. Dat lijkt handig, maar het is de vraag of we daardoor nog wel tijd hebben om na te denken, voor reflectie of voldoende concentratie voor het lezen van een goed boek. Een mooie blogpost hierover verscheen op 24 maart.

Onlangs werd door Onlinegraduateprograms.com een mooi overzicht gepubliceerd onder de kop ‘Instant America’. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat mensen nog nauwelijks geduld hebben; niet voor online zaken maar ook niet meer voor ‘real life’ activiteiten, zoals in een rij staan of eten koken.

Het overzicht is beschikbaar via CC dus deel ik het hier graag met jullie.
Instant America
Created by: Online Graduate Programs

Stof om over na te denken, lijkt mij – of hebben we daar geen tijd meer voor?

Nomineer je favoriete digitale biblio – mediatheek!

Award Digitale Bibliotheek van het jaar 2012:

Essentials organiseert weer de verkiezing van de Digitale Bibliotheek van het jaar.  Ik roep hierbij alle onderwijsbibliotheken en onderwijsbibliothecarissen op om ook een biblio c.q. mediatheek te nomineren. Doe mee en zet jouw mediatheek of een andere in het zonnetje. Dit bericht twitteren? Gebruik dan #db2012

Hieronder het officiële persbericht:

Wat is uw ideaalbeeld van de Digitale Bibliotheek?

Op 29 maart 2012 wordt tijdens het congres DB Update 2012 voor de derde keer de award Digitale Bibliotheek van het Jaar
uitgereikt. Deze award – een initiatief van het tijdschrift Digitale Bibliotheek – wordt toegekend aan die (openbare, wetenschappelijke, bedrijfs)bibliotheek in Nederland waar analoge en digitale bronnen integraal beschikbaar zijn én advies gegeven wordt bij het samenhangend gebruik daarvan – onafhankelijk van tijd en plaats.

Daarom vraagt DB aan u als professional: welke bibliotheek heeft volgens u het beste begrepen waar het om draait bij de digitale bibliotheek? Welke bibliotheek kiest op de meest slimme manier voor de digitale toekomst?

U kunt daarbij denken aan projecten gericht op de uitbouw van de digitale bibliotheekcollectie. Of aan de bijzondere wijze waarop een bibliotheek haar gebruikers wegwijs maakt in de digitale collectie.

Nomineer!

Aarzel niet, bekijk uw netwerk, betrek uw branchekennis en bedenk welke bibliotheek de Award verdient.
U kunt tot 11 maart uw nominatie uitbrengen door een beargumenteerde mail te sturen naar de juryvoorzitter erikbouwer@essentials-media.nl.
Meer informatie op http://www.essentials-media.nl/DB+Update+Award

Waarom ik bol.com ‘niet leuk vind’

Tijdens Bobcatsss 2012 was er een erg interessante keynote van Anne Helmond waarin ze inging op de ‘like-industry’. We linken niet meer, maar we ‘liken’. Ik ga hier niet in op dit fenomeen maar moest er onmiddelijk aan denken, toen ik deze week toch maar weer eens bol.com bezocht. ‘Toch maar weer eens’?. Ja, want jaren geleden besloot ik gefrustreerd dat deze boekhandelaar niks voor mij was. Ik vond de zoekfunctie niet alleen waardeloos maar vooral ook misleidend. Een exacte zoekvraag ingetypt via de uitgebreide zoekfunctie leverde steevast een groot aantal hits op, maar … niet het boek dat ik zocht. Empathisch als ik ben, verdacht ik mezelf ervan een fout te maken: typefouten, onvolledig ingevuld, vinkjes wel of niet aangezet (?) Dus nog maar eens geprobeerd op allerlei mogelijke manieren. Maar wat ik ook probeerde, de bolle meneer wist wel wat goed voor mij was: niet mijn zoekvraag werd beantwoord, desnoods met ‘niet aanwezig’ of ‘niet voorradig’ of ‘uitverkocht’, maar met een lange lijst van titels waar ik niet om had gevraagd.

Jammer dan, meneer Bol, maar hier had ik geen tijd voor, noch zin in. Ik voelde me zoals Wim Sonneveld, die op zoek naar één postzegel, een hele reeks niet gewenste zegels krijgt aangeboden. Bol.com ging bij mij in de ban en dat was trouwens helemaal geen probleem want er zijn (online) boekhandelaren genoeg die prima weten hoe ze hun klanten van dienst kunnen zijn.

Maar deze week liet ik me weer verleiden om toch Bol te raadplegen. Soms krijg ik wel eens het verzoek van een relatie om op zoek te gaan naar een titel die volgens de reguliere kanalen uitverkocht is, maar waarvan de klant toch vraagt, ‘wil jij nog eens zoeken?’. En, dat doe ik dan. Eerst maar eens even ‘Googlen’ en ja hoor, maar liefst 232.000 hits(!) en dat voor een oud theologisch werk. De eerste 2 treffers verwezen naar de grootste online boekhandelaar, maar die sloeg ik over. Eerst maar kijken bij De Slegte en een paar antiquarische winkels. Helaas, de titel stond wel op de sites met foto van het boekomslag, prijs, uitgever en overige informatie maar was overal ‘uitverkocht’.

Zou Bol dit keer dan toch … Okay, een mens kan niet altijd principieel zijn, dus dan toch maar naar de grootste online boekhandelaar. Meteen uitgebreid zoeken kiezen: volledige auteursnaam en de juiste titel. Maar er werd een lange lijst met boeken vermeld, en niet een kwam ook maar in de buurt van de gevraagde titel; niet wat betreft de auteursnaam of titel en al helemaal niet wat betreft het onderwerp.

Dan maar weer terug naar de zoekmachine. De zoekvraag nog wat aanscherpen en ja, het leek te gaan lukken. Er werd een 2e hands exemplaar aangeboden – wel voor een belachelijke prijs (4 euro duurder dan op de andere sites) maar goed, de klant wil het boek heel graag hebben, dus toch maar even kijken. Het bleek te gaan om een site die slechts titels en prijzen vermeld en doorverwijst naar de aanbieder en dat was … u raadt het al: meneer Bol. Zou ik nou toch niet goed gezocht hebben? Dus doorklikken en ja hoor, een foto van het boekomslag en een linkje. Gelukkig, dacht ik nog, kan ik de klant blij maken. Nou niet dus. De link verwees naar de pagina met 14 titels die ik al gezien had bij de eerste keer zoeken. Ik zal maar niet herhalen wat er hardop uit mijn mond kwam. Dat paste in ieder geval niet bij het boek dat ik aan het zoeken was.

Ergernis, dat is wat ik voelde en voel als ik aan deze online winkel denk. Want waarom (in hemelsnaam) wil Bol mij iets door de strot duwen, waar ik niet om vraag? Andere online boekwinkels doen dit niet en als ze al een suggestie doen, dan vermelden ze netjes dat ze het door jou gevraagde boek niet kunnen leveren, maar misschien is …. iets voor jou?

Bol heeft ouderwetse opvattigen over klanten: als die eenmaal binnen zijn, dan blijven ze wel binnen en kopen wat, lijkt de gedachtegang. Maar het mooie van online winkelen is juist dat als het je niet bevalt, je zo weg bent zonder hijgende verkoper die je naloopt en probeert je iets aan te smeren dat je niet nodig hebt. En dat is nu precies wat Bol wel doet naar mijn smaak. In deze tijd waarin er legio mogelijkheden zijn om zowel fysiek als online spullen te bemachtigen, zouden ze toch beter moeten weten.
Deze consument weet heel goed wat ze wil en als je als verkoper dat niet kan leveren, zeg dat dan gewoon! Is wel zo eerlijk en duidelijk.

Ruim 28.000 mensen vinden Bol.com ‘leuk’. Dat wil zeggen, zij hebben de zgn. ‘Like-button’ aangeklikt op de Facebook pagina van het bedrijf. Ik ga dat in ieder geval niet doen. Nu niet en … nou ja, zeg nooit ‘nooit’. Voorlopig in ieder geval niet en de komende tijd ga ik Bol weer mijden. Ik heb geen tijd en geen zin in online hijgende verkopers.

En dat boek? Ja, dat heb ik uiteindelijk gevonden: klant blij en ik ook blij. Een goede bibliothecaris / informatiespecialist komt er wel, zullen we maar zeggen :-).

 

 

Informatievaardigheden en de mediathecaris

Soms wordt geduld beloond. In 2005 werd aan mij gevraagd een bijdrage te leveren aan een module ‘informatievaardigheden’ voor het Ruud de Moor Centrum van de Open Universiteit.

Door allerlei ontwikkelingen werd er niets gedaan met mijn bijdrage en verdween de module in een la.
In 2009 pakte Jaap Walhout de draad weer op. De eerste (draft) versie van de module werd herschreven, aangevuld en bewerkt voor een RdMC rapport en de nieuwe teksten waren begin 2011 klaar om voorgelegd te worden aan de eindredactie. De kritische noten van de eindredacteur werden verwerkt, de teksten aangevuld en verbeterd … en dan is het wachten op de uiteindelijke publicatie.
Eind december vorig jaar was de online versie beschikbaar en vandaag viel bij mij (eindelijk) de ‘hard copy’ op de mat.

Trots? Ja, een beetje wel. Trots op het eindresultaat, op de aandacht voor de mediathecaris / mediatheek die deze publicatie hopelijk weer oplevert en op de prettige samenwerking met Jaap.